id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.286 Rolnummer: A. 88042/X-9252 Zaak: Arrest 178286 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 07/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-17 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 07:27 Fiche Arrest nr 178.286 van 7 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.286 van 7 januari 2008 in de zaak A. 88.042/X-9252. In zake : de v.z.w. AKTIEKOMITEE VOOR MILIEUBESCHERMING TE MERELBEKE, die woonplaats kiest bij P. CLAUS, wonende te 9820 MERELBEKE, Kloosterstraat 56 tegen : 1. de stad GENT, 2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128. tussenkomende partij : de c.v.b.a. FASIVER, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’HOOGHE en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat 25. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. AKTIEKOMITEE VOOR MILIEUBESCHERMING TE MERELBEKE op 24 november 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 juni 1999 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent waarbij aan de c.v.b.a. FASIVER de vergunning wordt verleend voor “het wijzigen van het reliëf voor de inrichting van een slibverwerkingscentrum en een monodeponie voor baggerspecie” op een terrein gelegen te Gent (Zwijnaarde), Kappetragel/Geizegemstraat, kadastraal bekend sectie B, nrs. “556/a + 71 percelen”; Gelet op het arrest nr. 88.989 van 14 juli 2000 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; X-9252-1/28 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 23 augustus 2000 ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 9 oktober 2000 ingediend door de c.v.b.a. FASIVER; Gelet op de beschikking van 18 oktober 2000 die de tussenkomst van de c.v.b.a. FASIVER toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 13 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 24 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van de heer P. CLAUS, voorzitter van de verzoekende partij, van advocaat B. VANLEE, die loco advocaat H. VAN BURM verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat J. BOUCKAERT, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; X-9252-2/28 X-9252-3/28 OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.1. De verzoeker omschrijft in zijn verzoekschrift zijn belang als volgt : “1. Het belang Het belang vloeit voort uit haar statuten, vermits zij een VZW is, wiens werking bepaald wordt door de statuten. Als U aanvaardt dat de belangen van een VZW in eerste orde afgebakend worden door haar statuten, dan is het evident dat ook de nadelen met haar statutaire doelstellingen te zien hebben. Statuten dienen om de richting van de vereniging te bepalen. Richting die wettelijk moet zijn en niet mag ingaan tegen goede zeden en openbare orde, wat de grens is van de vrijheid van vereniging. 2. Het doel van de vereniging Volgens art. 3 van haar statuten (...) heeft verzoekende partij tot doel : 1. Het verwezenlijken van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen. 2. Het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming. 3. Het informeren van de bevolking. 4. Het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden. Artikel 3 is bindend voor zover de financiële middelen van het komitee dit toelaten. 3. ‘Werkelijke milieubescherming’ versus grootschalige werken. Met de hier vergunde werken is een gebied gemoeid van ong. 42 ha. Dit is dus een zeer omvangrijk gebied dat paalt aan Merelbeke en dus het leefmilieu van Merelbeke onvermijdelijk betrekt. Wil verzoekende partij werkelijk aan milieubescherming doen, dan is zij verplicht deze beslissing aan te vechten. De uitvoering ervan dreigt immers van een valleigebied een stortheuvel te maken. De Scheldevallei tussen Gentbrugge en Merelbeke is reeds ernstig aangetast door allerlei infrastructuren, zoals wegenaanleg, industriegebieden (Fabelta, BPA Toemaattragel, BPA Kanaal van Zwijnaarde, kanalisering van de Schelde, ...). Ook is het zo dat er in de Scheldevallei reeds een aantal andere gebieden zijn opgespoten, maar alles veel geringer van omvang. Zo bv. enkele ha. landbouwgronden aan Eke-brug (aan de Grenadierslaan), Semmerzake (de Bolveerput), de Reytmeersen en de Meersbloem te Oudenaarde. Dus als de vereniging aan werkelijke milieubescherming wil doen, ook op het vlak van de ruimtelijke ordening, dient zij in actie te komen. 4. Nadere gegevens i.v.m. de territoriale materiële binding onder meer visueel met Merelbeke. * De Tijarm, dit is het laatste deel van de Bovenschelde tot aan de sluis van Merelbeke, waar de ‘Zeeschelde’ begint, is voor de rechterhelft te situeren in Merelbeke. De grens tussen beide gemeenten loopt dus door het midden van deze Tijarm. De Tijarm is ongeveer 30 meter breed. Dus is het evident dat er tussen beide gemeenten een fysieke en visuele binding is van en naar het Eiland kijkend. En ruimtelijke ordening komt in het menselijk leefmilieu eerst terecht via het oog. X-9252-4/28 Volgens de bouwplannen is het dak van de ophoging dus peil + 13 meter trouwens voorzien vanaf 40 meter te rekenen van de Tijarm. Zie ook de voorwaarde 3.e van de bouwvergunning. Qua omliggende wegen. Ook vanaf de Zwijnaardse Steenweg, komend vanaf Merelbeke-centrum zijn er honderden meters open gebied, die dus het zicht op het bedreigde gebied mogelijk maken. (...) Onder meer de percelen gelegen ten oosten van het tuinbouwbedrijf langs de Zwijnaardse steenweg, vooraleer de ambachtelijke zone aan de Zwijnaarde-brug te bereiken. Idem vanaf de Waterstraat ten zuidoosten van het gebied, naast het Blauwhuis Kasteel Merelbeke. Idem vanaf het jaagpad langs de Tijarm, grondgebied Merelbeke, een belangrijke recreatieve weg. 5. Recreatieve schade aan het Merelbeeks leefmilieu, wat een sociaal aspect is van de ruimtelijke ordening bedoeld in de eerste en tweede statutaire doel- stelling. De uitvoering van de bouwvergunning zal ook aan het recreatieve aspect van het Merelbeekse leefmilieu schade