id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.842 Rolnummer: A. 183501/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 842 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 22/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-06 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-30 05:26 Fiche Beschikking nr 842 van 22 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 842 van 22 juni 2007 in de zaak A. 183.
- In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. MEYFROOT, kantoor houdende te 8760 MEULEBEKE, Kasteelstraat 63 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd.VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, van Russische nationaliteit, op 23 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 24 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; Gelet op het administratief dossier, aangekomen ter griffie op 13 juni 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 62 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen niet van toepassing zijn op jurisdictionele beslissingen zoals de bestreden beslissing; dat het eerste middel niet-ontvankelijk is; Overwegende dat het beroep op artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend op 4 november 1950 te Rome, en goedgekeurd bij de wet van 13 mei 1955, ertoe strekt het feitelijke relaas van de verzoekende partij opnieuw te beoordelen, hetgeen niet behoort tot 183.501 - 1/2 de bevoegdheid van de Raad van State als administratieve cassatierechter; dat de verzoekende partij niet kan worden gevolgd waar zij aanvoert dat “er zwaarwichtige gronden zijn om aan te nemen dat de echtgenoot van verzoekster een ernstig risico loopt na zijn uitwijzing aan foltering of aan een onmenselijke of vernederende behandeling of straf te worden onderworpen”, nu de bestreden beslissing geen verwijderingsmaatregel inhoudt; dat het tweede middel kennelijk niet-ontvankelijk is; Overwegende dat de verzoekende partij in een derde middel de motivering van de bestreden beslissing op algemene wijze betwist, doch dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden; dat het derde middel kennelijk niet-ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op tweeëntwintig juni tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 183.501 - 2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.842 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.