id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 10 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.535 Rolnummer: A. 182469/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 535 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 10/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-18 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-30 05:12 Fiche Beschikking nr 535 van 10 mei 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 535 van 10 mei 2007 in de zaak A.182.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat V. VAN GENECHTEN, kantoor houdende te 2900 SCHOTEN, Grote Singel 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 16 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 7 maart 2007 waarbij wordt geweigerd haar te erkennen in de hoedanig- heid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 23 april 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster in een enig middel de schending aanvoert van het recht van verdediging door een gebrek, onduidelijkheid en dubbelzinnigheid in de motivering, van artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), van artikel 149 van de Grondwet, van artikel 6 van het EVRM en van artikel 1 van de Vluchtelingenconventie; Overwegende dat in het enig middel, verzoekster kritiek uit op de appreciatie van haar asielrelaas en van de door haar neergelegde documenten door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; dat met dit middel, verzoekster in wezen beoogt dat 182.469-1/2 de Raad van State van de feiten kennis zou nemen en de zaak opnieuw zou onderzoeken; dat, naar luid van artikel 14, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de Raad in geval van cassatieberoep tegen de door de administratieve rechtscolleges in laatste aanleg gewezen beslissingen in betwiste zaken niet in de beoordeling van de zaken zelf treedt; dat het middel niet ontvankelijk is; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op tien mei tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 182.469-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.535 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.