toebrengen. Recreatie behoort tot de sociale kant van het menselijk leefmilieu dat de vereniging nastreeft. Zie trouwens ook artikel 1 van het Decreet Ruimtelijke Ordening dat de verschillende aspecten van de ruimtelijke ordening vermeldt. Aan weerszijden van de Tijarm is er nl. een jaagpad of trekweg. Hier genoemd ‘Scheldekant’ en aan de overzijde ‘Kappetragel’. Deze weg is niet voor wegverkeer, wel voor fietsers en wandelaars toegankelijk. Aan de Merelbeekse Scheldekant wordt het onder als woon-werkweg en als recreatieweg. Er is geen autoverkeer toegestaan. Vanaf het jaagpad aan weerszijden zal deze enorme reliëfwijziging dus zeer goed te zien zijn. En door de bouwwerken zal er jarenlang, ernstige recreatieve schade zijn, door lawaai, allerlei graafwerken, aanleg van baggerinfrastructuur, enz. 6. Visuele schade vanaf de Zwijnaardse Steenweg, de Waterstraat en het jaagpad. Merelbeke had in 1996 21.027 inwoners. Veel van deze inwoners zoals ook de meeste leden van verzoekster, pendelen over en weer naar Gent, via openbare wegen zoals de Zwijnaardse Steenweg over de Schelde richting Tramstraat en Oudenaardse Steenweg. Onder meer vanaf de brug over de Schelde en vanaf bepaalde delen van de Zwijnaardse steenweg is er een redelijk goed zicht op het Eiland. Dus deze visuele milieuschade is reëel. 7. Negatieve Ruimtelijke weerslag. Ontwrichting van de ruimtelijke draagkracht. Verlies van een valleigebied en open ruimte. De ruimtelijke ordening is ook een belangrijk element voor het Merelbeekse leefmilieu zoals beschreven in de statuten. Ruimtelijke ordening heeft onder meer met omgeving te maken. Het Eiland behoort duidelijk tot de omgeving van Merelbeke. Nu dient de bouwvergunning als middel om meer dan 40 ha bouwrijp te maken. Daardoor dreigt de bestemming en functie van dit gebied een duidelijke ruimtelijke weerslag op het grondgebied van de gemeente Merelbeke en niet enkel Gent. De vallei strekt zich uit aan weerszijden van de Tijarm. Het is dus ook logisch dat wat op de ene oever gebeurt, uitwerkt naar de andere oever. Bv. landschappelijk, vermits de Tijarm geen visuele barrière kan vormen. Feit is nl. dat het typisch Scheldevalleikarakter verder dreigt verloren te gaan, door ophoging met 5 á 6 meter. De ruimtelijke draagkracht van het Eiland en omgeving zal dus ontwricht worden. Dit dus landschappelijk door te veel te hoge reliëfwijziging in een van X-9252-5/28 nature eerder laag gebied. Maar ook door de i.c. reeds aangekondigde bebouwing met bedrijven. Want tot + 13 meter, dit is de hoogte van de E-40. Het oorzakelijk verband daarmee is nu reeds aanwezig, en blijkt duidelijk uit de nota's bij de bouwaanvraag. Ook zal deze commercieel getinte ophoging de aanleg van nog een stuk R4 noodzaken en de verkeersdrukte op de traditionele woon-werkwegen nog vergroten. Zie trouwens één van de voorwaarden in de bouwvergunning waar sprake is van een reservatiezone van 20 m. voor ontsluiting van dit gebied. Er wordt dus op termijn een bijkomende verkeersoverlast teweeggebracht met deze vergunning. NB Het voorziene Flanders Business Center op het Eiland zou 6000 arbeidsplaatsen scheppen... Dit terwijl ook reeds in Merelbeke een kantorencomplex van 2000 arbeidsplaatsen is voorzien nabij Ringvaart. (...) I.v.m. de ontwrichting van de ruimtelijke draagkracht. Zie ook het negatief advies van de gemeente Merelbeke i.v.m. de gewestplanherziening, wat i.c. ook relevant is (...) ‘Overwegende dat ... ; een groene corridor op Gents grondgebied ‘die parallel loopt met en ten Westen van het jaagpad langs deTijarm de verbinding vormt tussen deze twee natuurgebieden; ‘Overwegende dat deze groene corridor kadert in de creatie van een bufferzone tussen de Merelbeekse woonzone en de Gentse industriezone ten Westen van de Schelde.’ En zie het standpunt destijds van minister Baldewijns (...): ‘dat de uitbouw van een circa 70 ha beslaand teleport (hoogwaardig kantorenpark) op deze plaats het bestaande ruimtelijk evenwicht m.b.t. de verwevenheid van functies in het Gentse zal ontwrichten; ...’ 7. De doelstellingen van de vereniging zijn trouwens niet zo opgevat dat de oorzaak van een milieuprobleem zich rechtstreeks en uitsluitend op het grondgebied van Merelbeke moet voordoen. Ook neveneffecten en impact van ingrepen in andere gemeenten zijn uiteraard van belang. Gemeenten zijn geen eilanden. Dit alleen reeds i.c. door de wisselwerking qua verkeer, lawaai, visuele hinder door de ophogingswerken, ingezette rollend materieel, enz. 8. Statutair gezien is hier ondermeer de noodzaak aan milieubescherming in ruime zin en de ruimtelijke ordening dus duidelijk in het gedrang. Milieu- bescherming slaat zowel op het natuurlijk als op het menselijk leefmilieu. 9. Ecologische waarde en rust aan de Schelde- Tijarm zal verstoord worden. Ook het ecologische is een belangrijk element van het leefmilieu en ruimtelijke ordening op grondgebied Merelbeke. Door de bouwwerken zal het vogelbestand op deze getijderivier voortdurend verstoord worden. Immers, de ophogingswerken en lagunering zullen gepaard gaan met allerlei transportmiddelen, zoals buizen, vrachtwagens, enz. De Tijarm tussen de Stuw Merelbeke (ong. 1 km. ten zuiden van het Eiland) en de Sluis van Merelbeke (ong. 300 m. ten noorden van het projectgebied) heeft een groot ecologisch belang voor de Scheldevallei: * tal van eenden, steltlopers, zangvogels komen er voor. Bv. gans het jaar door is er de bergeend , een soort die ook voorkomt op de bijlage I van het Verdrag van Bern en waarvan een tiental koppels jaarlijks broeden op de ‘black point’. In de Tijarm werd vorig jaar (juni'98) een zeehond waargenomen. Verder worden er ook regelmatig (visetende) aalscholvers, oeverlopers, blauwe reigers, ijsvogel, wintertalingen, wilde eenden en tal van zangvogels waargenomen langs de oevers van de Tijarm. Ook diverse roofvogels zoals het smelleken, torenvalk, sperwer en ransuil, volgen het gebied. * In juni '98 werd er zelfs een zeehond