← België

Arrest 178287 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 07/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.287 Rolnummer: A. 182333/X-13239 Zaak: Arrest 178287 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 07/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-17 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:27 Fiche Arrest nr 178.287 van 7 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.287 van 7 januari 2008 in de zaak A. 182.333/X-13.

  1. In zake :
  2. de v.z.w. AKTIEKOMITEE TER BEVEILIGING VAN HET LEEFMILIEU OP DE LINKEROEVER ( A.B.L.L.O.),
  3. Annick BESSELEERS,
  4. Suzanna DE BACKER, die woonplaats kiezen bij advocaat H. VAN DOOREN, kantoor houdende te 9220 HAMME, Stationsstraat 50 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
  5. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. AKTIEKOMITEE TER BEVEILIGING VAN HET LEEFMILIEU OP DE LINKEROEVER (A.B.L.L.O.), Annick BESSELEERS en Suzanna DE BACKER op 6 april 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 19 januari 2007 van de Vlaamse regering houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaalstedelijk gebied Sint-Niklaas”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-13.239-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VERLEYEN, die loco advocaat H. VAN DOOREN verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat P. AERTS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op artikel 90, § 1, 2/, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
  6. De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak in de huidige stand van het geding als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  7. Bij besluit van de Vlaamse regering van 17 maart 2006 wordt het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaalstedelijk gebied Sint-Niklaas” voorlopig vastgesteld. In het GRUP worden 8 deelgebieden opgenomen: - deelgebied 1: grenslijn; - deelgebied 2: stedelijk woongebied Clementwijk; - deelgebied 3: stedelijk woongebied Vijfstraten; - deelgebied 4: gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied Bellestraat-Zonneken; - deelgebied 5: gemengd regionaal bedrijventerrein Europark Zuid II; - deelgebied 6: gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied De Winningen; - deelgebied 7: stedelijk landbouwgebied Tweede Moerput-Kloottiende- Galgstraat-Hamelveld; - deelgebied 8: oostelijke tangent. Uit de toelichtingsnota blijkt dat het deelgebied 4 gemengd moet worden ontwikkeld. Er wordt ruimte voorzien voor bedrijvigheid en voor verscheidene woontypes. Vertaald naar verordenende stedenbouwkundige voorschriften wordt de ruimte ingekleurd als “woongebied” (art. 4) en “gemengd regionaal bedrijventerrein” (art.5) met in overdruk groen-structuur. X-13.239-2/8 1.
  8. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek, georganiseerd van 18 april 2006 tot 16 juni 2006, dienen de verzoekende partijen bezwaar in. Eerste verzoekende partij, wier maatschappelijk doel door haar statuten wordt omschreven als “de belangen van natuur, milieu, in de breedst mogelijke betekenis te bestuderen, te behartigen en te verdedigen op de linker Schelde-oever en in het Waasland (in hoofdzaak Moerbeke, Stekene, Sint-Gillis-Waas, Beveren, Zwijndrecht, Kruibeke, Temse, Waasmunster en Sint-Niklaas), maakt deel uit van de Bond Beter Leefmilieu. Zij dient een “principieel”, niet beperkt tot één van de deelgebieden, bezwaarschrift in. Zij voert aan “dat de stedelijke verdichting dient te worden gerealiseerd volgens het zogenaamde Lobbenstadmodel om op die manier te ontsnappen aan het zogenaamde dilemma van de compacte stad”. De tweede en derde verzoeksters, die verklaren inwoner te zijn van het deelgebied 4, “onderschreven een bezwaar dat specifiek gericht was tegen de afbakening van het 4de deelgebied (gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied Bellestraat-Zonneken) en inzonderheid tegen het gemengd regionaal bedrijventerrein dat in artikel 5 van het verordenend gedeelte wordt beschreven”. Gewezen werd op “de strijdigheid van dergelijke bestemming met de huidige bestaande situatie waar nog zeer veel groen en open ruimte aanwezig is midden het stedelijk weefsel en dat door de uitvoering van het GRUP en de inplanting van het bedrijventerrein, met supplementair aanzuiging van verkeer, zal worden aangetast en vernietigd”. 1.
  9. Op 2 juni 2006 brengt de gemeenteraad van de stad Sint-Niklaas advies uit. Op 15 juni 2006 brengt de provincieraad van Oost-Vlaanderen advies uit. Op 12 september 2006 heeft de VLACORO het ontwerp van GRUP gunstig geadviseerd mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden en opmerkingen. 1.
  10. Op 10 november 2006 wordt door de Vlaamse regering beslist de vervaltermijn voor de definitieve vaststelling van het GRUP te verlengen met 60 dagen. 1.
  11. Op 4 januari 2007 brengt de Raad van State, Afdeling Wetgeving, advies uit over het ontwerp van besluit van de Vlaamse regering houdende de X-13.239-3/8 definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaalstedelijk gebied Sint-Niklaas” (L. 41.914/1). 1.
