← België

Cassatiebeschikking 392 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 03/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 03 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.392 Rolnummer: A. 181696/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 392 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 03/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-16 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-30 05:08 Fiche Beschikking nr 392 van 3 april 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 392 van 3 april 2007 in de zaak A. 181.

  1. In zake : XXXXX, die woont te 2060 ANTWERPEN Willem Linnigstraat 19 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Chinese nationaliteit, op 9 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 26 januari 2007 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 23 maart 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing zijn op jurisdictionele beslissingen zoals de bestreden beslissing; dat de verzoekende partij in de uiteenzetting van het eerste middel in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak vraagt, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is; dat het eerste middel niet ontvankelijk is; Overwegende dat artikel 1, A, 2) van het Internationaal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, geen rechtstreekse werking heeft; dat het tweede middel in die mate niet-ontvankelijk is; dat de verzoekende partij met de zeer algemene weergave van haar eigen mening over het leven 1/2 voor haar in China geen schending van de artikelen 2 en 3 van het E.V.R.M. aannemelijk maakt; dat het tweede middel in die mate kennelijk ongegrond is; Overwegende dat de verzoekende partij met de algemene stelling dat een gedwongen terugkeer naar China een rechtstreekse bedreiging voor haar leven en vrijheid inhoudt geen schending van artikel 14 van het E.V.R.M. aannemelijk maakt; dat het derde middel kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op drie april tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.392 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.