id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 08 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.504 Rolnummer: A. 182386/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 504 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 08/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-14 Raadplegingen: 46 - laatst gezien 2026-06-30 05:11 Fiche Beschikking nr 504 van 8 mei 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 504 van 8 mei 2007 in de zaak A. 182.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 10 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 21 februari 2007 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 20 april 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van de motiveringsplicht en in een tweede middel van de rechten van verdediging; Overwegende dat, wat het eerste middel betreft, verzoeker de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen in wezen een schending van haar appreciatiebevoegd- heid verwijt; dat dit veronderstelt dat dit een heronderzoek van de feiten impliceert, hetgeen niet behoort tot de bevoegdheid van de Raad van State als administratieve cassatierechter; dat het eerste middel niet ontvankelijk is; 182.386-1/2 Overwegende dat verzoeker in een tweede middel de schending aanvoert van de rechten van verdediging doordat enerzijds, hem geen uitstel werd verleend op grond van arbeidsongeschiktheid, en anderzijds, niet werd gewacht op het advies van het UNHCR; Overwegende dat de advocaat van verzoeker voor de Vaste Beroeps- commissie is verschenen en de zaak ten gronde werd behandeld; dat in de bestreden beslissing uitdrukkelijk wordt gemotiveerd waarom geen uitstel kon worden verleend op grond van verzoekers arbeidsongeschiktheid; dat verzoeker niet aantoont op welke wijze dit oordeel de strekking van de bestreden beslissing heeft beïnvloed; dat wat betreft het niet afwachten van het gevraagde advies van de UNHCR de bestreden beslissing steunt op de ongeloofwaardigheid van verzoekers relaas; dat verzoeker op dit punt evenmin aantoont op welke wijze het niet afwachten van dit advies de strekking van de beslissing heeft beïnvloed; dat het tweede middel kennelijk niet gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op acht mei tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 182.386-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.504 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.