← België

Cassatiebeschikking 446 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 18/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 18 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.446 Rolnummer: A. 182130/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 446 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 18/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-25 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-30 05:10 Fiche Beschikking nr 446 van 18 april 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 446 van 18 april 2007 in de zaak A. 182.130 In zake : XXXXX, die woont te XXXXX, XXXXX tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 30 maart 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 21 februari 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep wordt verworpen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 10 april 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van artikel 235 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen opwerpt omdat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen “een cumulatieve voorwaarde weerhoudt in bovenvermeld artikel te weten een verzoekschrift tot voortzetting van de procedure én een aanvulling van het initieel verzoekschrift”; dat de bestreden beslissing dergelijk motief echter niet bevat; dat het beroep met de bestreden beslissing uitsluitend wordt verworpen omdat de verzoekende partij niet ter terechtzitting was verschenen en evenmin was vertegenwoordigd; dat het enige middel feitelijke grondslag mist en derhalve niet tot cassatie kan leiden, BESLUIT: 182.130-1/2 Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op achttien april tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, M. MILOJKOWIC, griffier. De griffier, De voorzitter, M. MILOJKOWIC. C. ADAMS. 182.130-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.446 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.