← België

Arrest 178286 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.286 Rolnummer: A. 88042/X-9252 Zaak: Arrest 178286 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-17 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:27 Fiche Arrest nr 178.286 van 7 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.286 van 7 januari 2008 in de zaak A. 88.042/X-9252. In zake : de v.z.w. AKTIEKOMITEE VOOR MILIEUBESCHERMING TE MERELBEKE, die woonplaats kiest bij P. CLAUS, wonende te 9820 MERELBEKE, Kloosterstraat 56 tegen : 1. de stad GENT, 2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128. tussenkomende partij : de c.v.b.a. FASIVER, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat 25. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. AKTIEKOMITEE VOOR MILIEUBESCHERMING TE MERELBEKE op 24 november 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 juni 1999 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent waarbij aan de c.v.b.a. FASIVER de vergunning wordt verleend voor “het wijzigen van het reliëf voor de inrichting van een slibverwerkingscentrum en een monodeponie voor baggerspecie” op een terrein gelegen te Gent (Zwijnaarde), Kappetragel/Geizegemstraat, kadastraal bekend sectie B, nrs. “556/a + 71 percelen”; Gelet op het arrest nr. 88.989 van 14 juli 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-9252-1/28 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 23 augustus 2000 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 9 oktober 2000 ingediend door de c.v.b.a. FASIVER; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2000 die de tussenkomst van de c.v.b.a. FASIVER toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 13 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 24 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de heer P. CLAUS, voorzitter van de verzoekende partij, van advocaat B. VANLEE, die loco advocaat H. VAN BURM verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat J. BOUCKAERT, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-9252-2/28 X-9252-3/28 OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.1. De verzoeker omschrijft in zijn verzoekschrift zijn belang als volgt : “1. Het belang Het belang vloeit voort uit haar statuten, vermits zij een VZW is, wiens werking bepaald wordt door de statuten. Als U aanvaardt dat de belangen van een VZW in eerste orde afgebakend worden door haar statuten, dan is het evident dat ook de nadelen met haar statutaire doelstellingen te zien hebben. Statuten dienen om de richting van de vereniging te bepalen. Richting die wettelijk moet zijn en niet mag ingaan tegen goede zeden en openbare orde, wat de grens is van de vrijheid van vereniging. 2. Het doel van de vereniging Volgens art. 3 van haar statuten (...) heeft verzoekende partij tot doel : 1. Het verwezenlijken van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen. 2. Het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming. 3. Het informeren van de bevolking. 4. Het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden. Artikel 3 is bindend voor zover de financiële middelen van het komitee dit toelaten. 3. ‘Werkelijke milieubescherming’ versus grootschalige werken. Met de hier vergunde werken is een gebied gemoeid van ong. 42 ha. Dit is dus een zeer omvangrijk gebied dat paalt aan Merelbeke en dus het leefmilieu van Merelbeke onvermijdelijk betrekt. Wil verzoekende partij werkelijk aan milieubescherming doen, dan is zij verplicht deze beslissing aan te vechten. De uitvoering ervan dreigt immers van een valleigebied een stortheuvel te maken. De Scheldevallei tussen Gentbrugge en Merelbeke is reeds ernstig aangetast door allerlei infrastructuren, zoals wegenaanleg, industriegebieden (Fabelta, BPA Toemaattragel, BPA Kanaal van Zwijnaarde, kanalisering van de Schelde, ...). Ook is het zo dat er in de Scheldevallei reeds een aantal andere gebieden zijn opgespoten, maar alles veel geringer van omvang. Zo bv. enkele ha. landbouwgronden aan Eke-brug (aan de Grenadierslaan), Semmerzake (de Bolveerput), de Reytmeersen en de Meersbloem te Oudenaarde. Dus als de vereniging aan werkelijke milieubescherming wil doen, ook op het vlak van de ruimtelijke ordening, dient zij in actie te komen. 4. Nadere gegevens i.v.m. de territoriale materiële binding onder meer visueel met Merelbeke. * De Tijarm, dit is het laatste deel van de Bovenschelde tot aan de sluis van Merelbeke, waar de ‘Zeeschelde’ begint, is voor de rechterhelft te situeren in Merelbeke. De grens tussen beide gemeenten loopt dus door het midden van deze Tijarm. De Tijarm is ongeveer 30 meter breed. Dus is het evident dat er tussen beide gemeenten een fysieke en visuele binding is van en naar het Eiland kijkend. En ruimtelijke ordening komt in het menselijk leefmilieu eerst terecht via het oog. X-9252-4/28 Volgens de bouwplannen is het dak van de ophoging dus peil + 13 meter trouwens voorzien vanaf 40 meter te rekenen van de Tijarm. Zie ook de voorwaarde 3.e van de bouwvergunning. Qua omliggende wegen. Ook vanaf de Zwijnaardse Steenweg, komend vanaf Merelbeke-centrum zijn er honderden meters open gebied, die dus het zicht op het bedreigde gebied mogelijk maken. (...) Onder meer de percelen gelegen ten oosten van het tuinbouwbedrijf langs de Zwijnaardse steenweg, vooraleer de ambachtelijke zone aan de Zwijnaarde-brug te bereiken. Idem vanaf de Waterstraat ten zuidoosten van het gebied, naast het Blauwhuis Kasteel Merelbeke. Idem vanaf het jaagpad langs de Tijarm, grondgebied Merelbeke, een belangrijke recreatieve weg. 5. Recreatieve schade aan het Merelbeeks leefmilieu, wat een sociaal aspect is van de ruimtelijke ordening bedoeld in de eerste en tweede statutaire doel- stelling. De uitvoering van de bouwvergunning zal ook aan het recreatieve aspect van het Merelbeekse leefmilieu schade toebrengen. Recreatie behoort tot de sociale kant van het menselijk leefmilieu dat de vereniging nastreeft. Zie trouwens ook artikel 1 van het Decreet Ruimtelijke Ordening dat de verschillende aspecten van de ruimtelijke ordening vermeldt. Aan weerszijden van de Tijarm is er nl. een jaagpad of trekweg. Hier genoemd ‘Scheldekant’ en aan de overzijde ‘Kappetragel’. Deze weg is niet voor wegverkeer, wel voor fietsers en wandelaars toegankelijk. Aan de Merelbeekse Scheldekant wordt het onder als woon-werkweg en als recreatieweg. Er is geen autoverkeer toegestaan. Vanaf het jaagpad aan weerszijden zal deze enorme reliëfwijziging dus zeer goed te zien zijn. En door de bouwwerken zal er jarenlang, ernstige recreatieve schade zijn, door lawaai, allerlei graafwerken, aanleg van baggerinfrastructuur, enz. 6. Visuele schade vanaf de Zwijnaardse Steenweg, de Waterstraat en het jaagpad. Merelbeke had in 1996 21.027 inwoners. Veel van deze inwoners zoals ook de meeste leden van verzoekster, pendelen over en weer naar Gent, via openbare wegen zoals de Zwijnaardse Steenweg over de Schelde richting Tramstraat en Oudenaardse Steenweg. Onder meer vanaf de brug over de Schelde en vanaf bepaalde delen van de Zwijnaardse steenweg is er een redelijk goed zicht op het Eiland. Dus deze visuele milieuschade is reëel. 7. Negatieve Ruimtelijke weerslag. Ontwrichting van de ruimtelijke draagkracht. Verlies van een valleigebied en open ruimte. De ruimtelijke ordening is ook een belangrijk element voor het Merelbeekse leefmilieu zoals beschreven in de statuten. Ruimtelijke ordening heeft onder meer met omgeving te maken. Het Eiland behoort duidelijk tot de omgeving van Merelbeke. Nu dient de bouwvergunning als middel om meer dan 40 ha bouwrijp te maken. Daardoor dreigt de bestemming en functie van dit gebied een duidelijke ruimtelijke weerslag op het grondgebied van de gemeente Merelbeke en niet enkel Gent. De vallei strekt zich uit aan weerszijden van de Tijarm. Het is dus ook logisch dat wat op de ene oever gebeurt, uitwerkt naar de andere oever. Bv. landschappelijk, vermits de Tijarm geen visuele barrière kan vormen. Feit is nl. dat het typisch Scheldevalleikarakter verder dreigt verloren te gaan, door ophoging met 5 á 6 meter. De ruimtelijke draagkracht van het Eiland en omgeving zal dus ontwricht worden. Dit dus landschappelijk door te veel te hoge reliëfwijziging in een van X-9252-5/28 nature eerder laag gebied. Maar ook door de i.c. reeds aangekondigde bebouwing met bedrijven. Want tot + 13 meter, dit is de hoogte van de E-40. Het oorzakelijk verband daarmee is nu reeds aanwezig, en blijkt duidelijk uit de nota's bij de bouwaanvraag. Ook zal deze commercieel getinte ophoging de aanleg van nog een stuk R4 noodzaken en de verkeersdrukte op de traditionele woon-werkwegen nog vergroten. Zie trouwens één van de voorwaarden in de bouwvergunning waar sprake is van een reservatiezone van 20 m. voor ontsluiting van dit gebied. Er wordt dus op termijn een bijkomende verkeersoverlast teweeggebracht met deze vergunning. NB Het voorziene Flanders Business Center op het Eiland zou 6000 arbeidsplaatsen scheppen... Dit terwijl ook reeds in Merelbeke een kantorencomplex van 2000 arbeidsplaatsen is voorzien nabij Ringvaart. (...) I.v.m. de ontwrichting van de ruimtelijke draagkracht. Zie ook het negatief advies van de gemeente Merelbeke i.v.m. de gewestplanherziening, wat i.c. ook relevant is (...) ‘Overwegende dat ... ; een groene corridor op Gents grondgebied ‘die parallel loopt met en ten Westen van het jaagpad langs deTijarm de verbinding vormt tussen deze twee natuurgebieden; ‘Overwegende dat deze groene corridor kadert in de creatie van een bufferzone tussen de Merelbeekse woonzone en de Gentse industriezone ten Westen van de Schelde.’ En zie het standpunt destijds van minister Baldewijns (...): ‘dat de uitbouw van een circa 70 ha beslaand teleport (hoogwaardig kantorenpark) op deze plaats het bestaande ruimtelijk evenwicht m.b.t. de verwevenheid van functies in het Gentse zal ontwrichten; ...’ 