id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.826 Rolnummer: A. 183467/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 826 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 22/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-06 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-30 05:25 Fiche Beschikking nr 826 van 22 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 826 van 22 juni 2007 in de zaak A. 183.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 21 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 21 maart 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; Gelet op het administratief dossier, verstuurd naar de griffie op 13 juni 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van “de motiveringsverplichting” opwerpt; dat in de bestreden beslissing op omstandig gemotiveerde wijze wordt besloten tot de verwerping van de asielaanvraag en tot het niet toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus; dat de bestreden beslissing vaststelt dat de verzoekende partij ter zitting de gewijzigde toestand in Nepal erkent en geen contra- indicatie bijbrengt die aannemelijk maakt dat zij in geval van een terugkeer vervolging zou hebben te vrezen; dat aan de motiveringsplicht van jurisdictionele beslissingen als vormvereiste is voldaan en dat het enige middel in die mate kennelijk ongegrond is; 183.467-1/2 Overwegende dat de verzoekende partij met een uitgebreide uiteenzet- ting de motivering van de bestreden beslissing inhoudelijk aanvecht; dat de verzoekende partij daarmee en met de verwijzing naar artikel 3 van het E.V.R.M. in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak vraagt, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is; dat het enige middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat het zorgvuldigheidsbeginsel, waarnaar verder in het middel wordt verwezen, als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet van toepassing is op jurisdictionele beslissingen; dat het enige middel ook in die mate kennelijk niet- ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op tweeëntwintig juni tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 183.467-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.826 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.