id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 15 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.338 Rolnummer: A. 181033/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 338 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 15/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-21 Raadplegingen: 41 - laatst gezien 2026-06-30 05:06 Fiche Beschikking nr 338 van 15 maart 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 338 van 15 maart 2007 in de zaak A. 181.033 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat B. SOENEN, kantoor houdende te 9000 GENT, Kortrijksesteenweg 597 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 14 februari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 18 december 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 26 februari 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het zorgvuldigheidsbeginsel en het redelijkheidsbegin- sel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing zijn op jurisdictionele beslissingen zoals de bestreden beslissing; dat de verzoekende partij niet meer dienstig naar artikel 57/12, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen kan verwijzen, vermits zij met haar raadsman zonder enig voorbehoud voor de alleenzetelende rechter op de zitting van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen is verschenen; dat het enige middel in die mate niet-ontvankelijk is; 181.033-1/2 Overwegende dat uit de bestreden beslissing en de stukken van het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij zowel op het commissariaat-generaal als op de zitting van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen uitgebreid is gehoord over incidenten en arrestaties in Ingoesjetië; dat de informatie over identiteitscontroles en zuiveringsacties in Ingoesjetië, waarnaar in de bestreden beslissing wordt verwezen, zich wel degelijk in het administratief dossier van het commissariaat-generaal bevindt, zodat de verzoekende partij er voor de zitting van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen kennis van kon nemen; dat het enige middel kennelijk ongegrond is voor wat betreft de aangevoerde schending van de rechten van de verdediging, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op vijftien maart tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. 181.033-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.338 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.