7. De doelstellingen van de vereniging zijn trouwens niet zo opgevat dat de oorzaak van een milieuprobleem zich rechtstreeks en uitsluitend op het grondgebied van Merelbeke moet voordoen. Ook neveneffecten en impact van ingrepen in andere gemeenten zijn uiteraard van belang. Gemeenten zijn geen eilanden. Dit alleen reeds i.c. door de wisselwerking qua verkeer, lawaai, visuele hinder door de ophogingswerken, ingezette rollend materieel, enz. 8. Statutair gezien is hier ondermeer de noodzaak aan milieubescherming in ruime zin en de ruimtelijke ordening dus duidelijk in het gedrang. Milieu- bescherming slaat zowel op het natuurlijk als op het menselijk leefmilieu. 9. Ecologische waarde en rust aan de Schelde- Tijarm zal verstoord worden. Ook het ecologische is een belangrijk element van het leefmilieu en ruimtelijke ordening op grondgebied Merelbeke. Door de bouwwerken zal het vogelbestand op deze getijderivier voortdurend verstoord worden. Immers, de ophogingswerken en lagunering zullen gepaard gaan met allerlei transportmiddelen, zoals buizen, vrachtwagens, enz. De Tijarm tussen de Stuw Merelbeke (ong. 1 km. ten zuiden van het Eiland) en de Sluis van Merelbeke (ong. 300 m. ten noorden van het projectgebied) heeft een groot ecologisch belang voor de Scheldevallei: * tal van eenden, steltlopers, zangvogels komen er voor. Bv. gans het jaar door is er de bergeend , een soort die ook voorkomt op de bijlage I van het Verdrag van Bern en waarvan een tiental koppels jaarlijks broeden op de ‘black point’. In de Tijarm werd vorig jaar (juni'98) een zeehond waargenomen. Verder worden er ook regelmatig (visetende) aalscholvers, oeverlopers, blauwe reigers, ijsvogel, wintertalingen, wilde eenden en tal van zangvogels waargenomen langs de oevers van de Tijarm. Ook diverse roofvogels zoals het smelleken, torenvalk, sperwer en ransuil, volgen het gebied. * In juni '98 werd er zelfs een zeehond waargenomen. Zie hierover ook de brochure over het GNOP van de stad Gent. Ook de jaren daarvoor werd er af X-9252-6/28 en toe een zeehond gezien aan de sluizen te Merelbeke (de Tijarm mondt uit aan de sluizen). * Doordat er geen scheepvaart en geen autoverkeer op de oevers plaatsvindt, is het een rustige waterloop. Rust is essentieel voor de fauna. De rust zal door de uitvoering van de bouwvergunning voor jaren verloren gaan. * het gaat hier om het laatste getijdestuk van de Schelde. Deze getijde- werking doet slikken en afwisseling in de oevervegetatie ontstaan, met onder meer riet, kaardebol, waterzuring, e.d. De bouwvergunning zal door de uitbaggering van de Tijarm negatief inwerken op het geleidelijk ontstaan evenwicht langs de oevers van de Tijarm. * de bouwvergunning hypothekeert ook de waterhuishouding van de Tijarm want volgens de bouwaanvraag zou onder meer de Tijarm uitgebaggerd worden, terwijl deze Tijarm nu nog steeds een laag waterpeil heeft, en de uitbaggering het verdrogingseffect in de Merelbeekse Scheldevallei nog zal doen toenemen. 10. Ecologische schade aan de verblijfplaatsen van Merelbeekse/Gentse avifauna. Uiteraard betekent de ophoging van dit nog vrij laag gebied, dat de rust- en voedselplaatsen van de in de omgeving voorkomende fauna zal verloren gaan en verstoord worden. Bv. voor de reigerpopulatie die broedt in het Liedermeerspark is er een directe inkrimping van 40 ha te verwachten. Gebied waar reigers nu nog op amfibieën e.d. kunnen jagen in de weilanden. Idem voor de torenvalk en de buizerd bv. 11. De landschappelijke aspecten van het leefmilieu Merelbeke. Dit behoort tot het esthetische aspect van het leefmilieu en ruimtelijke ordening vermeld in de doelstellingen. Uit de plannen blijkt duidelijk dat het de bedoeling is om dit gebied op te hogen van 6 á 7 meter hoogte nu tot 13 meter. Daar komen ook nog de stortdijken bij en de eindafdek met 1 meter. Hierdoor zal het maaiveld uiteindelijk ongeveer 1 m. onder het niveau van de (hooggelegen) autostrade komen. Het zicht vanaf de overkant van de Tijarm, bv vanaf de Zwijnaardse- steenweg, het jaagpad, enz. zal dan ook zeer sterk verstoord worden door het resultaat van deze exploitatie. Actueel is het zicht echt nog de moeite. Men kan zowel aan Zwijnaardse als Merelbeekse zijde van de Tijarm het jaagpad volgen. Doordat er geen bebouwing is op het Eiland en er behalve rond het zgn. black point aan de Geizegemstraat geen dijken zijn, is het uitzicht er nogal weids. Dit was trouwens (...) waarom op de recente nationale wandeldag ong. 13.000 wandelaars onder meer het parcours aan de overzijde van de Tijarm naast het Eiland hebben gevolgd. Dit dreigend visueel-landschappelijk nadeel is dus een rechtstreeks gevolg van de bouwvergunning, maar ook van de milieuvergunning. Een dergelijke beeldverandering over een oppervlakte van zeker 30 ha is ernstig. Het zal doen denken aan een stort zoals Callemansputte. Het vergezicht zal verdwijnen. Het Scheldevalleikarakter alhier verdwijnen. 13. De beslissing en voorafgaande procedure is ook in strijd met de doelstelling van de vereniging op het vlak van het informeren van de bevolking. Immers, spijts de toch belangrijke gevolgen voor Merelbeke, is er geen openbaar onderzoek geweest, is er geen vraag om advies geweest bij de gemeente, enz. Dit is toch niet normaal voor een project dat meer dan 40 ha dreigt te beslaan. X-9252-7/28 14. Een ander belang/nadeel is dat de aanloop naar een harde bestemming/functiewijziging van het Eiland. Deze aanvraag van Fasiver, bij deze vergund, kadert nl. duidelijk in het plan om dit Eiland om te zetten in een echte industrie- en bedrijvenzone. Dit blijkt heel duidelijk uit het besluit zelf (...) en uit de statuten van Fasiver. De samenlezing met het gewijzigde gewestplan maakt de zaak compleet. Het gewestplan voorziet nl. een deel bijzonder reservatiegebied (bedrijvenzone op termijn) en een KMO-zone (op de black point). Er is een voldoende oorzakelijk verband. Het slibstort is immers een onmisbare schakel in het valoriseren en bebouwen van het nog Groene Eiland. 15. Verder is er zeker ook het verlies van waardevolle landschapselementen en vegetatie. Een bos van enkele ha omringd met oude knotwilgen (percelen 627 b en 630) zal verdwijnen onder de meters ophoging. Meer naar de E-40 toe zijn er nog authentieke meersen met oude sleedoornhagen, tientallen knotwilgen en populieren, verzwegen in de aanvraag, maar wel degelijk bestaand. Een deel hiervan is vermeld op de biologische waarderingskaart. Er zijn ook natte ruigtes vooral naar het Kanaal van Zwijnaarde toe en rond het kleine woongehucht aan de Geizegemstraat. 16. Feitelijke inrichting als stadsbos, landbouw- en/of andere groenzone. Feit is ook dat indien deze vergunning uitgevoerd zou worden, de kans definitief verkeken is om hier nog een bos aan te leggen. Wat ook van belang is voor het Merelbeeks leefmilieu, want gezien de noodzaak onder meer van afscherming t.o.v. de industrie , verbrandingsinstallaties enz. van het U.Z.G., de Ivago, Monsanto, Propafilm enz. aan de overzijde van de Ringvaart. (...)”. 1.2. De eerste verwerende partij repliceert hierop het volgende : “1. Verzoekster stelt dat zij een VZW is die tot doel heeft: - het verwezenlijken van een werkelijke natuurbescherming in al haar vormen : - het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming; - het informeren van de bevolking; - het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden. De aangevochten vergunning heeft betrekking op percelen, gelegen te Gent (Zwijnaarde), derhalve niet behorend tot de gemeente Merelbeke. De verzoekster gaat uitvoerig in op de territoriaal-materiële en visuele binding met de gemeente Merelbeke teneinde aldus een link te leggen met haar statutair doel. Nochtans is het doel volgens de statuten beperkt tot het plaatsen van de ruimtelijke ordening van de gemeente Merelbeke in functie van de milieubescherming. De bouwvergunning heeft als dusdanig geen weerslag op de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke, zodat niet voldaan is aan de voorwaarde van een rechtstreeks persoonlijk belang in hoofde van verzoekster. De VZW streeft een algemeen belang na dat los staat van haar statutair doel, hetgeen niet toelaatbaar is. ‘Via de oprichting van een VZW kan geen actio popularis worden ingesteld’ (...). De verzoekster verwijst daarbij uitgebreid naar de ruimtelijke gevolgen die ‘zullen’ veroorzaakt worden door de werken die volgens haar in de toekomst X-9252-8/28 zullen uitgevoerd worden, nl. de uitbouw van een business-center, een KMO- zone, ... Er kan geen rekening gehouden worden met de gevolgen van gebeurlijke in de toekomst te verlenen vergunningen, vermits dit geen actueel belang voorstelt. 2. Zeer terecht heeft uw Raad (...) geoordeeld dat de (schorsings)vordering het statutaire doel van de verzoekende partij te buiten gaat en dat de aangevoerde argumentatie m.b.t. een territoriale materiële binding onder meer visueel met Merelbeke hieraan niets afdoet. De exceptie van niet-ontvankelijkheid werd door Uw Raad gegrond bevonden. Uiteraard is de beoordeling van de ontvankelijkheid van het annulatieberoep volledig identiek aan de ontvankelijkheid van het schorsingsberoep. 