← België

Cassatiebeschikking 571 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 15/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 15 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.571 Rolnummer: A. 182537/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 571 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 15/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-06 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-30 05:13 Fiche Beschikking nr 571 van 15 mei 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 571 van 15 mei 2007 in de zaak A. 182.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat P. TARAORE, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Georges Bergmannlaan 134 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 18 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 21 februari 2007 waarbij wordt geweigerd haar te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 26 april 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekster in een enig middel de schending aanvoert van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshande- lingen, van artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelin- genwet), van de beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid van het zorgvuldigheidsbe- ginsel, en van het beginsel “nulla poena sine lege”, doordat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen het in het Frans gestelde verzoekschrift onontvankelijk heeft verklaard, zonder hiervoor een wettelijke grondslag te hebben; 182.537-1/2 Overwegende dat artikel 3 van het koninklijk besluit van 19 mei 1993 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen luidt: “De beroepen bedoeld in artikel 57/11, paragraaf 1, eerste lid, van de wet, worden bij de Commissie ingesteld door middel van een verzoekschrift dat is opgesteld in de taal van de procedure die werd bepaald overeenkomstig artikel 51/4 van de wet, ofwel door de vreemdeling of zijn advocaat, ofwel door de Minister of zijn gemachtigde ondertekend.”; Overwegende dat de verplichting om in een Nederlandstalige procedure een Nederlandstalig verzoekschrift in te dienen van substantiële aard is; dat het enig middel derhalve kennelijk ongegrond is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op vijftien mei tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 182.537-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.571 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.