id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 03 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.397 Rolnummer: A. 181920/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 397 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 03/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-11 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-30 05:08 Fiche Beschikking nr 397 van 3 april 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 397 van 3 april 2007 in de zaak A. 181.920 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. THIJS, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Kameroense nationaliteit, op 23 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 21 februari 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij het beroep wordt verworpen, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 28 februari 2007; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 30 maart 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De verzoekende partij stelt enkel dat de “commissaris-generaal” [sic] ten onrechte is uitgegaan van een tegenstrijdigheid in haar asielrelaas. Het middel is niet gericht tegen de bestreden beslissing en is bovendien zo summier ontwikkeld dat de Raad van State zijn wettigheidscontrole niet kan uitoefenen. 1/2 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op drie april tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.397 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.