3. In haar verzoekschrift wijdt de verzoekende partij uitvoerig uit over de beweerdelijk nefaste gevolgen van de bouwvergunning voor het leefmilieu op de site ‘Eiland’. Afgezien van de vraag of er sprake van is dat de verzoekster een persoonlijk nadeel lijdt ingevolge werken die worden uitgevoerd in een gemeente die statutair niet tot de actieradius van de VZW behoort, hetgeen volgens concluante niet het geval is (...), kan zij zich niet van de indruk ontdoen dat de verzoekende partij daarbij een uiterst eenzijdig, ongenuanceerd beeld geeft nopens de actuele toestand van de percelen en de toekomstige toestand, nadat de vergunde werken zullen zijn uitgevoerd. Het verloop van de behandeling van de bouwaanvraag illustreert precies dat grondig rekening werd gehouden met ecologische verzuchtingen en opwaardering, hetgeen zich trouwens heeft veruitwendigd in de voorwaarden die de bouwvergunning heeft opgelegd. Daarbij kan de verzoekster zich niet beroepen op de mogelijke nadelen die uitsluitend het gevolg zijn van het gewijzigde gewestplan Gentse en Kanalenzone, die het gebied als KMO-zone en bijzonder reservatiegebied bestemde, hetgeen verzoekster duidelijk wél doet (de verwijzing naar toename van verkeer, lawaaihinder, ...) Zoals gezegd, wordt een gedeelte van het gebied gevormd door een deels zwaar vervuild gebied, de historisch vervuilde black point. Het overige gedeelte van het gebied is weide, met enkele woningen, wat akkerland, een laagstamboomgaard en een klein bos. De opwaardering van het gebied veronderstelt in de eerste plaats het gezond maken van de bezoedelde en waterzieke gronden, waarbij het noodzakelijk blijkt de slibbekkens te zuiveren en de laaggelegen gronden op te hogen. Bij de uitwerking van de aanvraag werd een bijzondere aandacht besteed aan het ecologisch facet van het project door het voorzien van een brede groene buffer (minimaal 50 meter) langs de Tijarm, groene buffer waar oevervegetatie, houtwal- en bosbeplanting zullen zorgen voor een landschappelijk en ecologisch interessante site die zich vervlecht met de overige delen van het landschap. Ter informatie vestigt concluante er de aandacht op dat voor het gebied in het kader van de uitbouw van een groenas 4 een groene ruimte was voorzien van 100 m langs de Tijarm. De studie over de uitbouw van groenas 4 -van stadscentrum naar de Vallei van de Bovenschelde(-) werd weliswaar op 28 mei 1998 goedgekeurd door het College van Burgemeester en Schepenen maar werd niet goedgekeurd door de Gemeenteraad, zodat dit geen bindende en/of verordenende kracht heeft (...) Één van de redenen waarom het plan tot heden niet werd goedgekeurd is o.a. omwille van de vaststelling dat de groene buffer van 100 meter langs de Tijarm de draagkracht van het terrein ruimschoots overschreed. X-9252-9/28 Weze trouwens gezegd dat de uitbouw van groenassen een loutere beleidsoptie is die, zelfs na gebeurlijke goedkeuring door de Gemeenteraad, slechts bindende kracht kan en zal verkrijgen voor zover deze beleidsopties zullen gematerialiseerd worden via de opname in bindende plannen van aanleg. Na aanpassingen van de oorspronkelijke plannen werden omtrent de bouwaanvraag gunstige adviezen verleend door o.m. de Technische Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning op 8/4/1999 (...) en door de Dienst natuurontwikkeling op 14/4/1999 (...). Het valt op dat de verzoekende partij nauwelijks ingaat op de nochtans relevante inhoud van deze adviezen... Hoe dan ook : de argumentatie van de verzoekende partij wordt geheel weerlegd door de inhoud van de bouwvergunning zelf, die voorziet in diverse garanties op ecologisch vlak en uiteindelijk zullen leiden tot een ecologische opwaardering van het gebied, dat thans deels zwaar vervuild en deels waterziek is. Meer bepaald voorziet het in een termijn waarbinnen de aanleg van de groenassen dient te geschieden, dient een brede buffer te worden aangelegd als compensatie voor de ontlasting en mogen er geen verstorende werken worden uitgevoerd tijdens de gevoelige periodes voor de avifauna. De aandacht zij er op gevestigd dat de in de bouwvergunning vervatte werken geen ‘naakte’ talud ophoging tot gevolg zullen hebben, doch integendeel een groenas die gradueel overgaat”. 1.3. De tweede verwerende partij stelt wat volgt : “2. Allereerst moet worden opgemerkt, voor zover verzoekster zich beroept op de bijkomende verkeersoverlast, de ‘reeds aangekondigde bebouwing’ en het feit dat het slibstort een onmisbare schakel zou zijn in het valoriseren en bebouwen van het Eiland om de schade aan te duiden die door haar zou worden geleden, dat deze schade voortvloeit uit de wijziging van het gewestplan Gentse en Kanaalzone zoals bij besluit van 28 oktober 1998 definitief vastgesteld. Deze gewestplanwijziging is echter niet het voorwerp van huidige procedure. Het nadeel van verzoekster staat dan ook niet in rechtstreeks verband met de thans bestreden beslissing. 3. Verzoekster stelt dat haar belang voortvloeit uit haar statuten, die overeenkomstig artikel 3 aangeven dat de vzw tot doel heeft : 1. het verwezenlijken van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen 2. het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming 3. het informeren van de bevolking 4. het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden. De territoriale binding van het belang zou volgens verzoekster blijken uit het feit dat met de vergunde werken een gebied gemoeid is dat paalt aan Merelbeke en dus het leefmilieu van Merelbeke zou betrekken. Anderzijds loopt de grens van de gemeenten Merelbeke en Gent door het midden van de Tijarm. Dus is het voor verzoekster ‘evident dat er tussen beide gemeenten een fysieke en visuele binding is van en naar het Eiland kijkend’. Dat ingeroepen belang van verzoekster wordt betwist om de hierna volgende redenen. 4. De verzoekster heeft geen persoonlijk en rechtstreeks belang. Onder het persoonlijk karakter van het belang wordt begrepen, de vereiste dat verzoekster zich in een bepaalde rechtsverhouding ten opzichte van de bestreden beslissing bevindt. X-9252-10/28 Het rechtstreeks karakter van het belang heeft betrekking op de relatie die dient te bestaan tussen het nadeel en de bestreden beslissing. De bestreden bouwvergunning heeft betrekking op een terrein gelegen op Gents grondgebied en niet op dat van Merelbeke. De statuten van verzoekster bepalen dat zij slechts tot doel heeft ‘het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming’. Waar zij voorhoudt dat de doelstellingen van de vereniging niet zo opgevat zijn dat de oorzaak van het milieuprobleem zich op het grondgebied van Merelbeke moeten voordoen, verbindt zij een bijkomend doel aan de 4 statutaire doelstellingen. Uit de statuten is dit niet af te leiden. Verzoekster tracht haar stelling te motiveren aan de hand van de wisselwerking qua verkeer, lawaai, ingezet rollend materieel en vooral visuele hinder. Er wordt echter op geen enkele wijze concreet geschetst wat deze nadelen precies inhouden in het licht van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke. De statuten hebben als doel slechts het plaatsen van de ruimtelijke ordening op dat grondgebied, in functie van de milieubescherming opgenomen. De vordering tot nietigverklaring gaat het statutair doel van de verzoekende partij te buiten. Er bestaat geen voldoende rechtstreeks en persoonlijk belang. 5. Het ingeroepen belang voldoet niet aan het specialiteitsbeginsel. Ingevolge het specialiteitsbeginsel dienen de statutaire bepalingen betreffende het maatschappelijk doel voldoende precies te zijn om aan te tonen dat het voorwerp van het beroep direct en specifiek past binnen het door de verzoekende vereniging betrachte doel. Een grondig onderzoek dringt zich op. (...). Verzoekster dient aannemelijk te maken waarom de bestreden vergunning de belangen van haar leden zou aantasten en afbreuk zou doen aan haar doelstellingen. Uit de statuten van verzoekster blijkt dat haar maatschappelijk doel er in de eerste plaats in bestaat een werkelijke milieubescherming in al haar vormen te betrachten. Deze doelstelling heeft een algemene draagwijdte en staat gelijk met de actio popularis indien de handeling die wordt aangevochten geen algemene draagwijdte heeft - even algemeen als die van de doelstelling waarop verzoekster haar beroept - doch een specifieke strekking heeft. Terzake gaat het om beroep tot vernietiging van een bouwvergunning tot het wijzigen van het reliëf op het grondgebied van de stad Gent buiten het territoriaal werkingsveld van verzoekster en niet om een beroep tegen een algemene maatregel met betrekking tot het milieu en de milieubescherming van de gemeente Merelbeke. Overigens kan de verzoekster zich niet beroepen op een statutaire doelstelling die betrekking heeft op de bescherming van het milieu om haar belang te staven bij het aanvechten van een bouwvergunning. Dat specifieke belang kan slechts ingeroepen worden bij het aanvechten van een milieuvergunning. 6. Het ingeroepen belang voldoet niet aan de vereiste van een overeen- komstig de statuten voldoende specifiek belang De rechtstreekse band tussen het in het maatschappelijk doel bepaald werkterrein van verwerende partij en de aard van de bestreden beslissing dient aangetoond te worden. Er dient duidelijk een geografische band te bestaan tussen de vereniging en haar leden enerzijds en de bestreden beslissing anderzijds. Uit de ledenlijst blijkt dat het merendeel van de leden van verzoekster op het grondgebied Merelbeke wonen. Verwerende partij verwijst naar wat hoger werd gesteld. Er is geen geografische band tussen de vereniging en haar leden enerzijds en de bestreden beslissing anderzijds. X-9252-11/28 7. Het door de verzoekster ingeroepen belang voldoet niet aan het rechtens vereiste actueel belang. De vrees van verzoekster dat ‘wat op de ene oever gebeurt, uitwerkt naar de andere oever’ en het nadeel dat verzoekster meent te lijden door de aangekondigde bebouwing, kan geen actueel belang uitmaken. Ook de volgens verzoekster - noodzaak tot de aanleg van een stuk R4 is niet in huidige vergunning voorzien. Uit de behandeling van de middelen en het feitenrelaas blijkt dat voldoende maatregelen werden genomen om de ecologische schade en het verlies van waardevolle landschapselementen en vegetatie te vermijden en te beperken. Indien deze schade al ontstaat door huidige bouwaanvraag, dan doet deze zich bovendien uitsluitend voor op het grondgebied van de stad Gent en niet van de gemeente Merelbeke. Verzoekster slaagt er ook hier niet in de vrees voor deze ecologische schade op het grondgebied van Merelbeke te concretiseren. Bovendien is de vrees voor een nadeel onvoldoende om het belang aan te tonen. Verzoekster meent eveneens dat door de vergunning de kans om een bos aan te leggen definitief verkeken is. Ook dit nadeel kan niet als actueel worden beschouwd. 