id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.827 Rolnummer: A. 183385/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 827 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 22/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-06 Raadplegingen: 45 - laatst gezien 2026-06-30 05:25 Fiche Beschikking nr 827 van 22 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 827 van 22 juni 2007 in de zaak A. 183.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Nepalese nationaliteit, op 18 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 5 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; Gelet op het administratief dossier, verstuurd naar de griffie op 11 juni 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van “de motiveringsverplichting” opwerpt; dat in de bestreden beslissing op omstandig gemotiveerde wijze wordt besloten tot de verwerping van de asielaanvraag en tot het niet toekennen van de subsidiaire beschermingsstatus; dat de bestreden beslissing vaststelt dat de verzoekende partij “noch in haar verzoekschrift, noch ter zitting enige aannemelijke contra-indicatie (...) (bijbrengt) ter weerlegging van (...) (de), in relatie tot het ogenblik waarop zij haar land verliet, gewijzigde toestand in Nepal”; dat aan de motiveringsplicht van jurisdictionele beslissingen als vormvereiste is voldaan en dat het enige middel in die mate kennelijk ongegrond is; dat daaraan geen afbreuk wordt gedaan door het feit dat in het beschikkend gedeelte enkel wordt gesteld dat het beroep wordt verworpen; 183.385-1/2 Overwegende dat de verzoekende partij met een uitgebreide uiteenzet- ting de motivering van de bestreden beslissing inhoudelijk aanvecht; dat de verzoekende partij daarmee en met de algemene verwijzing naar artikel 3 van het E.V.R.M. in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling van de zaak vraagt, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is; dat het enige middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat het zorgvuldigheidsbeginsel, waarnaar verder in het middel wordt verwezen, als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur niet van toepassing is op jurisdictionele beslissingen; dat het enige middel ook in die mate kennelijk niet- ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op tweeëntwintig juni tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 183.385-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.827 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.