← België

Cassatiebeschikking 262 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 23/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 23 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.262 Rolnummer: A. 180597/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 262 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 23/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-05 Raadplegingen: 42 - laatst gezien 2026-06-30 05:04 Fiche Beschikking nr 262 van 23 februari 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 262 van 23 februari 2007 in de zaak A. 180.597 In zake : XXXXX, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 18 januari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 3 oktober 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor de vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 5 februari 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat noch de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, noch de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, noch artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) van toepassing zijn op jurisdictionele beslissingen zoals de bestreden beslissing; dat de schending van artikel 52 van de Vreemdelingenwet niet dienstig kan worden aangevoerd tot staving van de nietigverklaring van beslissingen waarbij niet over de ontvankelijkheid, maar over de gegrondheid van een asielaanvraag uitspraak wordt gedaan; dat de verzoekende partij niet aanduidt welk artikel van het E.V.R.M. zou zijn geschonden; dat de aangevoerde middelen derhalve niet-ontvankelijk zijn, XIV-180.597-1/2 BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op drieëntwintig februari tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. SALIM, toegevoegd-griffier. De griffier, De voorzitter, M. SALIM. C. ADAMS. XIV-180.597-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.262 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.