8. Volledigheidshalve kan ook het volgende worden aangestipt : belangrijk bij de beoordeling van het belang, en door verzoekende partij helemaal niet aangekaart, is de aanwezige verontreiniging van de grond. De vijf slibbekkens van het voormalige Fabelta Zwijnaarde (+/- 6 ha), waarin viscoseafval werd gestort werd door de Vlaamse Regering aangewezen als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering dient te gebeuren. Bovendien werden ook rond deze site meerdere percelen op de ‘zwarte lijst’ geplaatst, aangezien zij eveneens, maar in iets mindere mate verontreinigd zijn. Het is derhalve vooral, zo niet uitsluitend, deze situatie die de thans bestreden beslissing noodzakelijk maakt. De Vlaamse Regering (na advies van OVAM) beschouwt het perceel immers gedeeltelijk als een ‘black-point’, een ernstige bedreiging voor mens en milieu. Waar verzoekende partij zich bij de behandeling van het belang vooral beroept op schade aan het leefmilieu, rijst toch de vraag of de beweerde kwaliteit van het milieu inderdaad zo fantastisch is als zij laat doorschijnen. Het ingeroepen nadeel - zo dit al zou bestaan - vloeit niet voort uit de bestreden vergunning, maar uit de beslissing van de OVAM van 12 maart 1999 inzake de ‘conformiteit van het Bodemsaneringsproject industriële stortplaats en aanpalende percelen te Zwijnaarde’, alsook uit de op 23 december 1998 genomen beslissing van de Minister van Leefmilieu waarbij het beroep tegen de beslissing van de bestendige deputatie d.d. 25 juni 1998 waarbij een milieuvergunning werd verleend, werd ongegrond verklaard. 9. Het betrokken terrein is gelegen naast de drukke E 40-autoweg. Zoals de Raad van State reeds in zijn arrest d.d. 28 oktober 1999 (...) heeft gesteld, maakt verzoekende partij niet aannemelijk dat de toename van het lawaai door de vergunde motorvoertuigen dermate hoog is dat het woonklimaat in de gemeente Merelbeke ernstig zal worden verstoord. Eveneens oordeelde de Raad van State in dezelfde procedure dat het landschap, dat niet gelegen is op het grondgebied van de gemeente Merelbeke, reeds gekenmerkt wordt door autowegen, bruggen, kanalen en andere kunstmatige infrastructuur. Verzoekende partij verduidelijkt nergens dat de ingreep in het landschap een belang ten opzichte van het leefmilieu van de gemeente Merelbeke uitmaakt. Ook in huidig verzoekschrift wordt dit niet geconcretiseerd. De dreigende toename van lawaai, het verdwijnen van het Scheldevalleikarakter, de reliëfverhoging, het verdwijnen van stukje bos, kortom de gedaanteverandering van het terrein zijn elementen waarover de overheid op het moment van de vaststelling van het gewestplan een standpunt X-9252-12/28 innam en een beleidskeuze maakte. De verzoekende partij kon in deze procedure haar bezwaren op voldoende wijze uiten”. X-9252-13/28 1.4. De tussenkomende partij brengt de volgende exceptie aan : “a. Algemeen Overeenkomstig een vaststaand principe dient een verzoekende partij blijk te geven van een persoonlijk belang, d.w.z. dat de verzoekende partij zich in een bepaalde rechtsverhouding ten opzichte van de bestreden beslissing bevindt. Dit onderzoek wordt in concreto gevoerd. Overeenkomstig een vaste rechtspraak van Uw Raad heeft in principe iedere persoon belang bij de ruimtelijke ordening van zijn wijk, net zoals ieder bouwwerk in principe iedere buur aanbelangt. In dit verband aanvaardt uw Raad dat de verzoeker die op een deugdelijke wijze aantoont dat hij eigenaar of bewoner is van een pand of een perceel dat paalt aan of gelegen is naast ofwel gelegen is tegenover datgene waarvoor een bouwvergunning is verleend of die in het algemeen in de onmiddellijke nabijheid woont van het perceel waarvoor een vergunning wordt afgegeven daardoor alleen al doet blijken van het wettelijk vereiste belang. (...). Het belang waarvan de verzoekende partij blijk dient te geven, dient bovendien rechtstreeks te zijn, d.w.z. dat er een direct of rechtstreeks causaal verband moet bestaan tussen het nadeel dat de verzoekende partij beweert te ondervinden als gevolg van de bestreden beslissing zelf. Tenslotte dient de verzoekende partij blijk te geven van een actueel belang : het belang moet voorhanden zijn op het ogenblik van het indienen van het beroep tot nietigverklaring/schorsing. b. Toepassing in casu In de eerste plaats is vast te stellen dat, voor zover verzoekende partij zich beroept op de recreatieve en visuele schade die zij of haar leden zou(den) ondervinden uit de ophoging van de terreinen en de slibberging, deze desgevallend enkel kan voortvloeien uit het gewijzigd gewestplan Gentse en Kanaalzone dat bij besluit van 28 oktober 1998 van de Vlaamse Regering definitief is vastgesteld en dat op 26 januari 1999 in het Belgisch Staatsblad is verschenen. Deze voormelde beslissing maakt evenwel niet het voorwerp uit van het huidig beroep. De bestreden bouwvergunning blijkt aldus niet de rechtstreekse oorzaak te zijn van de schade die het rechtstreekse belang moet verantwoorden. Bovendien is op te merken dat de bestreden bouwvergunning betrekking heeft op een terrein, nl. het ‘Eiland’, dat op Gents en dus niet op Merelbeeks grondgebied gelegen is. Er bestaat dus geen voldoende rechtstreekse band tussen het belang en de bestreden beslissing, vermits de actieradius van verzoekster zich tot de gemeente Merelbeke beperkt (zie artikel 3, 2 van de statuten : ‘het plaatsen van de ruimtelijke ordening op het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming’). In het arrest met (...), uitgesproken in het kader van de schorsingsprocedure, heeft Uw Raad dan ook terecht als volgt geoordeeld : ‘Overwegende dat het statutaire doel van verzoekende partij het werkingsgebied van de vereniging wat betreft de ruimtelijke ordening beperkt is tot ‘het grondgebied van de gemeente Merelbeke’, en dit specifiek ‘in functie van de onder punt 1 aangegeven ‘werkelijke milieubescherming in al haar vormen’, dat het bestreden besluit de bouwvergunning verleent voor ‘het wijzigen van het reliëf voor de inrichting van een slibverwerkingscentrum en een monodeponie voor baggerspecie’ een terrein gelegen te Gent (Zwijnaarde), Kappetragel/Geizegemstraat; dat de verwerende partij en de tussenkomende partij terecht opwerpen dat het bestreden besluit de bouwvergunning verleent voor het uitvoeren van werken op een terrein dat is gelegen, niet op het grondgebied van de gemeente Merelbeke, maar op het grondgebied van de stad Gent; dat de X-9252-14/28 vordering het statutaire doel van verzoekende partij te buiten gaat; dat de door verzoekende partij aangevoerde argumentatie met betrekking tot een ‘territoriale materiële binding onder meer visueel met Merelbeke’, hieraan niets afdoet; dat de door verwerende en de tussenkomende partij opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid gegrond is.’ Ook de vordering tot schorsing van tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 oktober 1998 houdende definitieve vaststelling van een gedeelte van het gewestplan Gentse en Kanaalzone (met name de wijziging van een bufferzone op het zgn. ‘Eiland’ - de ‘Teleport-zone’ en ‘het bijzonder reservatiegebied (na sanering)’, werd bij arrest van Uw Raad (...) om dezelfde reden verworpen. Ook hier heeft Uw Raad geoordeeld dat verzoekende partij geen belang had bij de vordering, omdat haar statutair doel beperkt is tot het grondgebied van de gemeente Merelbeke, terwijl de aangevochten bestemmingswijzigingen betrekking hebben op het grondgebied van de stad Gent (Zwijnaarde)”. 1.5. De verzoekende partij antwoordt hierop het volgende in haar memorie van wederantwoord : “In haar memorie van wederantwoord repliceert verzoekende partij als volgt op de aangevoerde excepties : Beide verweerders vallen terug op het grondgebied van Merelbeke. Nochtans is stricto sensu in de statuten van de verzoekster niet vermeld dat haar werkingsgebied slechts Merelbeke is. De bedoeling van de oprichters in 1972 is nl. geweest om Merelbeke en omgeving te vrijwaren van verdere daling van de milieuwaarden. De oprichters liepen niet rond met een paardenbril, die Merelbeke als een eiland zagen t.o.v. de omgeving. Ook nu is dat nog steeds niet zo. Het is wel juist dat de tweede doelstelling, terzake de ruimtelijke ordening verwijst naar het grondgebied van Merelbeke, maar dit belet zeker niet dat de mistoestanden gelegen even buiten de gemeente, maar met invloed op de gemeente Merelbeke, dan maar onverschillig moeten ondergaan worden. Dit is niet de bedoeling van de statuten van de verzoekende partij. Verzoekster draagt wel in haar naam de gemeente Merelbeke. Ook is haar zetel gevestigd te Merelbeke. Het is toch ook niet omdat haar zetel te Merelbeke gevestigd is, dat de vereniging alleen in Merelbeke actief is en mag zijn? In de eerste doelstelling, nl. het nastreven van een werkelijke milieubescherming, is er geen beperking qua werkingsgebied. Deze doelstelling moet dus logisch en realistisch bekeken worden. Ook is het de bedoeling geweest van de oprichters van de vereniging om zich in te zetten voor/tegen toestanden die het leefmilieu in Merelbeke beïnvloeden. Of de bron van het kwaad nu in of (even) buiten Merelbeke ligt, is een eerder virtuele benadering. Dit gezien de vereniging volgens haar eerste doelstelling aan ‘werkelijke’ milieubescherming wil doen. In die zin kan men dus niet zeggen dat Merelbeke een soort eiland is dat geen werkelijke milieu-invloeden ondergaat van buiten de gemeente. Het is dus evident dat ongunstige milieu-invloeden uiteraard ook van buiten de gemeente kunnen komen. Dit kan geïllustreerd worden met enkele voorbeelden. Bv. in de jaren ‘70 voerde de vereniging acties tot behoud van de Vurtzak, een bosgebied in Merelbeke - Melle, dat bedreigd werd door wegenaanleg. Ook zijn er regelmatig acties gevoerd tegen de Sidac, die in Zwijnaarde gevestigd was, maar de luchtvervuiling dreef uiteraard Merelbeke binnen. X-9252-15/28 Hetzelfde geldt voor de verbrandingsoven van de Stad Gent aan de groothandelsmarkt, ten noorden van het Eiland. Ook deze situatie heeft impact op Merelbeke, onder meer uitstoot van dioxines. Samengevat : De statuten, de bedoeling van de oprichters, de logische interpretatie van wat een ‘werkelijke’ milieubescherming inhoudt, brengen met zich mee dat ook wat zich in een naburige gemeente van Merelbeke voordoet, een reële invloed kan hebben op milieukwaliteit, op ruimtelijke ordening, ... te Merelbeke. 