  12. Bij besluit van de Vlaamse regering van 19 januari 2007 wordt het bij dit besluit gevoegde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaalstedelijk gebied Sint-Niklaas” definitief vastgesteld. Dit is het bestreden besluit. Het bestreden besluit is bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 9 februari 2007;
  13. Ten gronde Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede door artikel 17, §2, opgelegde voorwaarde betreft, dat de verzoekers in het verzoekschrift tot schorsing doen gelden wat volgt : “
  14. l. De onmiddellijke tenuitvoerlegging van het aangevochten besluit legt aan verzoekers een moeilijk te herstellen ernstig nadeel op. In dit verband en specifiek ten aanzien van eerste verzoekster, dient vooraf te worden gesteld dat aangenomen wordt dat milieuverenigingen de weerslag op het leefmilieu en de hinder die de omwonenden van bepaalde rechtshandeling zullen ondergaan, kunnen aanvoeren als een MTHEN (...). 4.
  15. Het GRUP zoals het thans definitief is vastgelegd strekt ertoe het juridisch en planologisch kader te creëren voor het toekomstige vergunningenbeleid. Nu mag het juist zijn dat zulks op zich nog geen moeilijk te herstellen nadeel aantoont omdat elk van die individuele aanvragen zelf nog zal moeten worden getoetst, maar het normatief kader is nu ontegensprekelijk wel aanwezig. Specifiek voor wat betreft het MTHEN inzake de vaststelling van RUP's stelt Uw Raad dat bij de beoordeling van de ernst van het aangevoerde nadeel in de eerste plaats rekening moet worden gehouden met de voorheen vastgestelde bestemming van het betrokken plangebied (...). In de uiteenzetting van de feiten is aangegeven dat diverse deelgebieden een andere bestemming krijgen via het GRUP. Dit is het duidelijkst voor wat betreft de inplanting van het gemengd regionaal bedrijventerrein, maar is daartoe zeer zeker niet beperkt. Wat volgt is dan ook louter exemplatief. Het gemengd regionaal bedrijventerrein wordt als volgt omschreven in het definitief vastgestelde GRUP : X-13.239-4/8 ‘De Vlaamse regering besluit een Gemengd Regionaal Bedrijventerrein (GRB), grootte 11 ha, in te planten naast bestaande woningen en naast een nieuw te ontwikkelen woongebied met 698 woningen in het Deelgebied 4 : Gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied Bellestraat Zonneken. • 12 bestaande woningen gelegen aan de Heidebaan en 13 bestaande woningen gelegen aan de Passtraat worden na realisatie van dit GRB volledig omsloten door bedrijven, enerzijds via het te ontwikkelen GRB en anderzijds via de bestaande KMO-zone gelegen aan de overkant van de drukke verkeersader de Heidebaan en via het industriepark Europark- Noord gelegen aan de overkant van de Passtraat • Het gemengd regionaal bedrijventerrein is bestemd voor bedrijven welke om ruimtelijke of milieuredenen niet verweefbaar meer zijn met de stedelijke of residentiële omgeving. • Zowel grotere als kleinere bedrijven met bovenlokale uitstraling kunnen zich hier komen vestigen. • Het gemengd regionaal bedrijventerrein is bestemd voor bedrijven van regionaal belang met de volgende hoofdactiviteiten : • Productie en verwerking van goederen • Onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten Volgende activiteiten zijn eveneens toegelaten : • Op- en overslag, voorraadbeheer, groepage, fysieke distributie en groothandel • Gemeenschappelijke en complementaire voorzieningen inherent aan het functioneren van een gemengd regionaal bedrijventerrein; • Inrichtingen voor de huisvesting van bewakingspersoneel van maximaal 200 m² vloeroppervlakte geïntegreerd in het bedrijfs- gebouw; • Kantoren en toonzalen met beperkte vloeroppervlakte, ondergeschikt en gekoppeld aan de hoofdactiviteit van individuele bedrijven zijn toegelaten voor zover deze activiteiten geen loketfunctie hebben en geen autonome activiteiten uitmaken. De toonzalen mogen maximum 10% van de gelijkvloerse bebouwde oppervlakte innemen ongeacht op welk niveau de toonzalen worden ingericht en de toonzaaloppervlakte mag maximaal 500m² zijn. • Herstellen, heraanleggen of verplaatsen van bestaande ondergrondse en bovengrondse nutsleidingen en aanleggen van nieuwe leidingen; Volgende activiteiten zijn niet toegelaten : • Afvalverwerking en recyclage • Autonome kleinhandel of autonome kantoren • Agrarische productie • Inrichtingen zoals bedoeld in artikel 3 van het Samenwerkingsakkoord van 21 juli 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het huidig te ontwikkelen gebied fungeert momenteel als een groene buffer voor de woonzones op circa 500 meter afstand van de omliggende industrieparken Europark Noord en Zuid (in het westen en zuidwesten), het industriegebied Entrepot (in het noorden), de KMO zones aan de Heidebaan (in het zuiden) en de omliggende drukke verkeersaders Heidebaan (in het zuiden) en de Bellestraat (in het noorden) en de ontsluiting van het Industriegebied Europark-Noord namelijk de Passtraat in het westen. Het huidige gebied fungeert als groene verbinding met het buitengebied zoals met het aangrenzende recreatiepark ‘De Ster’ dat deel uitmaakt van de Z-vormige bos structuur die Sint Niklaas doorkruist, zoals met de