waargenomen. Zie hierover ook de brochure over het GNOP van de stad Gent. Ook de jaren daarvoor werd er af X-9252-6/28 en toe een zeehond gezien aan de sluizen te Merelbeke (de Tijarm mondt uit aan de sluizen). * Doordat er geen scheepvaart en geen autoverkeer op de oevers plaatsvindt, is het een rustige waterloop. Rust is essentieel voor de fauna. De rust zal door de uitvoering van de bouwvergunning voor jaren verloren gaan. * het gaat hier om het laatste getijdestuk van de Schelde. Deze getijde- werking doet slikken en afwisseling in de oevervegetatie ontstaan, met onder meer riet, kaardebol, waterzuring, e.d. De bouwvergunning zal door de uitbaggering van de Tijarm negatief inwerken op het geleidelijk ontstaan evenwicht langs de oevers van de Tijarm. * de bouwvergunning hypothekeert ook de waterhuishouding van de Tijarm want volgens de bouwaanvraag zou onder meer de Tijarm uitgebaggerd worden, terwijl deze Tijarm nu nog steeds een laag waterpeil heeft, en de uitbaggering het verdrogingseffect in de Merelbeekse Scheldevallei nog zal doen toenemen. 10. Ecologische schade aan de verblijfplaatsen van Merelbeekse/Gentse avifauna. Uiteraard betekent de ophoging van dit nog vrij laag gebied, dat de rust- en voedselplaatsen van de in de omgeving voorkomende fauna zal verloren gaan en verstoord worden. Bv. voor de reigerpopulatie die broedt in het Liedermeerspark is er een directe inkrimping van 40 ha te verwachten. Gebied waar reigers nu nog op amfibieën e.d. kunnen jagen in de weilanden. Idem voor de torenvalk en de buizerd bv. 11. De landschappelijke aspecten van het leefmilieu Merelbeke. Dit behoort tot het esthetische aspect van het leefmilieu en ruimtelijke ordening vermeld in de doelstellingen. Uit de plannen blijkt duidelijk dat het de bedoeling is om dit gebied op te hogen van 6 á 7 meter hoogte nu tot 13 meter. Daar komen ook nog de stortdijken bij en de eindafdek met 1 meter. Hierdoor zal het maaiveld uiteindelijk ongeveer 1 m. onder het niveau van de (hooggelegen) autostrade komen. Het zicht vanaf de overkant van de Tijarm, bv vanaf de Zwijnaardse- steenweg, het jaagpad, enz. zal dan ook zeer sterk verstoord worden door het resultaat van deze exploitatie. Actueel is het zicht echt nog de moeite. Men kan zowel aan Zwijnaardse als Merelbeekse zijde van de Tijarm het jaagpad volgen. Doordat er geen bebouwing is op het Eiland en er behalve rond het zgn. black point aan de Geizegemstraat geen dijken zijn, is het uitzicht er nogal weids. Dit was trouwens (...) waarom op de recente nationale wandeldag ong. 13.000 wandelaars onder meer het parcours aan de overzijde van de Tijarm naast het Eiland hebben gevolgd. Dit dreigend visueel-landschappelijk nadeel is dus een rechtstreeks gevolg van de bouwvergunning, maar ook van de milieuvergunning. Een dergelijke beeldverandering over een oppervlakte van zeker 30 ha is ernstig. Het zal doen denken aan een stort zoals Callemansputte. Het vergezicht zal verdwijnen. Het Scheldevalleikarakter alhier verdwijnen. 13. De beslissing en voorafgaande procedure is ook in strijd met de doelstelling van de vereniging op het vlak van het informeren van de bevolking. Immers, spijts de toch belangrijke gevolgen voor Merelbeke, is er geen openbaar onderzoek geweest, is er geen vraag om advies geweest bij de gemeente, enz. Dit is toch niet normaal voor een project dat meer dan 40 ha dreigt te beslaan. X-9252-7/28 14. Een ander belang/nadeel is dat de aanloop naar een harde bestemming/functiewijziging van het Eiland. Deze aanvraag van Fasiver, bij deze vergund, kadert nl. duidelijk in het plan om dit Eiland om te zetten in een echte industrie- en bedrijvenzone. Dit blijkt heel duidelijk uit het besluit zelf (...) en uit de statuten van Fasiver. De samenlezing met het gewijzigde gewestplan maakt de zaak compleet. Het gewestplan voorziet nl. een deel bijzonder reservatiegebied (bedrijvenzone op termijn) en een KMO-zone (op de black point). Er is een voldoende oorzakelijk verband. Het slibstort is immers een onmisbare schakel in het valoriseren en bebouwen van het nog Groene Eiland. 15. Verder is er zeker ook het verlies van waardevolle landschapselementen en vegetatie. Een bos van enkele ha omringd met oude knotwilgen (percelen 627 b en 630) zal verdwijnen onder de meters ophoging. Meer naar de E-40 toe zijn er nog authentieke meersen met oude sleedoornhagen, tientallen knotwilgen en populieren, verzwegen in de aanvraag, maar wel degelijk bestaand. Een deel hiervan is vermeld op de biologische waarderingskaart. Er zijn ook natte ruigtes vooral naar het Kanaal van Zwijnaarde toe en rond het kleine woongehucht aan de Geizegemstraat. 16. Feitelijke inrichting als stadsbos, landbouw- en/of andere groenzone. Feit is ook dat indien deze vergunning uitgevoerd zou worden, de kans definitief verkeken is om hier nog een bos aan te leggen. Wat ook van belang is voor het Merelbeeks leefmilieu, want gezien de noodzaak onder meer van afscherming t.o.v. de industrie , verbrandingsinstallaties enz. van het U.Z.G., de Ivago, Monsanto, Propafilm enz. aan de overzijde van de Ringvaart. (...)”. 1.2. De eerste verwerende partij repliceert hierop het volgende : “1. Verzoekster stelt dat zij een VZW is die tot doel heeft: - het verwezenlijken van een werkelijke natuurbescherming in al haar vormen : - het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming; - het informeren van de bevolking; - het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden. De aangevochten vergunning heeft betrekking op percelen, gelegen te Gent (Zwijnaarde), derhalve niet behorend tot de gemeente Merelbeke. De verzoekster gaat uitvoerig in op de territoriaal-materiële en visuele binding met de gemeente Merelbeke teneinde aldus een link te leggen met haar statutair doel. Nochtans is het doel volgens de statuten beperkt tot het plaatsen van de ruimtelijke ordening van de gemeente Merelbeke in functie van de milieubescherming. De bouwvergunning heeft als dusdanig geen weerslag op de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke, zodat niet voldaan is aan de voorwaarde van een rechtstreeks persoonlijk belang in hoofde van verzoekster. De VZW streeft een algemeen belang na dat los staat van haar statutair doel, hetgeen niet toelaatbaar is. ‘Via de oprichting van een VZW kan geen actio popularis worden ingesteld’ (...). De verzoekster verwijst daarbij uitgebreid naar de ruimtelijke gevolgen die ‘zullen’ veroorzaakt worden door de werken die volgens haar in de toekomst X-9252-8/28 zullen uitgevoerd worden, nl. de uitbouw van een business-center, een KMO- zone, ... Er kan geen rekening gehouden worden met de gevolgen van gebeurlijke in de toekomst te verlenen vergunningen, vermits dit geen actueel belang voorstelt. 