5. Er is overigens, in ondergeschikte orde, wel degelijk een concreet territoriaal verband tussen de betwiste bouwvergunning en de gemeente Merelbeke. Dit samengevat doordat de Tijarm de helft op grondgebied Merelbeke ligt, doordat aan weerszijden ervan een jaagpad ligt, dat gebruikt mag worden door fietsers en wandelaars, doordat ook vanaf de DellaFaillelaan - Zwijnaardsesteenweg, dit is de verbindingsweg tussen Zwijnaarde en Merelbeke, er grote stukken zijn van waaraf het Eiland zichtbaar is, doordat het Scheldelandschap thans nog doorloopt, het Eiland inbegrepen, doordat het Eiland aan drie zijden grenst aan Merelbeke (ten Noorden het Liedermeerspark), ten oosten de Waterstraat Scheldekant, ten zuiden de Industrieweg - Zwijnaardsesteenweg. En doordat tal van vogels uit de aanpalende gebieden, zoals het kasteeldomein Blauwhuis, de Merelbeekse meersen en het Liedermeerspark, mede het Eiland als pleister- en broedplaats gebruiken. Zie ook de aanvullende stukken 5 en 6 om de concrete visuele binding aan te tonen : op deze foto's is duidelijk te zien dat het gebied zeer goed zichtbaar is vanaf het Jaagpad langs de rechteroever van de Tijarm, grondgebied Merelbeke. Uit de bouwplannen blijkt duidelijk de grootschalige gedaante- verandering van het gebied bij uitvoering van de bouwvergunning. Er zijn geen bomenrijen, muren of andere belemmeringen waardoor het zicht op dit gebied niet mogelijk zou zijn vanaf Merelbeke. Volgens de bouwvergunning zal trouwens de ophoging reeds 13 meter bereiken vanaf 35 meter van de kruin aan de Scheldedijk. Dit terwijl de huidige hoogten bv. zijn 6,83 m. (perceel 575 p2), 7,98 m. (perceel 593), 9,08 m. (perceel 644), enz. Dus dergelijke ophoging zal van heinde en verre te zien zijn, en in elk geval vanuit bepaalde delen van Merelbeke, aan de rechteroever van de Tijarm. De beoogde ophoging zou reiken tot de hoogte van de autostrade. Gevolgen van deze ophogingen. Landschappelijk zeer negatief in een valleigebied. Door deze ophogingen zal uiteraard de onderliggende vegetatie (weiland, knotbomen, bos, hagen, rietkragen, ...), grachten, vijvers, ... en daaraan gebonden fauna in belangrijke mate verdwijnen. De bouwwerken op hoger gelegen terreinen zullen uiteraard ook het lawaai gemakkelijker verspreiden over de omgeving. Doordat het gaat over toch zeer grootschalige bouwwerken (40 ha), mag gerust gezegd worden dat dergelijke bouwwerken een belangrijk nadeel qua geluidskwaliteit voor de omliggende woonzones, langs o.a. de Scheldekant, Waterstraat, Zwijnaardsesteenweg, Oude Gaversesteenweg, ... zullen veroor- zaken. Wat de reservatiestrook voor wegen betreft : het is wel juist dat strikt genomen de bouwvergunning op dit punt nog geen direct nadeel teweegbrengt. Maar er is wel uiteraard het vele werfverkeer dat er bij te pas zal komen. Getuige daarvan ook de beslissing van de bestendige deputatie van 24 augustus 2000 waarbij een stalplaats tot maximaal 25 i.p.v. voorheen 20 voertuigen werd vergund (...). Het gaat hier om voertuigen die massa's grond zullen moeten verzetten en van zwaar kaliber (bulldozers, vrachtwagens, kranen, ...). X-9252-16/28 Gedurende minstens enkele jaren zal dus al dit werfverkeer de omgeving verpesten. De bewering dat er toch al een autostrade ligt, is juist. Maar dit geraas is enigszins gebufferd door groenvoorzieningen (...) en bovendien ligt deze autostrade niet pal tegen de gemeente Merelbeke, wat wel het geval is voor de reliëfwijzigingen die tot aan de oevers van de Tijarm zijn voorzien. Dus veel dichter. 6. Waarom in concreto een werkelijke milieubescherming vergt dat de vernietiging bekomen wordt van deze bouwvergunning. (...) Het is niet correct dat verweerders doen alsof één en ander niet voldoende is aangetoond. Bv. de schade aan het vogelbestand, het landschap : het feit dat dit alles nog betwijfeld wordt, is toch niet ernstig. Waarom dienen dan de foto's en kaarten (...), de verslagen van vogelwaarnemingen en ringvangsten (...), het uittreksel biologische waarderingskaart (...), ...? Hebben de verwerende partijen wel deze stukken bekeken ? (...) Daarbij bewijst de onwetendheid van de stad Gent bv. dat zij zeer onzorgvuldig is in haar beslissingen. Want bescherming van natuur is wettelijk verplicht en brengt ook een informatieplicht met zich mee. Natuurbescherming is één van de vormen van milieubescherming. De vogelsoorten die op het Eiland voorkomen, leven in samenhang met de omgeving, die 75 % tot de gemeente Merelbeke behoort. De ene zijde die tot Gent behoort, nl. de westkant, wordt vooral ingenomen door de gebouwen van de Fabelta en Ghent Dredging, dus grotendeels verstedelijkt. Specifiek bv. gaat het om de blauwe reiger, waarvan een kleine broedkolonie is gevestigd in het (Merelbeekse) Liedermeerspark. Deze vogel zoekt in de omliggende weiden, doch ook verder, zijn voedsel. Door de ophogingen zal een 40 ha fourageergebied verloren gaan (grachten, weilanden, ..) geschikt voor de blauwe reiger. Bv. de aalscholver, die meer en meer op de Tijarm te zien is en er op vis jaagt: door de bouwwerken, het verkeer dat ermee samengaat, ... zal deze schuwe vogel wijken. Bv. de broedpopulatie bergeenden op de slibvijvers van het Eiland, zal uiteraard verdwijnen naarmate zijn leefgebied opgehoogd wordt. Bv. de wespendief, een bijlage 1 soort van de vogelrichtlijn, broedt in de Makkegemse bossen van Merelbeke, maar pleisterde in augustus 2000 wekenlang boven het Eiland. Bv. de vogels van het kasteeldomein Blauwhuis aan de overzijde van de Tijarm, nabij de Waterstraat, zijn voor hun overleven ook afhankelijk van de landelijke omgeving. Dit geldt voor bv. de groene specht, de grote lijster, de buizerd, en mogelijks ook de kerkuil (heeft in ieder geval gebroed op de zolders van het kasteel). Zo ook de buizerd, de torenvalk, de ransuil, en zelfs de velduil komen hier voor, en leven in symbiose met de veel ruimere Scheldevallei. Deze vogelsoorten hebben nu al een tamelijk beperkt leefgebied, geprangd tussen de woonwijken van Merelbeke, Zwijnaarde en Ledeberg, dus door van dat Eiland een druk slibstort te maken zullen deze roofvogels de wijk nemen. De verklaring van G. Spanoghe over dit gebied zegt veel (...). Desgevallend kan U een deskundige aanstellen die dit verder onderzoekt. Het Vlaams Gewest kan advies vragen aan het Instituut voor natuurbehoud. Zie verder ook de middelen tot vernietiging die te maken hebben met inbreuken om natuurbescherming. Dit alles brengt dan ook met zich mee dat een werkelijke milieubescherming noopt tot deze procedure. De statuten laten trouwens gerechtelijke vorderingen toe. X-9252-17/28 7. Nog meer in concreto ten aanzien van de tweede doelstelling. Visuele en esthetische aspecten in verband met deze reliëfwijziging, hebben te maken met ‘ruimtelijke ordening’ in de zin van de tweede doelstelling van de vereniging. Negatieve wijzigingen van het visueel en esthetisch aspect gezien zowel vanaf als richting het ‘Eiland’ zij leveren dan ook een belang op voor verzoekende partij. Terloops mag aangestipt worden dat de oorzaak van een slechte ruimtelijke ordening niet ‘in’ Merelbeke hoeft (gesitueerd

  1. te)zijn opdat zij deze ordening ‘in’ Merelbeke zou beschadigen. De situering in de ruimte, van enerzijds de oorzaak dan wel van de effecten van een beslissing zoals deze, mogen dus niet verward worden. En het is door de effecten van de betwiste bouwvergunning, gesitueerd in Zwijnaarde, dat er kan gesproken worden van een negatieve ordening ook voor Merelbeke. Het zijn immers de mensen die deze ordening waarnemen (cfr. het visueelesthetisch aspect). Ordening is dus ook een aanschouwelijk gegeven. Dit geldt zeker voor een reliëfwijziging van formaat als hier. Er is dan ook het sociaal en recreatief aspect. Dit is ook een aspect van ruimtelijke ordening. Voor de vereniging en haar leden is het Eiland nu nog een tamelijk aangenaam gebied om er te fietsen of te wandelen. Recent werd trouwens het grazig jaagpad in het Noordelijk deel van het Eiland verhard, waardoor er nu rond het Eiland kan gefietst worden. Wat zal daarvan nog overblijven als er jarenlang aan reliëfwijzigingen gedaan wordt? De jaagpaden op het Eiland zullen bemodderd geraken door de vele werfvoertuigen. Het gebruik ervan door de vrachtwagens e.d. zal onvermijdelijk voor heel wat storend lawaai, luchtvervuiling en onveiligheid zorgen. Ook het jaagpad aan de Merelbeekse kant van de Tijarm zal recreatief gezien veel minder aangenaam zijn, door de werken aan de overkant. Dus de twijfels van verwerende partijen over het specifiek en persoonlijk belang snijden geen hout. Indien de bouwvergunning daadwerkelijk uitgevoerd wordt, zal dit dan ook een verslechtering van de ruimtelijke stand van zaken ook in Merelbeke, teweegbrengen. 8. Alibis ingeroepen door verwerende partijen. De verwijzing naar het blackpoint op het Eiland. Er is dus inderdaad een vervuild gebied van ongeveer 8 ha. Maar de reliëfwijziging zal dit niet oplossen. Immers, men zal gewoonweg bovenop dit blackpoint een aantal laguneringsvelden aanleggen. Daarbij is dit gebied niet zo dramatisch als voorgesteld wordt. Er is uiteraard een aanzienlijke grondwater- en bodemverontreiniging. Doch door het geheel in een betonietwand te isoleren, kan de uitdeining gestopt worden. Dus kan het wateroppervlak behouden worden. Trouwens, er broeden allerlei watervogels, zoals tafeleend, dodaars, berg-eenden (min. 10 koppels), dus de ophoging is voor deze soorten ook nefast. De beweerde compensatie met groenaanleg aan de randen van het gebied. Akkoord dat dit een zekere schade zal herstellen qua bos- of groenbestand, maar niet de schade aan de weilandvegetatie (knotbomen, rietkragen, hagen, ...) Het gaat om een gans andere soort vegetatie dan de huidige. Vooral de vrij zeldzame watergebonden vegetatie en fauna dreigt volkomen te verdwijnen, en kan niet verhuizen naar hoge dijken en opgespoten vlaktes. Geen compensaties voor vogelsoorten. Hooguit zouden een aantal vlakte- en strandvogels, zoals kluut, kleine plevier, visdief, strandplevier, blauwborst, ... het opgespoten gebied kunnen bevolken, eens de bouwwerken achter de rug zijn. Doch de gewestplanwijziging brengt met zich mee dat er eens te meer bedrijven moeten komen i.p.v. bv. natuur en bosbouw. X-9252-18/28 9. Oorzakelijk verband met bouwvergunning, gewestplan, ... De verwerende partijen stellen het dan ook nog zo voor dat bepaalde schade eerder voortvloeit uit het gewestplan dan uit de bouwvergunning. Of uit vergunningen die nog niet afgeleverd zijn, bv. voor wegenaanleg. Dit is gedeeltelijk juist. Maar er is een voldoende (rechts) persoonlijk belang aangetoond dat rechtstreeks met de ophogingen te maken heeft. En met de nadelen qua lawaai, verkeer en dergelijke waarmee zulke enorme werken lange tijd zullen samengaan. 