← België

Cassatiebeschikking 277 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 27/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 27 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.277 Rolnummer: A. 180646/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 277 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 27/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-05 Raadplegingen: 42 - laatst gezien 2026-06-30 05:05 Fiche Beschikking nr 277 van 27 februari 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 277 van 27 februari 2007 in de zaak A. 180.646 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat M. KIWAKANA, kantoor houdende te 1150 BRUSSEL, Tervurenlaan

  1. tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 22 januari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 13 december 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor de vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, ontvangen ter griffie op 7 februari 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in het enige middel op algemene wijze stelt dat de motieven van de bestreden beslissing ongegrond of niet ter zake zijn, dat de in aanmerking genomen tegenstrijdigheden op details slaan en de geloofwaardigheid van de verzoekende partij niet kunnen weerleggen, dat haar onwetendheid over de partij aan haar onbelangrijke positie is te wijten, dat de voorwaarden om de aanvraag ongegrond te verklaren niet zijn verenigd, dat haar motieven ernstig zijn, dat uit het feitenrelaas blijkt dat zij omwille van haar problemen niet naar haar land van herkomst kan terugkeren en dat er dus een gegronde vrees voor vervolging in de zin van het internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 (Vluchtelingenconventie) bestaat; XIV-180.646-1/2 dat de verzoekende partij daarmee in wezen enkel een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak vraagt, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is; dat het enige middel om die reden niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zevenentwintig februari tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. SALIM, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, M. SALIM. C. ADAMS. XIV-180.646-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.277 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.