2. Zeer terecht heeft uw Raad (...) geoordeeld dat de (schorsings)vordering het statutaire doel van de verzoekende partij te buiten gaat en dat de aangevoerde argumentatie m.b.t. een territoriale materiële binding onder meer visueel met Merelbeke hieraan niets afdoet. De exceptie van niet-ontvankelijkheid werd door Uw Raad gegrond bevonden. Uiteraard is de beoordeling van de ontvankelijkheid van het annulatieberoep volledig identiek aan de ontvankelijkheid van het schorsingsberoep. 3. In haar verzoekschrift wijdt de verzoekende partij uitvoerig uit over de beweerdelijk nefaste gevolgen van de bouwvergunning voor het leefmilieu op de site ‘Eiland’. Afgezien van de vraag of er sprake van is dat de verzoekster een persoonlijk nadeel lijdt ingevolge werken die worden uitgevoerd in een gemeente die statutair niet tot de actieradius van de VZW behoort, hetgeen volgens concluante niet het geval is (...), kan zij zich niet van de indruk ontdoen dat de verzoekende partij daarbij een uiterst eenzijdig, ongenuanceerd beeld geeft nopens de actuele toestand van de percelen en de toekomstige toestand, nadat de vergunde werken zullen zijn uitgevoerd. Het verloop van de behandeling van de bouwaanvraag illustreert precies dat grondig rekening werd gehouden met ecologische verzuchtingen en opwaardering, hetgeen zich trouwens heeft veruitwendigd in de voorwaarden die de bouwvergunning heeft opgelegd. Daarbij kan de verzoekster zich niet beroepen op de mogelijke nadelen die uitsluitend het gevolg zijn van het gewijzigde gewestplan Gentse en Kanalenzone, die het gebied als KMO-zone en bijzonder reservatiegebied bestemde, hetgeen verzoekster duidelijk wél doet (de verwijzing naar toename van verkeer, lawaaihinder, ...) Zoals gezegd, wordt een gedeelte van het gebied gevormd door een deels zwaar vervuild gebied, de historisch vervuilde black point. Het overige gedeelte van het gebied is weide, met enkele woningen, wat akkerland, een laagstamboomgaard en een klein bos. De opwaardering van het gebied veronderstelt in de eerste plaats het gezond maken van de bezoedelde en waterzieke gronden, waarbij het noodzakelijk blijkt de slibbekkens te zuiveren en de laaggelegen gronden op te hogen. Bij de uitwerking van de aanvraag werd een bijzondere aandacht besteed aan het ecologisch facet van het project door het voorzien van een brede groene buffer (minimaal 50 meter) langs de Tijarm, groene buffer waar oevervegetatie, houtwal- en bosbeplanting zullen zorgen voor een landschappelijk en ecologisch interessante site die zich vervlecht met de overige delen van het landschap. Ter informatie vestigt concluante er de aandacht op dat voor het gebied in het kader van de uitbouw van een groenas 4 een groene ruimte was voorzien van 100 m langs de Tijarm. De studie over de uitbouw van groenas 4 -van stadscentrum naar de Vallei van de Bovenschelde(-) werd weliswaar op 28 mei 1998 goedgekeurd door het College van Burgemeester en Schepenen maar werd niet goedgekeurd door de Gemeenteraad, zodat dit geen bindende en/of verordenende kracht heeft (...) Één van de redenen waarom het plan tot heden niet werd goedgekeurd is o.a. omwille van de vaststelling dat de groene buffer van 100 meter langs de Tijarm de draagkracht van het terrein ruimschoots overschreed. X-9252-9/28 Weze trouwens gezegd dat de uitbouw van groenassen een loutere beleidsoptie is die, zelfs na gebeurlijke goedkeuring door de Gemeenteraad, slechts bindende kracht kan en zal verkrijgen voor zover deze beleidsopties zullen gematerialiseerd worden via de opname in bindende plannen van aanleg. Na aanpassingen van de oorspronkelijke plannen werden omtrent de bouwaanvraag gunstige adviezen verleend door o.m. de Technische Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning op 8/4/1999 (...) en door de Dienst natuurontwikkeling op 14/4/1999 (...). Het valt op dat de verzoekende partij nauwelijks ingaat op de nochtans relevante inhoud van deze adviezen... Hoe dan ook : de argumentatie van de verzoekende partij wordt geheel weerlegd door de inhoud van de bouwvergunning zelf, die voorziet in diverse garanties op ecologisch vlak en uiteindelijk zullen leiden tot een ecologische opwaardering van het gebied, dat thans deels zwaar vervuild en deels waterziek is. Meer bepaald voorziet het in een termijn waarbinnen de aanleg van de groenassen dient te geschieden, dient een brede buffer te worden aangelegd als compensatie voor de ontlasting en mogen er geen verstorende werken worden uitgevoerd tijdens de gevoelige periodes voor de avifauna. De aandacht zij er op gevestigd dat de in de bouwvergunning vervatte werken geen ‘naakte’ talud ophoging tot gevolg zullen hebben, doch integendeel een groenas die gradueel overgaat”. 1.3. De tweede verwerende partij stelt wat volgt : “2. Allereerst moet worden opgemerkt, voor zover verzoekster zich beroept op de bijkomende verkeersoverlast, de ‘reeds aangekondigde bebouwing’ en het feit dat het slibstort een onmisbare schakel zou zijn in het valoriseren en bebouwen van het Eiland om de schade aan te duiden die door haar zou worden geleden, dat deze schade voortvloeit uit de wijziging van het gewestplan Gentse en Kanaalzone zoals bij besluit van 28 oktober 1998 definitief vastgesteld. Deze gewestplanwijziging is echter niet het voorwerp van huidige procedure. Het nadeel van verzoekster staat dan ook niet in rechtstreeks verband met de thans bestreden beslissing. 