10. Het dient nog onderstreept dat nu de verzoekende partij ook de schending van Europese vogel- en habitatrichtlijnen inroept, zij in beginsel de toegang moet hebben tot de nationale rechter om de schending ervan aan te klagen. (...)”. 1.6. Zij voegt in haar laatste memorie hieraan het volgende toe : “Opgemerkt dient evenwel dat in dit arrest nr. 99.989 enkel de doelstelling ter zake de ruimtelijke ordening werd onderzocht: ‘Overwegende dat het statutaire doel van verzoekende partij het werkings-gebied van de vereniging wat betreft de ruimtelijke ordening beperkt tot het grondgebied van de gemeente Merelbeke en dit specifiek in functie van de onder punt 1 aangegeven werkelijke milieubescherming in al haar vormen; ...’ (...); Dit terwijl de doelstellingen van de verzoekende partij in essentie gaan over werkelijke milieubescherming en dit in al haar vormen. Dus de enige inhoudelijke vraag is te weten of door de vernietiging van de bestreden bouwvergunning, de vereniging bijdraagt tot de werkelijke milieu- bescherming in een van haar vormen. Het mag onderstreept worden dat de vereniging haar werkingsgebied voor wat betreft de milieubescherming niet eens heeft beperkt tot de gemeente Merelbeke. Enkel kan men in redelijkheid afleiden uit de benaming zelf van de vereniging: ‘actiegroep voor milieubescherming te Merelbeke’ dat het de bedoeling is van de oprichters om het leefmilieu in de gemeente Merelbeke en omgeving zo goed mogelijk te beschermen. (...) Hierbij is het een waarheid als een koe dat ook milieu-invloeden van buiten de strikte gemeentegrenzen, het leefmilieu ‘te’ Merelbeke kunnen beïnvloeden. Juist zoals iemand die op zondag zijn snoeihout verhakselt het leefmilieu bij zijn gebuur verstoort.... Of juist zoals een afvalverbrandingsoven in Drogenbos het leefmilieu van de Brusselaars beïnvloedt ... Of ook zijn er toch plannen of projecten uitgevoerd in het ene land met milieu-invloeden in een ander land... Enz. Dus wie kan er nu in ernst beweren dat wat vlak naast de gemeente Merelbeke gebeurt het leefmilieu te Merelbeke niet kan beïnvloeden? Hier gaat het om reliëf en dus ook vegetatiewijzigingen over een zeer grote oppervlakte. Men moet ziende blind zijn om te beweren dat deze drastische ingreep enkel het leefmilieu ‘van’ of ‘te’ Gent zou beïnvloeden. En dat dus enkel een vereniging die het Gentse leefmilieu wil beschermen, een voldoende persoonlijk belang zou kunnen hebben. Zeker als men onder ‘leefmilieu’ en dus ook ‘milieubescherming’ onder meer het landschap, het menselijk leefmilieu, het biologisch leefmilieu met X-9252-19/28 fauna, flora, en de daarbij horende milieufactoren zoals waterhuishouding, rust, grootte van biotopen, enz. mag verstaan. Zie ook de definitie van ‘milieu’ in art. 1.1.2 van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 5 april 1995. Met het Eilandje ligt deze milieumatige wisselwerking zelfs voor de hand, omdat men op de kaart onmiddellijk ziet dat dit gebied in feite als een soort enclave van Gent voor 75 % omringd is door de gemeente Merelbeke. Bovendien blijft verzoekende partij van mening dat ook de realisatie van de doelstelling 3.2 in een brede zienswijze geschaad wordt. In een kort geding is er bovendien slechts een eerste onderzoek, dat de Raad van State in de bodemprocedure niet bindt. Zelfs indien de kamer van de Raad van State nu identiek zou samengesteld zijn als in het kort geding. III. Dus wat heeft de vordering tot vernietiging van deze bouwvergunning te maken met de werkelijke milieubescherming (doelstelling 3.1) en met het ‘Informeren van de bevolking’ (doelstelling 3.3), 1/) Op blz. 8 van het verzoekschrift is gezegd dat door de uitvoering van de bouwvergunning het valleigebied een stortheuvel dreigt te worden. Onder punt 6 blz. 10 van het verzoekschrift is gezegd dat deze ophogingen het visuele aspect van het Merelbeekse leefmilieu zal schaden. Dit is vandaag trouwens reeds zeer goed zichtbaar vanaf de hoofdweg die Zwijnaarde met Merelbeke verbindt (Dellafaillelaan in het verlengde van de Tramstraat). Zie ook het vierde middel dat gaat over onder meer de schending van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen waar aan riviervalleien een uitgesproken open ruimte beleidsfunctie wordt toegekend. 2/) Op blz. 9 punt 5 van het verzoekschrift vernietiging is gezegd dat het recreatieve aspect van het (sociaal) leefmilieu geschaad wordt: ‘En door de bouwwerken zal er jarenlang, ernstige recreatieve schade zijn, door lawaai, allerlei graafwerken, aanleg van baggerinfrastructuur, enz.’ En op blz. 7 van de memorie van wederantwoord: ‘Doordat het gaat over toch zeer grootschalige bouwwerken (40
  2. ha)mag gerust gezegd worden dat dergelijke bouwwerken een belangrijk nadeel qua geluidskwaliteit voor de omliggende woonzones, langs o.a. de Scheldekant, Waterstraat, Zwijnaardsesteenweg, Oude Gaversesteenweg, ... zullen veroor- zaken.’ NB Dit zijn allemaal straten op grondgebied Merelbeke. Sommige leden van de vereniging wonen daar trouwens. Vooral in 2002 heeft deze recreatieve milieuschade zich ernstig laten voelen, doordat vele maanden lang vrachtwagens beladen met zand en allerlei specie hun lading kwamen aanbrengen. Deze vloekende stortheuvel onder meer rond het bos, is tot op vandaag zeer goed te zien vanaf Merelbeke. 3/) Op blz. 10 van het verzoekschrift is (dat) gezegd de vergunning voor een reservatiezone van 20 meter voor ontsluiting van het gebied op termijn een bijkomende verkeersoverlast zal teweegbrengen. Wegenaanleg heeft dus uiteraard ook een veel ruimere milieu-impact dan de plaats waar de weg wordt aangelegd. Wegen trekken verkeer aan, en veroorzaken lawaai en luchtvervuiling binnen een straal van minstens enkele honderden meters. 4/) Op blz. 11 van het verzoekschrift is gesteld dat door de bouwwerken, het vogelbestand op de Tijarm voortdurend zal verstoord worden. ‘Immers, de ophogingwerken en lagunering zullen gepaard gaan met allerlei transport- middelen, zoals buizen, vrachtwagens, enz.’ En dat de Tijarm een groot ecologisch belang heeft voor ‘de Scheldevallei’ (dus uiteraard ook de Merelbeekse Scheldevallei). En zie memorie van wederantwoord blz. 7 ‘Gedurende minstens enkele jaren zal dus als dit werfverkeer de omgeving verpesten.’ X-9252-20/28 Intussen is dit gegeven de realiteit geworden. Vooral in het jaar 2002 zijn er duizenden vrachtwagenladingen uit Kallo en elders aangevoerd langs de Tijarm, ook tijdens het broedseizoen. De avifauna van onder meer bergeenden, wilde eend, aalscholver, ... werd quasi dagelijks opgejaagd door vrachtwagens. N.B. Doordat de Tijarm voor de helft op het grondgebied van Merelbeke ligt, is hiermee zelfs een zeer rechtstreeks aanknopingspunt met het natuurlijk leefmilieu te Merelbeke. 5/) Op blz. 12 punt 10 van het verzoekschrift is ingeroepen dat door de ophoging van dit gebied de rust-en voedselplaatsen van de ‘in de omgeving voorkomende fauna’ zal verloren gaan en verstoord worden. Er werd onder meer verwezen naar het belang voor de in het (Merelbeekse) Liedermeerspark broedende reigerkolonie. Op blz. 8 van de memorie van wederantwoord is gezegd dat door de ophogingen een 40 ha fourageergebied met weilanden, grachten e.d. zal verloren gaan. N.B. Als bewijs dat het echt gaat om weilanden, is ook de biologische waarderingskaart van belang. Deze geeft voor een deel van het gebied de aanduiding ‘Hpr’, wat wijst op een weilandencomplex met veel sloten, microreliëf e.d.. Er zijn ook een aantal graasweiden ‘Hp’ met raaigras en witte klaver. Het is in dergelijke gebieden dat reigers fourageren op onder meer kikkers, mollen, veldmuizen en dergelijke. Dit is toch een zeer concreet nadeel voor het Merelbeekse leefmilieu. 6/) Uit het derde middel blijkt dat dit gebied ook van belang is als feitelijk vogelrichtlijngebied, in de zin van art. 4.4 laatste lid van de vogelrichtlijn. Er is geen ander gebied in de Scheldevallei tussen Gent en Oudenaarde waar zoveel bijzondere en zeldzame vogelsoorten waargenomen werden als hier. Zie verzoekschrift blz. 22-23 en de memorie van wederantwoord blz. 18-19. Dit heeft dus ook met de ‘werkelijke milieubescherming’ te maken. 