← België

Cassatiebeschikking 428 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 17/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 17 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.428 Rolnummer: A. 181953/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 428 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 17/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-20 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-30 05:09 Fiche Beschikking nr 428 van 17 april 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 428 van 17 april 2007 in de zaak A. 181.953 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN BELLINGEN, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Jaargetijdenlaan 54 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 23 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 17 januari 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 6 april 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij met de “schending van de motiveringverplichting” blijkens de uiteenzetting van het eerste middel de motieven van de bestreden beslissing inhoudelijk aanvecht en aldus in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak vraagt, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierech- ter niet bevoegd is; dat het eerste middel niet-ontvankelijk is; Overwegende dat het beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen devolutieve werking heeft zodat de Vaste Beroepscommissie met volle rechtsmacht oordeelt en andere elementen dan de commissaris-generaal voor de vluchteling- 181.953-1/2 en en de staatlozen in aanmerking kan nemen; dat de verzoekende partij niet aangeeft op welke van haar verweermiddelen de Vaste Beroepscommissie niet zou hebben geantwoord noch dat die verweermiddelen tot een andere dan de bestreden beslissing zouden hebben moeten leiden; dat het tweede middel niet tot cassatie kan leiden, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zeventien april tweedui- zend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. 181.953-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.428 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.