← België

Cassatiebeschikking 339 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 15/03/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 15 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.339 Rolnummer: A. 181074/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 339 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 15/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-03-21 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-30 05:07 Fiche Beschikking nr 339 van 15 maart 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 339 van 15 maart 2007 in de zaak A. 181.074 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat A. BOTTELIER, kantoor houdende te 1090 BRUSSEL, G. Gilsonstraat 11 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 15 februari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 1 december 2006 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 26 februari 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 149 van de Grondwet stelt dat “elk vonnis (...) met redenen (is) omkleed”; dat artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen (Vreemdelingenwet) bepaalt dat de beslissingen van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen met redenen worden omkleed met vermelding van de omstandigheden van de zaak; dat in de bestreden beslissing het asielrelaas van de verzoekende partij wordt weergegeven waarna op omstandig gemotiveerde wijze wordt besloten dat het oorspronkelij- ke asielrelaas en de nieuw aangebrachte feiten ongeloofwaardig zijn, dat evenmin blijkt dat de verzoekende partij het land omwille van vervolging of eventuele andere veiligheidspro- 181.074-1/2 blemen en moeilijkheden heeft verlaten en dat de verzoekende partij geen aanspraak op de subsidiaire beschermingsstatus aannemelijk maakt; dat in de bestreden beslissing terdege wordt verwezen naar de kwestie van het bezit van een cd met afbeeldingen van de Dalai Lama; dat het enige middel in die mate kennelijk ongegrond is; Overwegende dat de verzoekende partij, in de mate dat zij de redelijkheid van de motivering aanvecht, in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak vraagt waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is; dat het enige middel in die mate niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op vijftien maart tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. 181.074-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.339 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.