id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 06 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.621 Rolnummer: A. 182802/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 621 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 06/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-15 Raadplegingen: 42 - laatst gezien 2026-06-30 05:15 Fiche Beschikking nr 621 van 6 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 621 van 6 juni 2007 in de zaak A. 182.802 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat M. LECOMPTE, kantoor houdende te 9090 MELLE, Kalverhagestraat 8a tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 25 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 22 februari 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij het beroep wordt verworpen, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 23 maart 2007; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 29 mei 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Hoewel de verzoekende partij beweert een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in te dienen, kan haar vordering worden beschouwd als een cassatieberoep tegen een beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen. In een enig middel roept de verzoekende partij de schending in van de hoorplicht, het recht om haar standpunt naar voor te brengen, het recht van verdediging, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, het motiveringsbeginsel en de motiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoekende partij beweert, kort samengevat, dat zij niet werd gehoord door 1/2 de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. Dit middel komt niet op tegen de bestreden beslissing en kan dus niet tot nietigverklaring ervan leiden. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op zes juni tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.621 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.