← België

Cassatiebeschikking 848 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 22/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 22 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.848 Rolnummer: A. 183427/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 848 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 22/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-05 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-30 05:26 Fiche Beschikking nr 848 van 22 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 848 van 22 juni 2007 in de zaak A. 183.427 In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij advocaat M. LECOMPTE, kantoor houdende te 9090 MELLE, Kalverhagestraat 8a tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 18 mei 2007 heeft ingediend om de schorsing en de vernietiging te vorderen van de beslissing van 6 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Gelet op het administratief dossier, ter griffie bezorgd op 13 juni 2007; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat, wat de vordering tot schorsing betreft, de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen een administratief rechtscollege is, waarvan de beslissingen overeenkomstig artikel 57/23 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) slechts vatbaar zijn voor het beroep voorzien bij artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, en niet het voorwerp kunnen uitmaken van een vordering tot schorsing; dat de vordering tot schorsing niet-ontvankelijk is; 183.427-1/3 Overwegende dat uit de bestreden beslissing blijkt dat de verzoekende partij op de zitting van 22 maart 2007 werd gehoord samen met haar advocaat; dat derhalve aan de hoorplicht is voldaan; dat artikel 57/22 van de Vreemdelingenwet bepaalt dat de beslissingen van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen met redenen worden omkleed met vermelding van de omstandigheden van de zaak; dat in de bestreden beslissing het asielrelaas van de verzoekende partij wordt weergegeven en besproken, waarna wordt besloten dat in hoofde van de verzoekende partij geen gegronde vrees voor vervolging in de zin van artikel 1, A, 2) van het Vluchtelingenverdrag in aanmerking kan worden genomen en dat een beroep op de subsidiaire beschermingsstatus faalt; dat het middel in die mate kennelijk ongegrond is; Overwegende dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen jurisdictionele beslissingen uitspreekt; dat de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen derhalve niet van toepassing is op haar beslissingen; dat het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, “het motiveringsbe- ginsel en de motiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur” evenmin van toepassing zijn; dat voor het overige de verzoekende partij de motivering van de bestreden beslissing inhoudelijk aanvecht; dat zij aldus in wezen een nieuwe feitelijke beoordeling vraagt, waarvoor de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is; dat het middel in die mate kennelijk niet-ontvankelijk is; BESLUIT: Artikel 1. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. 183.427-2/3 Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op tweeëntwintig juni tweeduizend en zeven, door : de HH. C. ADAMS, staatsraad, J. CASNEUF, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. 183.427-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.848 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.