← België

Cassatiebeschikking 508 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 08/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 08 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.508 Rolnummer: A. 182384/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 508 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 08/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-15 Raadplegingen: 45 - laatst gezien 2026-06-30 05:11 Fiche Beschikking nr 508 van 8 mei 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 508 van 8 mei 2007 in de zaak A. 182.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat K. DEVOLDER, kantoor houdende te 9000 GENT, Groot-Brittanniëlaan 151 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 11 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 5 maart 2007 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 20 april 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van “artikel 57/22 oud juncto 39/65 nieuw” van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemde- lingen (Vreemdelingenwet); dat hij stelt dat geen rekening werd gehouden met de bewijsstukken die verzoeker heeft neergelegd door in de beslissing te verwijzen naar de algemene politieke informatie over Nepal; Overwegende dat verzoeker, wat betreft de schending van de artikelen 57/22 en 39/65 van de Vreemdelingenwet, in wezen een heronderzoek vraagt van de feiten; dat de feitelijke appreciatie van de door verzoeker aangebrachte stukken en gegevens niet behoort tot de bevoegdheid van de Raad van State als administratieve 182.384-1/2 cassatierechter; dat het enig middel, zoals door verzoeker geadstrueerd, beoogt dat de Raad van State van de feiten kennis zou nemen en de zaak opnieuw zou onderzoeken; dat een dergelijk middel niet ontvankelijk is in graad van administratieve cassatie; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op acht mei tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 182.384-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.508 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.