fietsroute X-13.239-5/8 langs het spoor Beveren/Sint Niklaas naar het centrum van Sint Niklaas en zoals met de fietsroute Sint Niklaas/Hulst via de oude spoorlijnbedding. Omwille van de woonomgeving werd geopteerd om een ruime buffer te voorzien, zodat de hinder van de toekomstige bedrijven op het bedrijventerrein kan opgevangen worden, zonder bijkomende last voor de huidige en toekomstige bewoners. Dat een bedrijventerrein waarin een dergelijk breed scala aan activiteiten zijn toegelaten, concrete en ernstige impact zal hebben mag toch als vaststaand worden aanzien. Indien er geen schorsing volgt zal dit GRUP hoe dan ook het normatief kader blijven waarbinnen vervolgens door de bevoegde overheden de individuele vergunningen zullen worden verleend en die vergunningen zullen in rechte onaantastbaar zijn vooraleer een annulatiearrest tussenkomt, zodat het ook om een moeilijk te herstellen nadeel gaat”; Overwegende dat de verwerende partij in haar nota uiteenzet wat volgt : “
  16. In het verzoekschrift tot schorsing wordt gesteld dat milieuverenigingen de weerslag op het leefmilieu en de hinder die de omwonenden van bepaalde rechtshandelingen zullen ondergaan kunnen aanvoeren als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Het GRUP zoals thans definitief is vastgelegd, strekt ertoe het juridisch en planologisch kader te creëren voor het toekomstige vergunningenbeleid. Bij de beoordeling van de ernst van het aangevoerde nadeel moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de voorheen vastgelegde bestemming van het betrokken plangebied. Tenslotte wordt voorgehouden dat een bedrijventerrein ‘waarin een dergelijk breed scala aan activiteiten zijn toegelaten’, een concrete en ernstige impact zal hebben.
  17. Verzoekende partijen mogen zich in de uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dienen concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit enerzijds de ernst van het nadeel blijkt dat zij ondergaan of dreigen te ondergaan, hetgeen inhoudt dat zij concrete en precieze aanduidingen moeten verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte kan berokkenen, en waaruit anderzijds het moeilijk te herstellen ernstig karakter van het nadeel blijkt. (...). Nergens wordt in het verzoekschrift tot schorsing op een concrete en duidelijke wijze aangegeven wat als een ernstig nadeel wordt ingeroepen in hoofde van eerste verzoekende partij en in hoofde van tweede en derde verzoekende partijen. Niet alleen wordt geen onderscheid gemaakt tussen verzoekende partijen, bovendien wordt enkel voorgehouden dat het definitief vastgestelde Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan het juridisch en planologisch kader creëert voor het toekomstige vergunningenbeleid. Dit staat niet gelijk met een correcte en precieze invulling van een nadeel, dat bovendien nog rechtstreeks dient voort te vloeien uit de tenuitvoerlegging van het bestreden plan. Op zich volstaat de beperkte uiteenzetting in het verzoekschrift tot schorsing niet om te voldoen aan de voorwaarden van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.
  18. Ook aan de tweede voorwaarde van art. 17 § 2 van de gecoördineerde Wetten op de Raad van State is derhalve niet voldaan”; X-13.239-6/8 Overwegende dat artikel 17, §3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat de toentertijd geldende tekst van artikel 8, tweede lid, 5/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen”; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift duidelijk en concreet dienen aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaan of dreigen te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de verzoekers zich beperken tot de loutere weergave van de verordenende stedenbouwkundige voorschriften; dat zij dit bovendien als “louter exemplatief” aanduiden; dat de eerste verzoekende partij niet aantoont op welke wijze het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan haar op ernstige wijze treft in de benaarstiging van haar maatschappelijk doel; dat de tweede en de derde verzoeksters nalaten weer te geven waar hun onmiddellijke leefomgeving zich situeert ten opzichte van de gewraakte bestemmingsgebieden en welke impact het plan heeft op hun leefomgeving; dat zij in hun betoog onvoldoende concrete gegevens of overtuigende argumenten aanbrengen waaruit zou kunnen blijken dat de opgeworpen nadelen persoonlijk, ernstig en moeilijk te herstellen zijn; dat de uiteenzetting in het verzoekschrift tot schorsing geen afdoende en concrete gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen zoals bedoeld door artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan een van de bij artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-13.239-7/8 BESLUIT: Artikel
  19. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  20. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven januari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.239-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.287 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.100 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.221 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.