id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 09 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.315 Rolnummer: A. 181202/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 315 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 09/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-19 Raadplegingen: 43 - laatst gezien 2026-06-30 05:06 Fiche Beschikking nr 315 van 9 maart 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 315 van 9 maart 2007 in de zaak A. 181.202 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. LANDUYT, kantoor houdende te 8730 BEERNEM, Bloemendalestraat 147 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX op 15 februari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 15 januari 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 26 februari 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, dat artikel 1, A, 2) van het internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 geen rechtstreekse werking heeft; dat het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing zijn op jurisdictionele beslissingen zoals de bestreden beslissing; dat het eerste middel derhalve niet-ontvankelijk is; Overwegende dat het relaas van de verzoekende partij in de bestreden beslissing op omstandig gemotiveerde wijze ongeloofwaardig wordt bevonden; dat de XIV-181.202-1/2 verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat zij andere elementen heeft aangevoerd; dat de verwerende partij derhalve met die motivering kon volstaan om ook tot de afwijzing van de in artikel 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen voorziene subsidiaire beschermingsstatus te besluiten; dat het tweede middel kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op negen maart tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-181.202-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.315 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.