id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 06 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.641 Rolnummer: A. 183073/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 641 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 06/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-14 Raadplegingen: 45 - laatst gezien 2026-06-30 05:16 Fiche Beschikking nr 641 van 6 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 641 van 6 juni 2007 in de zaak A. 183.073 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat L. VANDEWIELE, kantoor houdende te 8600 DIKSMUIDE, Vismarkt 1 tegen: de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 7 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 4 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij het beroep wordt verworpen, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht per aangetekend schrijven verzonden op 7 april 2007; Gelet op de ontvangst van het administratief dossier op 31 mei 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; In een eerste onderdeel van een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van het motiveringsbeginsel en van het artikel 39/65, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). In een tweede onderdeel van dat middel stelt de verzoekende partij dat haar het subsidiaire beschermingsstatuut onterecht werd ontzegd en dat de Vaste Beroepscommissie de bestreden beslissing op dit punt onvoldoende heeft gemotiveerd. 1/2 Uit de uiteenzetting van het middel blijkt dat de verzoekende partij in wezen opkomt tegen de inhoudelijke motieven van de bestreden beslissing en wil dat de Raad van State de feitelijke beoordeling van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen overdoet. Wanneer de Raad van State als rechter in cassatie een jurisdictionele administratieve beslissing aan de wet toetst, treedt hij niet op als rechter in hoger beroep die op aanvraag van de rechtzoekende de ware toedracht van de feiten gaat beoordelen. Bovendien stelt de bestreden beslissing vast dat de verzoekende partij geen elementen aanbrengt die aantonen dat zij van de subsidiaire bescherming kan genieten en motiveert waarom dit te dezen het geval is. Deze motivering volstaat. De verzoekende partij toont niet aan dat deze redenen kennelijk onredelijk of onwettig zijn. Uit het onderzoek van het cassatieberoep blijkt dus dat het niet voldoet aan de vereisten voor de toelaatbaarheid ervan, bepaald in artikel 20, §2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken, op zes juni tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. E. BREWAEYS. 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.641 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.