id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 18 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.445 Rolnummer: A. 182100/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 445 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 18/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-25 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-30 05:10 Fiche Beschikking nr 445 van 18 april 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 445 van 18 april 2007 in de zaak A. 182.100 In zake : XXXXX, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 28 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 22 februari 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 10 april 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij onder het opschrift “cassatiemid- delen”de motieven van de bestreden beslissing inhoudelijk aanvecht en in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak vraagt; dat de Raad van State daar als administratieve cassatierechter niet voor bevoegd is; dat aan de motiveringsplicht als vormvereiste is voldaan; dat de verzoekende partij niet aangeeft welke algemene rechtsbeginselen zouden zijn geschonden; dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing zijn op een jurisdictionele beslissing zoals de bestreden beslissing; dat het middel derhalve kennelijk ongegrond is voor wat betreft de schending van de motiveringsplicht en voor het overige niet-ontvankelijk is, 182.100-1/2 BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op achttien april tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. 182.100-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.445 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.