← België

Cassatiebeschikking 760 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 14/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 14 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.760 Rolnummer: A. 183348/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 760 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 14/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-25 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-30 05:20 Fiche Beschikking nr 760 van 14 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 760 van 14 juni 2007 in de zaak A. 183.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat R. PELLENS, kantoor houdende te 3530 HOUTHALEN, Kruisstraat 23 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 16 mei 2007 ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 6 april 2007 waarbij wordt geweigerd hem te erkennen in de hoedanigheid van vluchteling; Gelet op de ontvangst, op 5 juni 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in drie middelen de schending aanvoert van artikel 1, A, van de Vluchtelingenconventie en van artikel 52 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijde- ring van vreemdelingen, van artikel 48/4 van dezelfde wet en van de motiveringsplicht als beginsel van behoorlijk bestuur; Overwegende dat artikel 3, § 2, 9/, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State voorschrijft dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de cassatiemiddelen dient te bevatten; dat onder “middel” wordt begrepen een voldoende duidelijke omschrijving van de 183.348-1/2 door de bestreden beslissing overtreden rechtsregel of rechtsprincipe en van de wijze waarop die rechtsregel of rechtsprincipe door de bestreden beslissing wordt geschonden; dat de aangevoerde middelen er enkel op neerkomen zeer summier te poneren dat verzoeker het oneens is met de bestreden beslissing; dat verzoeker nergens concreet uiteenzet waar en hoe de aangevoerde rechtsnormen de bestreden beslissing schenden; dat het eerste, tweede en derde middel derhalve onontvankelijk zijn; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op veertien juni tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 183.348-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.760 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.