id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.407 Rolnummer: A. 121277/X-10962 Zaak: Arrest 178407 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 08/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:28 Fiche Arrest nr 178.407 van 8 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.407 van 8 januari 2008 in de zaak A. 121.277/X-10.
- In zake : de b.v.b.a. LODART, gevestigd te 2940 STABROEK, Dorpsstraat 131 tegen : de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. LODART op 21 mei 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 28 februari 2002 waarbij haar beroep niet ingewilligd wordt en waarbij haar de stedenbouwkundige vergunning geweigerd wordt voor het bouwen van een kalverenstal op een terrein gelegen aan de Dorpsstraat 131 te Stabroek, kadastraal bekend Sectie E, nr. 450; Gelet op het arrest nr. 112.606 van 19 november 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 23 december 2002 ingediend door de verzoekende partij; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 4 mei 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; X-10.962-1/6 Gelet op de beschikking van 22 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. CRAEYBECKX, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat R. PROOST, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Het terrein van de verzoekende partij, gelegen aan de Dorpsstraat 131 te Stabroek, is volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Antwerpen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979, gelegen in voorliggend woongebied (50 m) en achterliggend agrarisch gebied. Er is geen verkavelingsvergunning of bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan van toepassing. 1.
- Op 4 september 2000 dient de verzoekende partij een aanvraag in bij het gemeentebestuur van Stabroek tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een kalverenstal op kwestieus terrein. De toestand ter plaatse bestaat uit een woonhuis gelegen in het voorliggend woongebied; daarachter liggen drie stallen, op een afstand van ongeveer 100m van de Dorpsstraat deels in woongebied, deels in agrarisch gebied. Het bedrijf van de verzoekende partij is een mestkalverenbedrijf. Het heeft een milieuvergunning voor 500 kalveren. De verzoekende partij wenst haar bedrijf uit te breiden tot 800 kalveren. X-10.962-2/6 Het project voorziet in het bouwen van een kalverenstal met een lengte van 80,30m en een breedte van 70m, in te planten op 20m achter de bestaande stal; aldus zou deze stal tot ongeveer 200m van de rooilijn verwijderd zijn. 1.
- Op 9 november 2000 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Stabroek de stedenbouwkundige vergunning. De weigeringsmotieven van dit besluit luiden in essentie als volgt : In functie van een goede plaatselijke ordening is een meer coherente ordening van het bedrijf noodzakelijk waarbij de nieuwe stal zich integreert in de huidige configuratie van gebouwen en een onnodige verdere aansnijding van het achterliggend gebied wordt vermeden. De bestaande en verouderde stallen die niet meer dienstig zullen zijn om dieren in onder te brengen, dienen hiertoe desnoods te worden afgebroken. 1.
- Op 27 december 2000 tekent de verzoekende partij tegen voornoemd besluit beroep aan bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen. 1.
- Op 28 februari 2002 beslist de bestendige deputatie tot verwerping van het beroep en tot de weigering van de stedenbouwkundige vergunning. Dit is het bestreden besluit dat steunt op de volgende motieven :
(1)er had een openbaar onderzoek dienen plaats te vinden; dit is niet gebeurd;
(2)het project is verenigbaar met de bestemming agrarisch gebied; de uitbreiding van 500 naar 800 mestkalveren is een intensieve landbouwexploitatie die onvermijdelijk milieuhinder tot gevolg heeft; dit is onverenigbaar met de residentiële component van de omgeving;
(3)het project snijdt tot een diepte van iets minder van 200m van de rooilijn het landschap aan; dit komt de landinrichting van het achterliggend open agrarisch gebied niet ten goede;
(4)de uitvoering van de stal is in betonmetselwerk voorzien; dit is als gevelsteen onaanvaardbaar in agrarisch gebied; vanuit een goede inrichting van de plaats wordt enkel rood baksteenmetselwerk als gevelmateriaal aanvaard. 1.
- Met een beroepschrift van 18 april 2002 dient de verzoekende partij beroep in bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling stedenbouwkundige vergunningen. X-10.962-3/6 Het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap deelt mee dat dit beroep onontvankelijk is daar het om een niet wettelijk voorzien administratief beroep gaat. 1.
