id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 18 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.436 Rolnummer: A. 182092/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 436 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 18/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-24 Raadplegingen: 42 - laatst gezien 2026-06-30 05:09 Fiche Beschikking nr 436 van 18 april 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 436 van 18 april 2007 in de zaak A. 182.092 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. LANDUYT, kantoor houdende te 8730 BEERNEM, Bloemendalestraat 147 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 29 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 25 januari 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 10 april 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat het redelijkheidsbe- ginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur daarom niet op de bestreden beslissing van toepassing zijn; dat artikel 1 van het Internatio- naal Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, (Vluchtelingenconventie) geen rechtstreekse werking in het Belgische recht heeft; dat het eerste middel niet-ontvankelijk is; 182.092-1/2 Overwegende dat het relaas van de verzoekende partijen in de bestreden beslissing wordt weergegeven waarna op omstandig gemotiveerde wijze wordt besloten dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat zij de bescherming van het land, waarvan zij de nationaliteit bezit, niet kan of wil inroepen omwille van een gegronde vrees voor vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie; dat ook wordt besloten dat de verzoekende partij geen elementen heeft aangevoerd om te stellen dat zij valt onder de bepalingen van artikel 48/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen met betrekking tot het toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus; dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat zij andere elementen heeft aangevoerd; dat de verwerende partij derhalve met die motivering kon volstaan om ook tot de afwijzing van de in artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet voorziene subsidiaire beschermingsstatus te besluiten; dat het tweede middel kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op achttien april tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. 182.092-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.436 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.