← België

Cassatiebeschikking 580 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 15/05/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 15 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.580 Rolnummer: A. 182549/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 580 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 15/05/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-05-23 Raadplegingen: 45 - laatst gezien 2026-06-30 05:13 Fiche Beschikking nr 580 van 15 mei 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 580 van 15 mei 2007 in de zaak A. 182.549 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat L. VERHEYEN, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 12 b 6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 18 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 20 maart 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij afstand van het geding wordt vastgesteld; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 2 mei 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat op 5 januari aan de verzoekende partij een ter post aangetekende brief aan de verzoekende partij op haar gekozen woonplaats werd gestuurd met de vraag of zij het geding wenste voort te zetten, zoals voorzien in artikel 235, § 3, eerste lid, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbe- twistingen; dat de verzoekende partij haar verzoek tot voorzetting slechts op 16 februari 2007 heeft ingediend, hetzij buiten de in artikel 235, § 3, derde lid, van de voornoemde wet bepaalde termijn van 30 dagen; dat de verzoekende partij dit overigens niet betwist doch slechts wijt aan de nalatigheid van haar vroegere raadsman; dat zulks niet als overmacht kan worden beschouwd; dat de Vaste Beroepscommissie derhalve op grond van die laattijdigheid 182.549-1/2 op afdoende gemotiveerde wijze de afstand van het geding kon vaststellen; dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, precies omwille van die afstand, evenmin de toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus kon onderzoeken; dat het eerste middel kennelijk ongegrond is; Overwegende dat de overige middelen, gelet op de bespreking van het eerste middel en in de mate dat zij ontvankelijk zouden zijn, niet tot cassatie van de bestreden beslissing kunnen leiden, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op vijftien mei tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 182.549-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.580 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.