7/) Ook het middel dat te maken heeft met de onwettige gewestplan- bestemming (vierde middel) relateert aan de werkelijke milieubescherming. Immers, heeft de gewestplanherziening dd. 28 oktober 1998 de bufferzone voor 98 % omgezet in een soort bedrijvenzone. Dit terwijl het behoud van deze bufferzone als beschermingsgebied tegen de uitgebreide milieu belastende industriezones in Zwijnaarde (site Domo, site verbrandingsoven, enz.) voor het Merelbeekse leefmilieu zeer belangrijk is. Jaren terug kwam hier trouwens een bos tot stand op perceel 631 b, en groot 4 ha 99 are. Dit bos is naderhand echter gerooid, doch het perceel was op 1 januari 2000 in elk geval nog gekadastreerd als ‘bos’. Van een buffergebied (T-zone) is geweten dat dit gebieden zijn die dienen als overgangsgebied tussen bestemmingen die onverenigbaar zijn (art. 14 van het K.B. 28 december 1972). Dergelijk overgangsgebied heeft zeker ook een milieu beschermende betekenis. Deze milieuvoordelige bestemming kan nu uiteraard niet meer verwerkelijkt worden eens de bouwvergunning definitief wordt. Immers kan dan op het opgehoogde gebied grosso modo wel sliblagunering en slibverwerking plaatsvinden, maar geen aanleg van buffergebieden. Temeer de stad Gent intussen liet weten dat de groenas nr. 4 niet werd goedgekeurd door de gemeenteraad. Ter herinnering aan het nut van deze bufferzone: - de nabijheid van grootschalige industriezones in Zwijnaarde ten opzichte van woongebieden, parkgebieden, en landbouwgebieden in zowel Zwijnaarde als Merelbeke; deze bedrijvigheid (verbrandingsoven Ivago, Fabelta, Sidac, Propafilm, ...) is milieunadelig ook ten aanzien van het Merelbeekse leefmilieu ( door lawaai, luchtvervuiling, aantrok van verkeer, kans op ongevallen, ...); X-9252-21/28 - in de omgeving zijn meerdere parkgebieden, die belangrijk zijn als sociaal leefmilieu voor wandelaars, zoals verzoekende partij en haar leden; zie bv. het parkgebied ten zuidwesten van het Eiland, zijnde het Kasteel van Zwijnaarde; zie bv. het parkgebied ten zuidoosten van het Eiland, zijnde het Blauwkasteel Verhaegen in Merelbeke - de vroegere T-bufferzone was ook van belang ten opzichte van de woongebieden in de buurt, zoals Nederzwijnaarde, Zwijnaardsesteenweg (Merelbeke), Waterstraat (Merelbeke), Oude Gaversesteenweg (Merelbeke), ... - Verder ook als overgangsgebied t.a.v. het landschappelijk waardevol agrarisch gebied ten oosten van de Tijarm nl. de Merelbeekse Meersen. Ook in het MER Ecolas kan men deze overgangsfunctie terugvinden. Zie blz. 104 : ‘Algemeen gezien vormt het Eilandje een overgangsgebied tussen de Merelbeekse meersen en het Liedermeerspark.’ Zie ook het stuk 42 voorgelegd door de stad Gent ‘De bufferzone dient ook als corridor tussen het Liedermeerspark en de Scheldevallei. Om de verschillende functies te kunnen vervullen dient de strook minstens 50 meter breed te zijn. Een groene gordel bestaande uit snelgroeiende en diepwortelende grassoorten, zoals in de milieu- vergunningsaanvraag beschreven staat, volstaat niet. Het deel van 't Eiland ten noorden van de E-40 dient gevrijwaard te blijven.’ - de nabijheid van de voor mens en natuur zeer milieunadelige autostrades E-40 en E-17; de E-40 snijdt het gebied zelfs in twee; een inrichting als bufferzone schermt het omgevend leefmilieu enigszins af tegen lawaai, luchtvervuiling,.... Door het afschaffen van deze bufferzone verdwijnt de mogelijkheid voor Actiecomité Milieubescherming Merelbeke om het Eiland als een groen Eilandje te zien uitbouwen. Door de vernietiging van het gewestplan zou echter deze werkelijke milieubeschermende bestemming terug op de kaart komen. Immers, ook vorige gewestplanherzieningen over dit gebied werden door de Raad van State vernietigd. Dus de vernietiging van het bestreden besluit is zeer zinvol en van rechtsreeks en persoonlijk belang voor verzoekster! 8/) Ook bv. het belang doordat de Merelbeekse bevolking niet werd geïnformeerd over de bouwaanvraag, heeft te zien met één van de doelstellingen van de vereniging, nl. deze onder art. 3.3 van de statuten. Zie verzoekschrift blz. 13, punt 13 : in het auditoraatsverslag wordt hierop evenwel niet ingegaan. Nochtans heeft verzoekende partij haar persoonlijk belang hierbij ook nog verder uitgewerkt in de middelen. Zo werd in het eerste middel blz. 16 punt 4 ‘de schending van de MER-plicht en het openbaar onderzoek’ aangeklaagd. N.B. Intussen, nl. in 2000, werd er wel een MER opgesteld door Ecolas. En in het derde middel over de vogel- en habitatrichtlijn, het ontbreken van inspraak zoals nochtans vereist ingevolge art. 6 van de habitatrichtlijn. Enz. Indien verzoekende partij op de hoogte was geweest van de bouwaanvraag, en er dus meer bepaald een openbaar onderzoek was ingericht, had zij uiteraard ook de andere mensen die met het Merelbeekse leefmilieu begaan zijn, kunnen informeren. Nu is dit niet mogelijk geweest. Dus ook daarin heeft de vereniging een persoonlijk belang. X-9252-22/28 9/) Het gaat hier uiteraard ook om de doelstelling in art. 3.4. van de statuten : het verwezenlijken van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden. Een vordering tot vernietiging is uiteraard een ‘gepaste actie’ om het leefmilieu van de gemeente Merelbeke passend te beschermen. 10/) Het gaat verder ook, maar dus zeker niet uitsluitend, om de doelstelling in art. 3.2 van de statuten, nl. het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieu- bescherming. Hier kan men nog redetwisten of een bouwvergunning voor percelen ‘op’ grondgebied Gent met de ruimtelijke ordening ‘van’ het grondgebied van Merelbeke te maken heeft. Deze doelstelling leent zich tot verschillende interpretaties. En daarvoor wordt verwezen naar eerdere procedurestukken. Spijtig genoeg kiest de auditeur voor de meest beperkte interpretatie. Ook het Hof van Beroep van Gent heeft zich in het arrest van 23 november 2001 zich vooral toegespitst op de doelstelling i.v.m. de ruimtelijke ordening ‘van’ Merelbeke, terwijl dit in wezen de minst geschiktste doelstelling is. Ook kan het belang op grond van de Wet van 12 januari 1993 of niet gelijkgeschakeld worden met het belang in een Raad van State procedure. Het Hof van Cassatie heeft reeds beslist dat een arrest van de Raad van State in kort geding geen gezag van gewijsde heeft voor de beoordeling in het kader van de procedure wet van 12 januari 1993 (...) Dus ook omgekeerd, waarom zou een uitspraak op grond van de wet van 12 januari 1993 bindend zijn in de kort gedingprocedure Raad van State, of te meer de bodemprocedure Raad van State. Het Vlaams Gewest was overigens niet eens partij in deze bodemprocedure en ook waren de argumenten bv. op vlak van onwettigheid gewestplan of onwettigheid bouwvergunning helemaal niet dezelfde als in huidige procedure uiteengezet. Dus het gezag van gewijsde kan dan ook geen doorgang vinden. Besluit : in het auditoraatsverslag is het bestreden besluit niet onderzocht geworden in relatie tot alle doelstellingen van de vereniging. IV. Aanvullend : belang dat de vereniging kan putten uit het inmiddels goedgekeurde Verdrag van Aarhus. 1. Met Decreet van 6 december 2002 heeft het Vlaams Parlement beslist dat ‘het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, en de bijlagen 1 en 11, ondertekend te Aarhus op 25 juni 1998, volkomen gevolg zullen hebben, voor het Vlaamse Gewest.’ (Belgisch Staatsblad van 7 januari 2003). 2. Verzoekende partij kon zich op dit verdrag uiteraard nog niet beroepen omdat het tijdens de verlopen procedure nog niet van kracht was. Nu dit wel het geval is, dient hiermee ook nog rekening gehouden te worden. Het Verdrag van Aarhus is belangrijk omdat het aan de milieu- verenigingen een belang toekent, wanneer zij gevolgen kan ondervinden of waarschijnlijk ondervinden door bepaalde besluitvorming. Zie immers art. 2.5 van dit verdrag: ‘Wordt onder het ‘betrokken publiek’ verstaan het publiek dat gevolgen ondervindt, of waarschijnlijk ondervindt van, of belanghebbende is, bij milieubesluitvorming, voor de toepassing van deze omschrijving worden niet gouvernementele organisaties die zich inzetten voor milieubescherming en voldoen aan de eisen van nationaal recht geacht belanghebbende te zijn.’ Hier is dit zo : het gewestplanbesluit heeft tal van milieunadelige gevolgen. Ook van belang is art. 9.3 van dit verdrag. ‘Aanvullend op en onverminderd de in het voorgaande eerste en tweede lid bedoelde herzieningsprocedures, waarborgt elke partij dat leden van het X-9252-23/28 publiek, wanneer zij voldoen aan de eventuele in haar nationale recht neergelegde criteria, toegang hebben tot bestuursrechtelijke of rechterlijke procedures om het handelen en nalaten van privé-personen en overheidsinstanties te betwisten die strijdig zijn met bepalingen van haar nationale recht betreffende het milieu.’ En art. 9.5 van dit verdrag verplicht de lidstaten om passende mechanismen te overwegen om ‘financiële of andere belemmeringen voor de toegang tot de rechter weg te nemen of te verminderen.’ Dus de bedoeling van het verdrag is duidelijk om milieuverenigingen toegang te verlenen als blijkt dat een beslissing nadelig kan zijn voor het milieu dat zij willen beschermen. Hier is reeds meermaals aangetoond dat de bestreden bouwvergunning een voor Gent en Merelbeke op milieuvlak zeer nadelige gang van zaken is. Waarmee weliswaar niet gezegd is dat de rivieren niet moeten gebaggerd worden, doch er zijn alternatieven (erosiebestrijding, afkorten van het pesticidengebruik, de Callemoeie, enz.). Indien de bouwvergunning definitief wordt, dan valt de kans weg om het Eiland te behouden/her in te richten als overstromingsgebied van de Schelde en de Melsenbeek. Wordt het een heel stuk moeilijker om het gewenste behoud van de bufferzone tussen Gent en Merelbeke in te richten door bv. bebossing. Want op opgevoerde grond, zoals slib groeien bomen niet zo goed. Ook is er gevaar dat bomen van droogte zullen afsterven, enz. Voor heel wat vogelsoorten typisch voor de Scheldevallei in Gent en Merelbeke wordt het nog moeilijker om voldoende rust en territorium te behouden. Het gaat onder meer om vogels die aan water en weiden gebonden zijn zoals de ijsvogel, de velduil, het paapje, het smelleken en de gele kwikstaart. Het verlies aan verscheidenheid van natuurelementen en verlies van rust en mooi zicht bv. langs de Zwijnaards-Merelbeekse tijarm heeft ook een verlies van natuurrecreatieve waarde in het merelbeeks leefmilieu voor gevolg”. 