id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 07 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.293 Rolnummer: A. 180950/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 293 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 07/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-13 Raadplegingen: 42 - laatst gezien 2026-06-30 05:05 Fiche Beschikking nr 293 van 7 maart 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 293 van 7 maart 2007 in de zaak A. 180.
- In zake : XXXXX, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 12 februari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 29 januari 2007 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 19 februari 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van de rechten van verdediging, omdat de oproeping voor de zitting van 22 januari 2007 hem werd verzonden naar de S., in plaats van naar de O.straat te Antwerpen; dat hij derhalve de oproeping niet gekregen heeft; Overwegende dat uit verzoekers inleidend verzoekschrift van 28 december 2005 bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen blijkt dat verzoeker woonplaats gekozen heeft aan de S. te 2000 Antwerpen; dat de Vaste Beroepscommissie niet ernstig kan worden verweten dat zij de oproepingsbrief heeft verstuurd naar verzoekers meest recente gekozen woonplaats; dat het eerste middel kennelijk ongegrond is; 180.950-1/2 Overwegende dat, wat het tweede, derde, vierde en vijfde middel betreft, artikel 3, § 2, 9/, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State voorschrijft dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de cassatiemiddelen dient te bevatten; dat onder “middel” wordt begrepen een voldoende duidelijke omschrijving van de door de bestreden beslissing overtreden rechtsregel of rechtsprincipe en van de wijze waarop die rechtsregel of rechtsprincipe door de bestreden beslissing wordt geschonden; dat de aangevoerde middelen enkel een opsomming van verdragsbepalingen, wetsbepalingen of rechtsbeginselen bevatten, al dan niet aangevuld met een theoretische uiteenzetting; dat verzoeker nergens concreet uiteenzet waar en hoe de aangevoerde rechtsnormen de bestreden beslissing schenden; dat het tweede, derde, vierde en vijfde middel derhalve onontvankelijk zijn, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zeven maart tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 180.950-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.293 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.