id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 14 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.563 Rolnummer: A. 182667/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 563 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 14/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-21 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-30 05:13 Fiche Beschikking nr 563 van 14 mei 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 563 van 14 mei 2007 in de zaak A. 182.667 In zake : XXXXX, tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 18 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 16 maart 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij het beroep wordt verworpen, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 22 maart 2007; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 9 mei 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste middel roept de verzoekende partij de schending in van de motiveringsplicht. De Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen zou in haar beslissing niet hebben geantwoord op argumenten van de verzoekende partij. De verzoekende partij toont echter niet aan dat dit beweerd motiveringsgebrek de strekking van de bestreden beslissing heeft beïnvloed. In een tweede middel wordt de schending ingeroepen van artikel 33 van het verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, goedgekeurd bij wet van 26 juni 1953. Deze bepaling verbiedt niet dat een verdragsluitende staat, na een onderzoek naar het vervuld zijn van de voorwaarden, een beslissing neemt 1/2 over het al dan niet voorafgaandelijk verlenen van het vluchtelingenstatuut aan de vreemdeling die daarom verzoekt. In een derde middel wordt de schending ingeroepen van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De bestreden beslissing zou niet afdoende zijn gemotiveerd. De Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen is echter een administratief rechtscollege waarop dit wettelijk voorschrift niet van toepassing is. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op veertien mei tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.563 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.