id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 06 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.619 Rolnummer: A. 182982/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 619 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 06/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-14 Raadplegingen: 43 - laatst gezien 2026-06-30 05:15 Fiche Beschikking nr 619 van 6 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 619 van 6 juni 2007 in de zaak A. 182.982 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat F. JACOBS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Kroonlaan 207 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 2 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 23 maart 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij het beroep wordt verworpen, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 30 maart 2007; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 31 mei 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 2, §§ 2 en 3, van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van artikel 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), van artikel 149 van de gecoördineerde grondwet en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, van de “principes van machtsoverschrijding” en van de “algemene principes van het recht op een eerlijke en openbare behandeling van het proces”. De verzoekende partij stelt dat er ook sprake is van een schending van de artikelen 39/65, 48/4 en 49/3 van de Vreemdelingenwet en van artikel 1/3 3 van de “Conventie van de Mensenrechten”. Zij stelt dat de Vaste Beroepscommissie bij de behandeling van haar dossier getuigde van “een uitzonderlijke achteloosheid” en dat onvoldoende werd onderzocht of de verzoekende partij niet in aanmerking zou kunnen komen voor het subsidiair beschermingsstatuut. Voorts argumenteert zij dat haar Tsjetsjeense origine op zich niet in twijfel wordt getrokken door de Vaste Beroepscommissie. Zij verwijst ook op uitvoerige wijze naar rechtspraak van de Vaste Beroepscommissie waaruit zou blijken dat personen van Tsjetsjeense afkomst het moeilijk hebben een “chronologie” van de gebeurtenissen weer te geven, en waaruit eveneens de beperktheid van “de mogelijkheid tot vluchtalternatief binnen de Russische Federatie (...) voor personen uit de Kaukasus en nog meer voor mensen van Tsjetsjeense origine”zou blijken. Ten slotte citeert de verzoekende partij ook nog rechtspraak van de Vaste Beroepscommissie waarin “reeds herhaaldelijk (zou zijn) herinnerd (...) dat de etnische Tsjetsjenen (...) als een ‘nationaliteit’ dienen te worden beschouwd”. De Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen is een administratief rechtscollege. Bijgevolg is de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet van toepassing op haar beslissingen. Uit de uiteenzetting van het middel blijkt dat de verzoekende partij opkomt tegen de inhoudelijke motieven van de bestreden beslissing en wil dat de Raad van State de feitelijke beoordeling van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen overdoet. Wanneer de Raad van State als rechter in cassatie een jurisdictionele administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Zoals uit de benaming alleen reeds blijkt, zijn de beginselen van behoorlijk bestuur niet van toepassing op de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen die een administratief rechtscollege is. De verzoekende partij licht niet in het minst toe hoe het recht van verdediging zou zijn geschonden. Dit onderdeel van het eerste middel komt er in wezen op neer de beoordeling ten gronde van de feitenrechter te bekritiseren, welke kritiek buiten de bevoegdheid van de Raad van State valt. Ten slotte blijkt dat het relaas van de verzoekende partij in de bestreden beslissing op omstandig gemotiveerde wijze ongeloofwaardig wordt bevonden en dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt dat zij elementen heeft aangevoerd die het tegendeel zouden aantonen. Bijgevolg kan de verwerende partij met een dergelijke motivering volstaan om aan de verzoekende partij het subsidiaire beschermingsstatuut te ontzeggen. 2/3 Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op zes juni tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.619 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.