id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 28 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.374 Rolnummer: A. 181527/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 374 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 28/03/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-02 Raadplegingen: 41 - laatst gezien 2026-06-30 05:07 Fiche Beschikking nr 374 van 28 maart 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 374 van 28 maart 2007 in de zaak A. 181.
- In zake : XXXXX, XXXXX tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 5 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 19 januari 2007 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 13 maart 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker een enig middel put uit “de schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en van de redelijk termijn”; Overwegende dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen een administratief rechtscollege is; dat bijgevolg de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing zijn op haar beslissingen; dat de verzoeker voor het overige geen schending van de redelijke termijn aannemelijk maakt op grond van de loutere bewering dat “de beslissing van de Vaste Beroepscommissie werd genomen ruim 2,5 jaar na de aanvraag om erkenning als vluchteling door verzoeker”, en dat “op deze wijze (...) de redelijke termijn binnen dewelke verzoeker recht heeft op uitsluitsel over zijn status in België ruimschoots (werd) overschreden”; 181.527-1/2 Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op achtentwintig maart tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 181.527-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.374 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.