1.7. De eerste verwerende partij repliceert hierop als volgt : “1. Verzoekster stelt dat zij een VZW is die tot doel heeft : - het verwezenlijken van een werkelijke natuurbescherming in al haar vormen; - het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming; - het informeren van de bevolking; - het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden. De aangevochten vergunning heeft betrekking op percelen, gelegen te Gent (Zwijnaarde), derhalve niet behorend tot de gemeente Merelbeke. De verzoekster gaat uitvoerig in op de territoriaal-materiële en visuele binding met de gemeente Merelbeke teneinde aldus een link te ‘creëren’ met haar statutair doel. Zij argumenteert dat hetgeen buiten Merelbeke gebeurt, een invloed kan hebben op het leefmilieu in Merelbeke. Nochtans is het doel volgens de statuten beperkt tot het plaatsen van de ruimtelijke ordening van de gemeente Merelbeke in functie van de milieu- bescherming. Wanneer de verzoekende partij de ruimtelijke ordening van buiten het grondgebied Merelbeke betrekt in haar activiteiten, dan gaat zij de grenzen van haar doel manifest te buiten. X-9252-24/28 In casu heeft de vergunning alsdusdanig geen weerslag op de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke, zodat niet voldaan is aan de voorwaarde van een rechtstreeks persoonlijk belang in hoofde van verzoekster. De VZW streeft een algemeen belang na dat los staat van haar statutair doel, hetgeen niet toelaatbaar is. ‘Via de oprichting van een VZW kan geen actio popularis worden ingesteld’ (...). De verzoekster verwijst daarbij uitgebreid naar de ruimtelijke gevolgen die zullen, veroorzaakt worden door de werken die volgens haar in de toekomst zullen uitgevoerd worden, nl. de uitbouw van een business-center, een KMO-zone, ... Er kan uiteraard geen rekening gehouden worden met de beweerde gevolgen van gebeurlijke andere vergunningsplichtige werken en al evenmin met toekomstige en/of onzekere gebeurtenissen, aangezien dit in strijd is met de vereiste van een rechtstreeks en actueel belang. 2. Zeer terecht heeft uw Raad derhalve (...) geoordeeld dat de (schorsings)vordering het statutaire doel van de verzoekende partij te buiten gaat en dat de aangevoerde argumentatie m.b.t. een territoriale materiële binding onder meer visueel met Merelbeke hieraan niets afdoet. De exceptie van niet-ontvankelijkheid werd door Uw Raad gegrond bevonden. Uiteraard is de beoordeling van de ontvankelijkheid van het annulatieberoep volledig identiek aan de ontvankelijkheid van het schorsingsberoep. 3. Evenzeer terecht stelt de heer auditeur dat de verzoekende partij met haar vordering de ruimtelijke ordening buiten het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van de door haar nagestreefde ‘werkelijke milieu- bescherming’ wil plaatsen. Immers, waar de VZW een werkelijke milieubescherming in al haar vormen wenst te verwezenlijken, voegt deze daar onmiddellijk een beperking aan toe, nl. het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze bescherming, zodat het niet opgaat om op kunstmatige wijze via hypothetische, niet geconcretiseerde en onbewezen overwegingen de ruimtelijke ordening van buiten dit grondgebied in functie van dit doel te plaatsen. De verwezenlijking van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen is overigens als enkele doelstelling op zich te algemeen om daar in casu een specifiek belang uit te putten. De verzoekende partij gaat zich daarbij te buiten aan extensieve interpretaties van haar eigen doelstellingen om alzo een procedure te rechtvaardigen die manifest buiten de grenzen van deze doelstellingen ligt, hoewel zij op p. 6 van haar verzoek tot voortzetting toegeeft : ‘Hier kan men nog redetwisten of een bouwvergunning voor percelen ‘op’ grondgebied Gent met de ruimtelijke ordening ‘van’ het grondgebied Merelbeke te maken heeft’. Welnu, door het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied Merelbeke in functie van de door haar te verwezenlijken milieubescherming, dient de verzoekende partij te aanvaarden dat een vergunning m.b.t. percelen te Gent, niets te maken heeft met de ruimtelijke ordening te Merelbeke. 4. Ook het thans voor het eerst ingeroepen ‘Verdrag van Aarhus’, kan de verzoekende partij niet dienstig zijn, omdat: - het belang van de verzoeker moet worden beoordeeld op het ogenblik van het indienen van het verzoekschrift en dit uiteraard niet kan worden beïnvloed door een regelgeving die op dat ogenblik onbestaande is in de Belgische rechtsorde; - dit geen enkele afbreuk doet aan de vereiste van een persoonlijk, actueel en rechtstreeks belang voor het instellen van een annulatieverzoek, wat X-9252-25/28 nog altijd impliceert dat een organisatie die de ruimtelijke ordening van een bepaalde gemeente pleegt te behartigen, geen belanghebbende kan zijn m.b.t. de ruimtelijke ordening op een ander grondgebied; - dit verdrag geen vrijgeleide vormt voor het instellen van een ‘actio popularis’ en een procespartij over een voldoende gespecifieerd belang moet beschikken tot het instellen van een procedure en het nastreven van een werkelijke milieubescherming niet kan worden beschouwd als een voldoende specifiek belang en geen rechtvaardiging kan opleveren voor huidig beroep (...)”. 1.8. De tweede verwerende partij stelt in haar laatste memorie het volgende : “2. De verwerende partij volhardt in haar exceptie van onontvankelijkheid en verwijst hiervoor naar haar memorie van antwoord en het arrest nr. 88.989 van 14 juli 2000 en het verslag van de heer auditeur van 26 februari 2003 waarbij deze exceptie wordt aangenomen. 3. De bestreden beslissing betreft de ruimtelijke ordening. De verzoekende partij brengt (...) na het arrest van uw Raad in haar memorie van wederantwoord, noch in haar laatste memorie gegevens aan welke een afwijzing van onontvankelijkheid zouden verantwoorden. 4. Het belang van de verzoekende partij dient beoordeeld te worden op het ogenblik van het inleiden van het beroep en betreft het weze herhaald de ruimtelijke ordening. Zoals de verzoekende partij zelf citeert uit het Verdrag van Aarhus dienen ook de milieuverenigingen te ‘voldoen aan de eisen van nationaal recht’ pas geacht belanghebbende te zijn”. 2.1. Verenigingen zonder winstoogmerk mogen krachtens de toentertijd geldende wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, in rechte optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht. Artikel 3 van de statuten van verzoekende partij luidt als volgt : “Art. 3. Haar doel is: 1. Het verwezenlijken van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen. 2. Het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming. 3. Het bestendig informeren van de bevolking en het adviseren van de openbare besturen van dit gebied. 4. Het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden”. 2.2. In het kortgeding arrest nr. 88.989 van 14 juli 2000 besloot de Raad van State tot de onontvankelijkheid op grond van volgende overweging : X-9252-26/28 “Overwegende dat het statutaire doel van verzoekende partij het werkingsgebied van de vereniging wat betreft de ruimtelijke ordening beperkt tot ‘het grondgebied van de gemeente Merelbeke’, en dit specifiek ‘in functie van’ de onder punt 1 aangegeven ‘werkelijke milieubescherming in al haar vormen’; dat het bestreden besluit de bouwvergunning verleent voor ‘het wijzigen van het reliëf voor de inrichting van een slibverwerkingscentrum en een monodeponie voor baggerspecie’ op een terrein gelegen te Gent (Zwijnaarde), Kappetragel/Geizegemstraat; dat de verwerende partij en de tussenkomende partij terecht opwerpen dat het bestreden besluit de bouwvergunning verleent voor het uitvoeren van werken op een terrein dat is gelegen, niet op het grondgebied van de gemeente Merelbeke, maar op het grondgebied van de stad Gent; dat de vordering het statutaire doel van verzoekende partij te buiten gaat; dat de door verzoekende partij aangevoerde argumentatie met betrekking tot een ‘territoriale materiële binding onder meer visueel met Merelbeke’, hieraan niets afdoet”. 2.3. De Raad van State treedt deze beoordeling hier bij. De argumenten die de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord en haar laatste memorie nog aanvoert overtuigen niet. Er kan wel aanvaard worden dat de bestreden bouwwerken, ook al worden ze niet uitgevoerd op het grondgebied van de gemeente Merelbeke een ongunstige weerslag kunnen hebben op het leefmilieu in die gemeente. Het eerste punt van het maatschappelijk doel van de verzoekende vereniging “het verwezenlijken van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen”, is echter veel te vaag en te alomvattend geformuleerd om die vereniging de kwaliteit te verlenen om eender welke vordering in te stellen tegen eender welke beslissing die een weerslag op het leefmilieu kan hebben. Er kan niet aangenomen worden dat, via het oprichten van een vereniging, een verzoekende partij zich de mogelijkheid verschaft een actio popularis in te stellen. Die partij kan zich aldus in casu niet beroepen op deze bepaling van haar statuten. Voor het overige beroept de verzoekende partij zich alleen op het tweede punt van haar maatschappelijk doel. De ordening, op ruimtelijk vlak, van de gemeente Merelbeke blijft evenwel ongewijzigd en wordt ook niet beïnvloed door het bestreden besluit, dat werken vergunt in de stad Gent. Dat besluit heeft aldus geen uitstaans met “de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke”. Ten slotte heeft het decreet van 6 december 2002 waarnaar de verzoekende partij verwijst in haar laatste memorie, niet tot gevolg dat een milieuvereniging zonder enige beperking over de vereiste kwaliteit beschikt om gerechtelijke procedures in te leiden tegen om het even welke beslissing die het leefmilieu mogelijks zou kunnen beïnvloeden. X-9252-27/28 Zo stelt bijvoorbeeld de bepaling van artikel 9.3 waarnaar die partij verwijst zelf dat de toegang tot de rechter slechts moet verleend worden, wanneer voldaan wordt aan de eventueel in het nationale recht neergelegde criteria. De bepalingen die de verzoekende partij aanhaalt hebben in geen geval tot gevolg dat een vereniging de kwaliteit zou hebben om in rechte te treden buiten haar statutaire doelstellingen om. Ze laten haar evenmin toe zichzelf via haar statuten de bevoegdheid te verlenen een actio popularis in te stellen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven januari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-9252-28/28 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.286 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.88.989 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.