← België

Cassatiebeschikking 457 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 23/04/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 23 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.457 Rolnummer: A. 182231/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 457 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 23/04/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-04-27 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-30 05:10 Fiche Beschikking nr 457 van 23 april 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 457 van 23 april 2007 in de zaak A. 182.231 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. SCHÜTT, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Van Noortstraat 16 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 2 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 23 februari 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij het beroep wordt verworpen; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 17 april 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De verzoekende partij roept een enig middel in: “Genomen uit de schending van het vertrouwensbeginsel en van het recht van verdediging als algemene rechtsbeginselen, minstens als beginselen van behoorlijk bestuur. Doordat de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen geen afschrift van de oproeping voor de zitting van 16 februari 2007 heeft overgemaakt aan de raadsman van verzoeker. Terwijl de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen wel nog een afschrift van het schrijven aan verzoeker dd. 15 december 2006 heeft gericht aan de raadsman van verzoeker. 1/2 Zodat het rechtmatig vertrouwen van verzoeker als rechtsonderhorige is geschon- den”. Zoals uit de benaming alleen reeds blijkt zijn de beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing op de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen die een administratief rechtscollege is. Voor het overige roept de verzoekende partij noch een rechtsbeginsel noch een uitdrukkelijke wetsbepaling in die de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen verplicht om de oproeping ter terechtzitting ook naar de raadsman van de beroepsindiener te verzenden. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op drieëntwintig april tweeduizend en zeven, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, C. VERHAERT, griffier De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. E. BREWAEYS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.457 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.