← België

Cassatiebeschikking 686 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 06/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 06 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.686 Rolnummer: A. 182901/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 686 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 06/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-14 Raadplegingen: 44 - laatst gezien 2026-06-30 05:17 Fiche Beschikking nr 686 van 6 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 686 van 6 juni 2007 in de zaak A. 182.901 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat E. DELVAUX, kantoor houdende te 3800 SINT-TRUIDEN, Stationsstraat 10 A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 27 april 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 16 maart 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, waarbij het beroep wordt verworpen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 25 mei 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen als administratief rechtscollege jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat derhalve noch de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, noch artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet), noch de algemene beginselen van behoorlijk bestuur op haar beslissingen van toepassing zijn; dat het middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; 182.901-1/3 Overwegende dat artikel 6 van het E.V.R.M. niet van toepassing is op geschillen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het middel ook in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekende partij verder in wezen het standpunt herhaalt dat zij voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen heeft ingenomen, met name betreffende haar asielaanvraag en betreffende haar vraag tot het toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus; dat de verzoekende partij daarmee een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak vraagt, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierech- ter niet bevoegd is; dat artikel 52 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) betrekking heeft op de ontvankelijkheidsfase doch niet op beslissingen die de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen in de gegrondheidsfase heeft genomen, zoals de bestreden beslissing; dat artikel 1 van het internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, op zichzelf geen rechtstreekse werking in het Belgische recht heeft; dat het middel ook in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat in het motiverend gedeelte van de bestreden beslissing wordt uiteengezet dat en waarom de aanvraag tot het toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus wordt verworpen; dat de verzoekende partij aanvoert dat in het beschikkend gedeelte niets over die aanvraag wordt gesteld, vermits daarin enkel “het beroep wordt verworpen”; dat, precies omdat in het motiverend gedeelte op onderbouwde wijze tot de verwerping van die aanvraag wordt besloten, de aldus voorgehouden schending van artikel 48/4 van de Vreemdelingenwet de strekking van de beslissing niet kan hebben beïnvloed, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 182.901-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op zes juni tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 182.901-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.686 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.