← België

Arrest 178291 - Monumenten en Landschappen - 07/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.291 Rolnummer: A. 65785/X-10265 Zaak: Arrest 178291 - Monumenten en Landschappen - 07/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-17 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 07:27 Fiche Arrest nr 178.291 van 7 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Kantmelding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.291 van 7 januari 2008 in de zaak A. 65.785/X-10.

  1. In zake :
  2. Baudouin baron GILLES DE PELICHY (overleden), Rechtsgeding hervat door : 1.Gaëtane baron GILLES DE PELICHY, 2.Colette GILLES DE PELICHY,
  3. Gaëtan baron GILLES DE PELICHY,
  4. Gaëtane baron GILLES DE PELICHY,
  5. Didier baron GILLES DE PELICHY,
  6. Colette GILLES DE PELICHY, die woonplaats kiezen bij advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gerard Davidstraat 46, bus
  7. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Baudouin baron GILLES DE PELICHY, Gaëtan baron GILLES DE PELICHY, Gaëtane baron GILLES DE PELICHY, Didier baron GILLES DE PELICHY en Colette GILLES DE PELICHY op 28 september 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 9 juni 1995 van de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van wetenschappelijke, historische en esthetische waarde, van het gebied het “Vloetemveld” te Zedelgem en Jabbeke, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1995; Gezien het op 9 mei 2001 aan de Raad van State gerichte verzoekschrift, zoals verbeterd bij het verzoekschrift van 12 juli 2001, waarbij Gaëtane baron GILLES DE PELICHY en Colette GILLES DE PELICHY verklaren het geding te hervatten; X-10.265-1/6 Gelet op het arrest nr. 127.681 van 2 februari 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 8 november 2005 die de neerlegging ter griffie van het aanvullend verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het aanvullend verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking 6 februari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GOETHALS, die loco advocaat A. LUST verschijnt voor de verzoekers, en van advocaat I. VERHELLE, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het gedeeltelijk eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Gaëtane baron GILLES DE PELICHY en Colette GILLES DE PELICHY in hun verzoekschrift van 12 juli 2001 tot gedinghervatting meedelen dat “de gronden waaromtrent het in dit geding gaat (...) aan de beide verzoekers in volle eigendom werden toebedeeld (...). Dienvolgens hebben enkel de huidige twee verzoekers belang bij de voortzetting van de procedure”; dat uit deze mededeling, die niet wordt betwist, dient te worden besloten dat Gaëtan baron GILLES DE PELICHY en Didier baron GILLES DE PELICHY geen actueel belang hebben bij de gevraagde vernietiging; X-10.265-2/6 Overwegende dat uit de door de verzoekende partijen neergelegde stukken blijkt dat het beroep tot nietigverklaring is ingeschreven op de kant der overschrijving van het besluit waarvan de vernietiging wordt gevorderd; dat is voldaan aan de vereiste van artikel 3 van de Hypotheekwet; Overwegende dat ambtshalve dient te worden nagegaan of het bestreden besluit niet is aangetast door de onbevoegdheid van de steller ervan; Overwegende dat naar luid van het artikel 2, §1, 1/ van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot delegatie van de beslissings- bevoegdheden aan de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 20 januari 1993 en van 7 oktober 1993, de leden delegatie hebben voor “het nemen van beslissingen, rekening houdend met de bevoegdheidsverdeling, voor de toepassing van de wetten, decreten, koninklijke besluiten, ministeriële besluiten, verordeningen en besluiten van de Vlaamse regering”; dat, op grond van artikel 2, §2 van hetzelfde besluit, die delegatie ook geldt “voor beslissingen die door de bevoegde leden van de Vlaamse regering gezamenlijk moeten genomen worden”; Overwegende dat het bestreden besluit is genomen op grond van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, zoals voornamelijk gewijzigd door het decreet van 14 juli 1993, door de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming, Johan SAUWENS, die overeenkomstig artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 april 1993, 7 oktober 1993, 18 mei 1994, 11 januari 1995 en 12 januari 1995, op het ogenblik van het nemen van het bestreden besluit bevoegd was voor o.m. “de monumenten en de landschappen, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 7/, van de bijzondere wet”; Overwegende dat artikel 3 van het bestreden besluit “voor de behartiging van het nationaal belang” een aantal beperkingen stelt aan de rechten van de eigenaars; zo is onder meer verboden: “
  8. Het oprichten of afbreken van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet duurzame materialen, die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit en bestemd is om ter plaatse te blijven staan, ook al kan zij uit elkaar genomen worden. X-10.265-3/6 Het oprichten van nieuwe constructies voor grondgebonden landbouwdoeleinden aansluitend bij het bestaande landbouwbedrijf blijft toegelaten mits voorafgaandelijke en schriftelijke toestemming van de Vlaamse minister of zijn gemachtigde.
