← België

Cassatiebeschikking 282 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 28/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 28 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.282 Rolnummer: A. 180489/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 282 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 28/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-02 Raadplegingen: 44 - laatst gezien 2026-06-30 05:05 Fiche Beschikking nr 282 van 28 februari 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 282 van 28 februari 2007 in de zaak A. 180.

  1. In zake : XXXXX, XXXXX, die woonplaats kiezen bij Advocaat R. JESPERS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Broederminstraat 38 de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX en XXXXX, op 19 januari 2007 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 7 december 2006 waarbij wordt geweigerd hen te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 1 februari 2007, van de administratieve dossiers; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekers in een enig middel de schending aanvoeren van het recht van verdediging door een gebrek, onduidelijkheid en dubbelzinnigheid in de motivering van de beslissing, feitelijk en juridische foutieve motivering, van artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, van artikel 149 van de Grondwet, van artikel 6 van het E.V.R.M. en van artikel 1 van het Internationaal Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vreemdelingen; 180.489-1/2 Overwegende dat, wat het motief van de reisweg en de identiteit van eerste verzoeker betreft, het recht van verdediging niet belet dat, gelet op de devolutieve werking, de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen haar oordeel zou stoelen op eigen motieven; dat ter zitting de verzoekende partijen werden verzocht toelichting te verschaffen met betrekking tot de afgelegde reisweg en hun identiteit, zodat bezwaarlijk kan gesteld worden dat deze elementen niet werden onderworpen aan een tegensprekelijk debat; dat verzoekers voor het overige niet in het minst aanduiden hoe het betrekken van dit motief in de bestreden beslissingen, het recht op verdediging schendt; dat voor het overige, in het middel slechts wordt aangestuurd op een nieuwe feitelijke appreciatie van de zaak, waarvoor de Raad van State, optredend als administratieve cassatierechter, niet bevoegd is; dat het enig middel, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op achtentwintig februari tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 180.489-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.282 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.