3. Verzoekster stelt dat haar belang voortvloeit uit haar statuten, die overeenkomstig artikel 3 aangeven dat de vzw tot doel heeft : 1. het verwezenlijken van een werkelijke milieubescherming in al haar vormen 2. het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming 3. het informeren van de bevolking 4. het voeren van elke gepaste actie tot verwezenlijking van deze doeleinden. De territoriale binding van het belang zou volgens verzoekster blijken uit het feit dat met de vergunde werken een gebied gemoeid is dat paalt aan Merelbeke en dus het leefmilieu van Merelbeke zou betrekken. Anderzijds loopt de grens van de gemeenten Merelbeke en Gent door het midden van de Tijarm. Dus is het voor verzoekster ‘evident dat er tussen beide gemeenten een fysieke en visuele binding is van en naar het Eiland kijkend’. Dat ingeroepen belang van verzoekster wordt betwist om de hierna volgende redenen. 4. De verzoekster heeft geen persoonlijk en rechtstreeks belang. Onder het persoonlijk karakter van het belang wordt begrepen, de vereiste dat verzoekster zich in een bepaalde rechtsverhouding ten opzichte van de bestreden beslissing bevindt. X-9252-10/28 Het rechtstreeks karakter van het belang heeft betrekking op de relatie die dient te bestaan tussen het nadeel en de bestreden beslissing. De bestreden bouwvergunning heeft betrekking op een terrein gelegen op Gents grondgebied en niet op dat van Merelbeke. De statuten van verzoekster bepalen dat zij slechts tot doel heeft ‘het plaatsen van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming’. Waar zij voorhoudt dat de doelstellingen van de vereniging niet zo opgevat zijn dat de oorzaak van het milieuprobleem zich op het grondgebied van Merelbeke moeten voordoen, verbindt zij een bijkomend doel aan de 4 statutaire doelstellingen. Uit de statuten is dit niet af te leiden. Verzoekster tracht haar stelling te motiveren aan de hand van de wisselwerking qua verkeer, lawaai, ingezet rollend materieel en vooral visuele hinder. Er wordt echter op geen enkele wijze concreet geschetst wat deze nadelen precies inhouden in het licht van de ruimtelijke ordening van het grondgebied van de gemeente Merelbeke. De statuten hebben als doel slechts het plaatsen van de ruimtelijke ordening op dat grondgebied, in functie van de milieubescherming opgenomen. De vordering tot nietigverklaring gaat het statutair doel van de verzoekende partij te buiten. Er bestaat geen voldoende rechtstreeks en persoonlijk belang. 5. Het ingeroepen belang voldoet niet aan het specialiteitsbeginsel. Ingevolge het specialiteitsbeginsel dienen de statutaire bepalingen betreffende het maatschappelijk doel voldoende precies te zijn om aan te tonen dat het voorwerp van het beroep direct en specifiek past binnen het door de verzoekende vereniging betrachte doel. Een grondig onderzoek dringt zich op. (...). Verzoekster dient aannemelijk te maken waarom de bestreden vergunning de belangen van haar leden zou aantasten en afbreuk zou doen aan haar doelstellingen. Uit de statuten van verzoekster blijkt dat haar maatschappelijk doel er in de eerste plaats in bestaat een werkelijke milieubescherming in al haar vormen te betrachten. Deze doelstelling heeft een algemene draagwijdte en staat gelijk met de actio popularis indien de handeling die wordt aangevochten geen algemene draagwijdte heeft - even algemeen als die van de doelstelling waarop verzoekster haar beroept - doch een specifieke strekking heeft. Terzake gaat het om beroep tot vernietiging van een bouwvergunning tot het wijzigen van het reliëf op het grondgebied van de stad Gent buiten het territoriaal werkingsveld van verzoekster en niet om een beroep tegen een algemene maatregel met betrekking tot het milieu en de milieubescherming van de gemeente Merelbeke. Overigens kan de verzoekster zich niet beroepen op een statutaire doelstelling die betrekking heeft op de bescherming van het milieu om haar belang te staven bij het aanvechten van een bouwvergunning. Dat specifieke belang kan slechts ingeroepen worden bij het aanvechten van een milieuvergunning. 6. Het ingeroepen belang voldoet niet aan de vereiste van een overeen- komstig de statuten voldoende specifiek belang De rechtstreekse band tussen het in het maatschappelijk doel bepaald werkterrein van verwerende partij en de aard van de bestreden beslissing dient aangetoond te worden. Er dient duidelijk een geografische band te bestaan tussen de vereniging en haar leden enerzijds en de bestreden beslissing anderzijds. Uit de ledenlijst blijkt dat het merendeel van de leden van verzoekster op het grondgebied Merelbeke wonen. Verwerende partij verwijst naar wat hoger werd gesteld. Er is geen geografische band tussen de vereniging en haar leden enerzijds en de bestreden beslissing anderzijds. X-9252-11/28 7. Het door de verzoekster ingeroepen belang voldoet niet aan het rechtens vereiste actueel belang. De vrees van verzoekster dat ‘wat op de ene oever gebeurt, uitwerkt naar de andere oever’ en het nadeel dat verzoekster meent te lijden door de aangekondigde bebouwing, kan geen actueel belang uitmaken. Ook de volgens verzoekster - noodzaak tot de aanleg van een stuk R4 is niet in huidige vergunning voorzien. Uit de behandeling van de middelen en het feitenrelaas blijkt dat voldoende maatregelen werden genomen om de ecologische schade en het verlies van waardevolle landschapselementen en vegetatie te vermijden en te beperken. Indien deze schade al ontstaat door huidige bouwaanvraag, dan doet deze zich bovendien uitsluitend voor op het grondgebied van de stad Gent en niet van de gemeente Merelbeke. Verzoekster slaagt er ook hier niet in de vrees voor deze ecologische schade op het grondgebied van Merelbeke te concretiseren. Bovendien is de vrees voor een nadeel onvoldoende om het belang aan te tonen. Verzoekster meent eveneens dat door de vergunning de kans om een bos aan te leggen definitief verkeken is. Ook dit nadeel kan niet als actueel worden beschouwd. 