← België

Cassatiebeschikking 285 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 28/02/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 28 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.285 Rolnummer: A. 180396/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 285 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 28/02/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-02 Raadplegingen: 45 - laatst gezien 2026-06-30 05:05 Fiche Beschikking nr 285 van 28 februari 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 285 van 28 februari 2007 in de zaak A. 180.396. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 18 januari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 21 november 2006 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 30 januari 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker een eerste middel put uit de “overschrijding (van

  1. de)redelijke termijn”, en in een tweede middel de schending van de motiveringsver- plichting aanvoert; Overwegende dat, wat het eerste middel betreft, verzoeker geen “overschrijding (van
  2. de)redelijke termijn” in hoofde van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aannemelijk maakt op grond van de loutere overweging dat “de asielinstanties er meer dan vier jaar en half (...) over gedaan hebben om tot een (...) beslissing te komen”; dat, wat het tweede middel betreft, zoals door verzoeker geadstrueerd, hij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen in wezen de schending van haar appreciatiebevoegd- 180.396-1/2 heid verwijt; dat dit een heronderzoek van de feiten impliceert, hetgeen niet behoort tot de bevoegdheid van de Raad van State als administratieve cassatierechter; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op achtentwintig februari tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 180.396-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.285 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.