  9. Het plaatsen van een of meer verplaatsbare inrichtingen, die al dan niet voor bewoning kunnen worden gebruikt, zoals woonwagens, kampeer- wagens en afgedankte voertuigen.
  10. Het achterlaten van afgedankte voertuigen of schroot, evenals het aanleggen van een opslagplaats voor dergelijke produkten. Het achter- laten van slib. (...)
  11. Het aanbrengen van reclamepanelen of gelijk welke publiciteit. (...)
  12. Het aanleggen van wegen en paden en het verbeteren ervan met homogeen materiaal, zoals koolwaterstofbeton of beton”; Overwegende dat onder meer de aangehaalde verbodsbepalingen betrekking hebben op de op het ogenblik van het bestreden besluit aan de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening toegewezen bevoegdheden; dat overeenkomstig artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 1992 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 7 april 1993, 7 oktober 1993, 18 mei 1994, 11 januari 1995 en 12 januari 1995, de bevoegdheid inzake de stedenbouw en de ruimtelijke ordening, zoals vermeld in artikel 6, § 1, I, 1/ van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, op het ogenblik van het bestreden besluit toekwam aan de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden, Theo KELCHTERMANS; dat de door de verwerende partij aangevoerde omstandigheid dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming, bevoegd voor de monumenten en de landschappen, een ruime beoordelingsbevoegdheid heeft op het vlak van erfdienstbaarheden van openbaar nut, hieraan geen afbreuk doet; dat de verwerende partij evenmin gevolgd kan worden waar zij betoogt dat de beschermende maatregel enkel gericht zou zijn op het behoud van het landschap en dat het feit dat er raakvlakken zijn met de bevoegdheden van de andere leden van de Vlaamse regering, het bevoegde lid de bevoegdheid niet ontneemt om het bestreden besluit alleen te nemen; dat te dezen de Raad van State geen “potius ut valeat” regel bekend is; dat de verwijzing naar vroegere delegatiebesluiten irrelevant is; dat de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming niet bevoegd was om het bestreden besluit alleen te nemen; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat het bestreden besluit is aangetast door bevoegdheidsoverschrijding; X-10.265-4/6 Overwegende dat een besluit houdende bescherming als landschap in beginsel één ondeelbaar geheel uitmaakt; dat een gedeeltelijke vernietiging evenwel mogelijk is indien niet blijkt dat de bevoegde overheid het landschap zonder de percelen van de verzoekende partijen niet zou hebben beschermd; dat het in voorkomend geval aan de verwerende partij toekomt hieromtrent de nodige verduidelijking te verschaffen; Overwegende dat de verwerende partij vraagt de vernietiging te beperken tot de percelen van de verzoekende partijen; dat de verzoekende partijen zich niet verzetten tegen een gedeeltelijke vernietiging; dat zij overigens ook niet uiteenzetten welk belang zij hebben bij een vernietiging voor het overige; dat om deze redenen de vernietiging van het bestreden besluit wordt beperkt tot de percelen waarvan de verzoekende partijen, middels het attest van 18 juni 2001 van notaris P. VAN HOESTENBERGHE, aantonen dat zij eigenaar zijn, BESLUIT: Artikel
  13. Vernietigd wordt het besluit van 9 juni 1995 van de Vlaamse Minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming houdende rangschikking als landschap overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen om reden van wetenschappelijke, historische en esthetische waarde, van het gebied het “Vloetemveld” te Zedelgem en Jabbeke, in zoverre het de percelen grond betreft, gelegen te Jabbeke, kadastraal bekend sectie C, nrs. 100, 101/b, 102/b, 103/a, 104/a, 104/b, 104/c, 104/d, 105, 106, 107/a, 108/a, 109/a, 109/b, 110, 117/a, 121, 124/a, 125/a, 126, 127, 128, 129, 130, 131, 132, 133/e, 173/a, 173/b, 173/c, 173/d, 174/b, 176/a, 176/b, 180/b, 180/c, 181/b, 362, 363, 364, 365 en
  14. Artikel
  15. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit. X-10.265-5/6 Artikel
  16. De kantmelding wordt bevolen van dit arrest op de kant van de overschrijving van het rangschikkingsbesluit in de registers van het eerste hypotheekkantoor te Brugge. Artikel
  17. De kosten van het beroep, bepaald op 495,80 euro, komen ten laste van de verwerende partij ten belope van 297,48 euro, en ten laste van de tweede en vierde verzoekende partijen, ieder ten belope van 99,16 euro. De kosten van de in artikel 4 van dit arrest vermelde kantmelding komen eveneens ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeven januari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.265-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.291 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.127.681 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.