8. Volledigheidshalve kan ook het volgende worden aangestipt : belangrijk bij de beoordeling van het belang, en door verzoekende partij helemaal niet aangekaart, is de aanwezige verontreiniging van de grond. De vijf slibbekkens van het voormalige Fabelta Zwijnaarde (+/- 6 ha), waarin viscoseafval werd gestort werd door de Vlaamse Regering aangewezen als historisch verontreinigde grond waar bodemsanering dient te gebeuren. Bovendien werden ook rond deze site meerdere percelen op de ‘zwarte lijst’ geplaatst, aangezien zij eveneens, maar in iets mindere mate verontreinigd zijn. Het is derhalve vooral, zo niet uitsluitend, deze situatie die de thans bestreden beslissing noodzakelijk maakt. De Vlaamse Regering (na advies van OVAM) beschouwt het perceel immers gedeeltelijk als een ‘black-point’, een ernstige bedreiging voor mens en milieu. Waar verzoekende partij zich bij de behandeling van het belang vooral beroept op schade aan het leefmilieu, rijst toch de vraag of de beweerde kwaliteit van het milieu inderdaad zo fantastisch is als zij laat doorschijnen. Het ingeroepen nadeel - zo dit al zou bestaan - vloeit niet voort uit de bestreden vergunning, maar uit de beslissing van de OVAM van 12 maart 1999 inzake de ‘conformiteit van het Bodemsaneringsproject industriële stortplaats en aanpalende percelen te Zwijnaarde’, alsook uit de op 23 december 1998 genomen beslissing van de Minister van Leefmilieu waarbij het beroep tegen de beslissing van de bestendige deputatie d.d. 25 juni 1998 waarbij een milieuvergunning werd verleend, werd ongegrond verklaard. 9. Het betrokken terrein is gelegen naast de drukke E 40-autoweg. Zoals de Raad van State reeds in zijn arrest d.d. 28 oktober 1999 (...) heeft gesteld, maakt verzoekende partij niet aannemelijk dat de toename van het lawaai door de vergunde motorvoertuigen dermate hoog is dat het woonklimaat in de gemeente Merelbeke ernstig zal worden verstoord. Eveneens oordeelde de Raad van State in dezelfde procedure dat het landschap, dat niet gelegen is op het grondgebied van de gemeente Merelbeke, reeds gekenmerkt wordt door autowegen, bruggen, kanalen en andere kunstmatige infrastructuur. Verzoekende partij verduidelijkt nergens dat de ingreep in het landschap een belang ten opzichte van het leefmilieu van de gemeente Merelbeke uitmaakt. Ook in huidig verzoekschrift wordt dit niet geconcretiseerd. De dreigende toename van lawaai, het verdwijnen van het Scheldevalleikarakter, de reliëfverhoging, het verdwijnen van stukje bos, kortom de gedaanteverandering van het terrein zijn elementen waarover de overheid op het moment van de vaststelling van het gewestplan een standpunt X-9252-12/28 innam en een beleidskeuze maakte. De verzoekende partij kon in deze procedure haar bezwaren op voldoende wijze uiten”. X-9252-13/28 1.4. De tussenkomende partij brengt de volgende exceptie aan : “a. Algemeen Overeenkomstig een vaststaand principe dient een verzoekende partij blijk te geven van een persoonlijk belang, d.w.z. dat de verzoekende partij zich in een bepaalde rechtsverhouding ten opzichte van de bestreden beslissing bevindt. Dit onderzoek wordt in concreto gevoerd. Overeenkomstig een vaste rechtspraak van Uw Raad heeft in principe iedere persoon belang bij de ruimtelijke ordening van zijn wijk, net zoals ieder bouwwerk in principe iedere buur aanbelangt. In dit verband aanvaardt uw Raad dat de verzoeker die op een deugdelijke wijze aantoont dat hij eigenaar of bewoner is van een pand of een perceel dat paalt aan of gelegen is naast ofwel gelegen is tegenover datgene waarvoor een bouwvergunning is verleend of die in het algemeen in de onmiddellijke nabijheid woont van het perceel waarvoor een vergunning wordt afgegeven daardoor alleen al doet blijken van het wettelijk vereiste belang. (...). Het belang waarvan de verzoekende partij blijk dient te geven, dient bovendien rechtstreeks te zijn, d.w.z. dat er een direct of rechtstreeks causaal verband moet bestaan tussen het nadeel dat de verzoekende partij beweert te ondervinden als gevolg van de bestreden beslissing zelf. Tenslotte dient de verzoekende partij blijk te geven van een actueel belang : het belang moet voorhanden zijn op het ogenblik van het indienen van het beroep tot nietigverklaring/schorsing. b. Toepassing in casu In de eerste plaats is vast te stellen dat, voor zover verzoekende partij zich beroept op de recreatieve en visuele schade die zij of haar leden zou(den) ondervinden uit de ophoging van de terreinen en de slibberging, deze desgevallend enkel kan voortvloeien uit het gewijzigd gewestplan Gentse en Kanaalzone dat bij besluit van 28 oktober 1998 van de Vlaamse Regering definitief is vastgesteld en dat op 26 januari 1999 in het Belgisch Staatsblad is verschenen. Deze voormelde beslissing maakt evenwel niet het voorwerp uit van het huidig beroep. De bestreden bouwvergunning blijkt aldus niet de rechtstreekse oorzaak te zijn van de schade die het rechtstreekse belang moet verantwoorden. Bovendien is op te merken dat de bestreden bouwvergunning betrekking heeft op een terrein, nl. het ‘Eiland’, dat op Gents en dus niet op Merelbeeks grondgebied gelegen is. Er bestaat dus geen voldoende rechtstreekse band tussen het belang en de bestreden beslissing, vermits de actieradius van verzoekster zich tot de gemeente Merelbeke beperkt (zie artikel 3, 2 van de statuten : ‘het plaatsen van de ruimtelijke ordening op het grondgebied van de gemeente Merelbeke in functie van deze milieubescherming’). In het arrest met (...), uitgesproken in het kader van de schorsingsprocedure, heeft Uw Raad dan ook terecht als volgt geoordeeld : ‘Overwegende dat het statutaire doel van verzoekende