id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 09 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.326 Rolnummer: A. 181240/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 326 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 09/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-15 Raadplegingen: 44 - laatst gezien 2026-06-30 05:06 Fiche Beschikking nr 326 van 9 maart 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 326 van 9 maart 2007 in de zaak A. 181.240 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat B. VRIJENS, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 551 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door : de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 21 februari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 12 december 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 1 maart 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet van toepassing is op jurisdictionele beslissingen zoals de bestreden beslissing er een is; dat het middel in die mate niet-ontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekende partij voorts de schending van artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (de Vreemdelingenwet) en van het zorgvuldigheidsbeginsel opwerpt; dat in de bestreden beslissing wordt vastgesteld dat de verzoekende partij tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd, waardoor de geloofwaardigheid XIV-181.240-1/2 van het asielrelaas op de helling wordt gezet, dat de verzoekende partij de conclusies in de bestreden beslissing niet aanvecht; dat de verzoekende partij betoogt dat de verwerende partij heeft nagelaten de mensenrechtensituatie in Nepal te beoordelen en dat haar het subsidiaire beschermingingsstatuut niet kon worden geweigerd; dat de verzoekende partij daarmee in wezen de schending van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet opwerpt; dat het relaas van de verzoekende partij in de bestreden beslissing op omstandig gemotiveerde wijze ongeloofwaardig wordt bevonden; dat de verwerende partij derhalve met die motivering kon volstaan om ook tot de afwijzing van de in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet voorziene subsidiaire beschermingsstatus te besluiten; dat het middel in die mate kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op negen maart tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. XIV-181.240-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.326 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.