← België

Cassatiebeschikking 879 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 28/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.879 Rolnummer: A. 183369/-0 Zaak: Cassatiebeschikking 879 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-09 Raadplegingen: 43 - laatst gezien 2026-06-30 05:27 Fiche Beschikking nr 879 van 28 juni 2007 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 879 van 28 juni 2007 in de zaak A. 183.

  1. In zake : XXXXX, die woonplaats kiest bij Advocaat J. HELSEN, kantoor houdende te 2640 MORTSEL, Pieter Reypenslei 25 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXXXX, op 16 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen van 6 april 2007; Gelet op de ontvangst, op 6 juni 2007, van het dossier van de zaak; Gelet op artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals gewijzigd door artikel 8 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker in een enig middel de schending aanvoert van artikel 49/3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 149 van de Grondwet doordat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet heeft onderzocht of verzoeker mogelijk valt onder het subsidiair beschermingsstatuut zoals bepaald door artikel 48/4 van voormelde wet; Overwegende dat noch uit het verzoekschrift bij de Vaste Beroepscom- missie voor vluchtelingen, noch uit het verzoek tot voortzetting in toepassing van artikel 235, § 3, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen blijkt dat verzoeker een 183.369-1/2 rechtsmiddel heeft ontwikkeld met betrekking tot het subsidiair beschermingsstatuut; dat de verzoekende partij voor het eerst in graad van administratieve cassatie aanspraak maakt op de subsidiaire beschermingsstatus, zonder in de voorgaande procedures er ooit op gewezen te hebben noch elementen in dit verband te hebben aangebracht; dat het enig middel niet ontvankelijk is; Overwegende dat, bij ontstentenis van een ontvankelijk rechtsmiddel, het administratief cassatieberoep zelf onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep is niet toelaatbaar. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus, na beraad, te Brussel uitgesproken op achtentwintig juni tweeduizend en zeven, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. 183.369-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ORD.879 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.