partij het werkingsgebied van de vereniging wat betreft de ruimtelijke ordening beperkt is tot ‘het grondgebied van de gemeente Merelbeke’, en dit specifiek ‘in functie van de onder punt 1 aangegeven ‘werkelijke milieubescherming in al haar vormen’, dat het bestreden besluit de bouwvergunning verleent voor ‘het wijzigen van het reliëf voor de inrichting van een slibverwerkingscentrum en een monodeponie voor baggerspecie’ een terrein gelegen te Gent (Zwijnaarde), Kappetragel/Geizegemstraat; dat de verwerende partij en de tussenkomende partij terecht opwerpen dat het bestreden besluit de bouwvergunning verleent voor het uitvoeren van werken op een terrein dat is gelegen, niet op het grondgebied van de gemeente Merelbeke, maar op het grondgebied van de stad Gent; dat de X-9252-14/28 vordering het statutaire doel van verzoekende partij te buiten gaat; dat de door verzoekende partij aangevoerde argumentatie met betrekking tot een ‘territoriale materiële binding onder meer visueel met Merelbeke’, hieraan niets afdoet; dat de door verwerende en de tussenkomende partij opgeworpen exceptie van niet-ontvankelijkheid gegrond is.’ Ook de vordering tot schorsing van tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 oktober 1998 houdende definitieve vaststelling van een gedeelte van het gewestplan Gentse en Kanaalzone (met name de wijziging van een bufferzone op het zgn. ‘Eiland’ - de ‘Teleport-zone’ en ‘het bijzonder reservatiegebied (na sanering)’, werd bij arrest van Uw Raad (...) om dezelfde reden verworpen. Ook hier heeft Uw Raad geoordeeld dat verzoekende partij geen belang had bij de vordering, omdat haar statutair doel beperkt is tot het grondgebied van de gemeente Merelbeke, terwijl de aangevochten bestemmingswijzigingen betrekking hebben op het grondgebied van de stad Gent (Zwijnaarde)”. 1.5. De verzoekende partij antwoordt hierop het volgende in haar memorie van wederantwoord : “In haar memorie van wederantwoord repliceert verzoekende partij als volgt op de aangevoerde excepties : Beide verweerders vallen terug op het grondgebied van Merelbeke. Nochtans is stricto sensu in de statuten van de verzoekster niet vermeld dat haar werkingsgebied slechts Merelbeke is. De bedoeling van de oprichters in 1972 is nl. geweest om Merelbeke en omgeving te vrijwaren van verdere daling van de milieuwaarden. De oprichters liepen niet rond met een paardenbril, die Merelbeke als een eiland zagen t.o.v. de omgeving. Ook nu is dat nog steeds niet zo. Het is wel juist dat de tweede doelstelling, terzake de ruimtelijke ordening verwijst naar het grondgebied van Merelbeke, maar dit belet zeker niet dat de mistoestanden gelegen even buiten de gemeente, maar met invloed op de gemeente Merelbeke, dan maar onverschillig moeten ondergaan worden. Dit is niet de bedoeling van de statuten van de verzoekende partij. Verzoekster draagt wel in haar naam de gemeente Merelbeke. Ook is haar zetel gevestigd te Merelbeke. Het is toch ook niet omdat haar zetel te Merelbeke gevestigd is, dat de vereniging alleen in Merelbeke actief is en mag zijn? In de eerste doelstelling, nl. het nastreven van een werkelijke milieubescherming, is er geen beperking qua werkingsgebied. Deze doelstelling moet dus logisch en realistisch bekeken worden. Ook is het de bedoeling geweest van de oprichters van de vereniging om zich in te zetten voor/tegen toestanden die het leefmilieu in Merelbeke beïnvloeden. Of de bron van het kwaad nu in of (even) buiten Merelbeke ligt, is een eerder virtuele benadering. Dit gezien de vereniging volgens haar eerste doelstelling aan ‘werkelijke’ milieubescherming wil doen. In die zin kan men dus niet zeggen dat Merelbeke een soort eiland is dat geen werkelijke milieu-invloeden ondergaat van buiten de gemeente. Het is dus evident dat ongunstige milieu-invloeden uiteraard ook van buiten de gemeente kunnen komen. Dit kan geïllustreerd worden met enkele voorbeelden. Bv. in de jaren ‘70 voerde de vereniging acties tot behoud van de Vurtzak, een bosgebied in Merelbeke - Melle, dat bedreigd werd door wegenaanleg. Ook zijn er regelmatig acties gevoerd tegen de Sidac, die in Zwijnaarde gevestigd was, maar de luchtvervuiling dreef uiteraard Merelbeke binnen. X-9252-15/28 Hetzelfde geldt voor de verbrandingsoven van de Stad Gent aan de groothandelsmarkt, ten noorden van het Eiland. Ook deze situatie heeft impact op Merelbeke, onder meer uitstoot van dioxines. Samengevat : De statuten, de bedoeling van de oprichters, de logische interpretatie van wat een ‘werkelijke’ milieubescherming inhoudt, brengen met zich mee dat ook wat zich in een naburige gemeente van Merelbeke voordoet, een reële invloed kan hebben op milieukwaliteit, op ruimtelijke ordening, ... te Merelbeke. 5. Er is overigens, in ondergeschikte orde, wel degelijk een concreet territoriaal verband tussen de betwiste bouwvergunning en de gemeente Merelbeke. Dit samengevat doordat de Tijarm de helft op grondgebied Merelbeke ligt, doordat aan weerszijden ervan een jaagpad ligt, dat gebruikt mag worden door fietsers en wandelaars, doordat ook vanaf de DellaFaillelaan - Zwijnaardsesteenweg, dit is de verbindingsweg tussen Zwijnaarde en Merelbeke, er grote stukken zijn van waaraf het Eiland zichtbaar is, doordat het Scheldelandschap thans nog doorloopt, het Eiland inbegrepen, doordat het Eiland aan drie zijden grenst aan Merelbeke (ten Noorden het Liedermeerspark), ten oosten de Waterstraat Scheldekant, ten zuiden de Industrieweg - Zwijnaardsesteenweg. En doordat tal van vogels uit de aanpalende gebieden, zoals het kasteeldomein Blauwhuis, de Merelbeekse meersen en het Liedermeerspark, mede het Eiland als pleister- en broedplaats gebruiken. Zie ook de aanvullende stukken 5 en 6 om de concrete visuele binding aan te tonen : op deze foto's is duidelijk te zien dat het gebied zeer goed zichtbaar is vanaf het Jaagpad langs de rechteroever van de Tijarm, grondgebied Merelbeke. Uit de bouwplannen blijkt duidelijk