- Op 6 juni 2002 dient de verzoekende partij een schorsings- en annulatieberoep in bij de Raad van State tegen de beslissingen van 26 april 2002, 15 mei 2002 en 22 mei 2002 van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarbij aan de verzoekende partij wordt medegedeeld dat haar beroep met betrekking tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een kalverenstal op kwestieus terrein niet in behandeling kan worden genomen door de minister en dat het beroep aldus als onontvankelijk wordt afgewezen. Deze zaak is gekend onder het nummer G/A. 122.167/X-10.
- Bij arrest nr. 112.605 van 19 november 2002 wordt dit annulatieberoep samen met het schorsingsberoep verworpen omdat het beroep kennelijk niet ontvankelijk is;
- Ontvankelijkheid Overwegende dat de partijen geen excepties hebben opgeworpen; dat de Raad van State geen reden ziet om er ambtshalve een op te werpen; dat de Raad niet hoeft in te gaan op de laatste memorie waarin de verwerende partij zich louter aansluit bij een ambtshalve door het auditoraat opgeworpen exceptie welke de Raad van State zelf niet meent te moeten opwerpen; dat het auditoraat immers geen procespartij is;
- Ten gronde 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending aanvoert van het koninklijk besluit van 3 oktober 1979 houdende vaststelling van het gewestplan Antwerpen, van de artikelen 11 en 19 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, van het redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, het evenwichtsbeginsel, het fair-playbeginsel en van het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, en ten slotte van het gelijkheidsbeginsel vervat in de artikelen 10 en 11 van de gecoördineerde Grondwet; X-10.962-4/6 3.
- Overwegende dat de verwerende partij in verband met dit middel een exceptie van niet-ontvankelijkheid opwerpt in haar memorie van antwoord, die als volgt luidt : “CONCLUSIE : het aangevochten weigeringsbesluit omvat vier motieven, namelijk : C Er had een openbaar onderzoek dienen plaats te grijpen; dit is niet gebeurd C Het project is verenigbaar met de bestemming agrarisch gebied; de uitbreiding van 500 naar
(800)mestkalveren is een intensieve landbouwexploitatie die onvermijdelijk milieuhinder tot gevolg heeft; dit is onverenigbaar met het residentiële component van de omgeving; C Het project snijdt tot een diepte van iets minder dan 200 m van de rooilijn het landschap aan, dit komt de landinrichting van het achterliggend open agrarisch gebied niet ten goede; C De uitvoering van de stal is in betonmetselwerk voorzien; dit is als gevelsteen onaanvaardbaar in agrarisch gebied; vanuit een goede inrichting van de plaats wordt enkel rood baksteenmetselwerk als gevelmateriaal aanvaard; Het door verzoekende partij ingeroepen middel is, behoudens ongegrond, enkel gericht tegen het tweede en derde motief van de aangevochten weigeringsbeslissing; Op het eerste en vierde motief wordt niet gereageerd; De vergunning werd dan ook terecht geweigerd”; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie in verband met voornoemde exceptie het volgende antwoordt : “Het feit dat er in deze geen openbaar onderzoek zou zijn gevoerd wordt in de bestreden beslissing op geen enkele wijze gemotiveerd, zodat de wet met betrekking tot de motivering van bestuurshandelingen is geschonden. Hetzelfde geldt voor de overweging in de bestreden beslissing dat rood metselwerk vereist zou zijn. Verzoekster is van oordeel dat uit de voorgelegde stukken blijkt dat de overige omliggende landbouwbedrijven wel degelijk in betonmetselwerk waren / zijn opgetrokken”; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar inleidend verzoekschrift geen wettigheidskritiek levert op het eerste en het vierde weigeringsmotief van het bestreden besluit, met name op het ontbreken van een openbaar onderzoek en op het onaanvaardbare metselwerk; Overwegende dat de verzoekende partij het vereiste van het openbaar onderzoek ten gronde niet betwist; dat dit motief op zichzelf het bestreden besluit draagt; dat de kritiek op de overige motieven derhalve niet ontvankelijk is, X-10.962-5/6 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht januari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, D. MOONS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-10.962-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.407 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.112.606 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div