de grootschalige gedaante- verandering van het gebied bij uitvoering van de bouwvergunning. Er zijn geen bomenrijen, muren of andere belemmeringen waardoor het zicht op dit gebied niet mogelijk zou zijn vanaf Merelbeke. Volgens de bouwvergunning zal trouwens de ophoging reeds 13 meter bereiken vanaf 35 meter van de kruin aan de Scheldedijk. Dit terwijl de huidige hoogten bv. zijn 6,83 m. (perceel 575 p2), 7,98 m. (perceel 593), 9,08 m. (perceel 644), enz. Dus dergelijke ophoging zal van heinde en verre te zien zijn, en in elk geval vanuit bepaalde delen van Merelbeke, aan de rechteroever van de Tijarm. De beoogde ophoging zou reiken tot de hoogte van de autostrade. Gevolgen van deze ophogingen. Landschappelijk zeer negatief in een valleigebied. Door deze ophogingen zal uiteraard de onderliggende vegetatie (weiland, knotbomen, bos, hagen, rietkragen, ...), grachten, vijvers, ... en daaraan gebonden fauna in belangrijke mate verdwijnen. De bouwwerken op hoger gelegen terreinen zullen uiteraard ook het lawaai gemakkelijker verspreiden over de omgeving. Doordat het gaat over toch zeer grootschalige bouwwerken (40 ha), mag gerust gezegd worden dat dergelijke bouwwerken een belangrijk nadeel qua geluidskwaliteit voor de omliggende woonzones, langs o.a. de Scheldekant, Waterstraat, Zwijnaardsesteenweg, Oude Gaversesteenweg, ... zullen veroor- zaken. Wat de reservatiestrook voor wegen betreft : het is wel juist dat strikt genomen de bouwvergunning op dit punt nog geen direct nadeel teweegbrengt. Maar er is wel uiteraard het vele werfverkeer dat er bij te pas zal komen. Getuige daarvan ook de beslissing van de bestendige deputatie van 24 augustus 2000 waarbij een stalplaats tot maximaal 25 i.p.v. voorheen 20 voertuigen werd vergund (...). Het gaat hier om voertuigen die massa's grond zullen moeten verzetten en van zwaar kaliber (bulldozers, vrachtwagens, kranen, ...). X-9252-16/28 Gedurende minstens enkele jaren zal dus al dit werfverkeer de omgeving verpesten. De bewering dat er toch al een autostrade ligt, is juist. Maar dit geraas is enigszins gebufferd door groenvoorzieningen (...) en bovendien ligt deze autostrade niet pal tegen de gemeente Merelbeke, wat wel het geval is voor de reliëfwijzigingen die tot aan de oevers van de Tijarm zijn voorzien. Dus veel dichter. 6. Waarom in concreto een werkelijke milieubescherming vergt dat de vernietiging bekomen wordt van deze bouwvergunning. (...) Het is niet correct dat verweerders doen alsof één en ander niet voldoende is aangetoond. Bv. de schade aan het vogelbestand, het landschap : het feit dat dit alles nog betwijfeld wordt, is toch niet ernstig. Waarom dienen dan de foto's en kaarten (...), de verslagen van vogelwaarnemingen en ringvangsten (...), het uittreksel biologische waarderingskaart (...), ...? Hebben de verwerende partijen wel deze stukken bekeken ? (...) Daarbij bewijst de onwetendheid van de stad Gent bv. dat zij zeer onzorgvuldig is in haar beslissingen. Want bescherming van natuur is wettelijk verplicht en brengt ook een informatieplicht met zich mee. Natuurbescherming is één van de vormen van milieubescherming. De vogelsoorten die op het Eiland voorkomen, leven in samenhang met de omgeving, die 75 % tot de gemeente Merelbeke behoort. De ene zijde die tot Gent behoort, nl. de westkant, wordt vooral ingenomen door de gebouwen van de Fabelta en Ghent Dredging, dus grotendeels verstedelijkt. Specifiek bv. gaat het om de blauwe reiger, waarvan een kleine broedkolonie is gevestigd in het (Merelbeekse) Liedermeerspark. Deze vogel zoekt in de omliggende weiden, doch ook verder, zijn voedsel. Door de ophogingen zal een 40 ha fourageergebied verloren gaan (grachten, weilanden, ..) geschikt voor de blauwe reiger. Bv. de aalscholver, die meer en meer op de Tijarm te zien is en er op vis jaagt: door de bouwwerken, het verkeer dat ermee samengaat, ... zal deze schuwe vogel wijken. Bv. de broedpopulatie bergeenden op de slibvijvers van het Eiland, zal uiteraard verdwijnen naarmate zijn leefgebied opgehoogd wordt. Bv. de wespendief, een bijlage 1 soort van de vogelrichtlijn, broedt in de Makkegemse bossen van Merelbeke, maar pleisterde in augustus 2000 wekenlang boven het Eiland. Bv. de vogels van het kasteeldomein Blauwhuis aan de overzijde van de Tijarm, nabij de Waterstraat, zijn voor hun overleven ook afhankelijk van de landelijke omgeving. Dit geldt voor bv. de groene specht, de grote lijster, de buizerd, en mogelijks ook de kerkuil (heeft in ieder geval gebroed op de zolders van het kasteel). Zo ook de buizerd, de torenvalk, de ransuil, en zelfs de velduil komen hier voor, en leven in symbiose met de veel ruimere Scheldevallei. Deze vogelsoorten hebben nu al een tamelijk beperkt leefgebied, geprangd tussen de woonwijken van Merelbeke, Zwijnaarde en Ledeberg, dus door van dat Eiland een druk slibstort te maken zullen deze roofvogels de wijk nemen. De verklaring van G. Spanoghe over dit gebied zegt veel (...). Desgevallend kan U een deskundige aanstellen die dit verder onderzoekt. Het Vlaams Gewest kan advies vragen aan het Instituut voor natuurbehoud. Zie verder ook de middelen tot vernietiging die te maken hebben met inbreuken om natuurbescherming. Dit alles brengt dan ook met zich mee dat een werkelijke milieubescherming noopt tot deze procedure. De statuten laten trouwens gerechtelijke vorderingen toe. X-9252-17/28 7. Nog meer in concreto ten aanzien van de tweede doelstelling. Visuele en esthetische aspecten in verband met deze reliëfwijziging, hebben te maken met ‘ruimtelijke ordening’ in de zin van de tweede doelstelling van de vereniging. Negatieve wijzigingen van het visueel en esthetisch aspect gezien zowel vanaf als richting het ‘Eiland’ zij leveren dan ook een belang op voor verzoekende partij. Terloops mag aangestipt worden dat de oorzaak van een slechte ruimtelijke ordening niet ‘in’ Merelbeke hoeft (gesitueerd
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.