← België

Arrest 178455 - O.C.M.W. - 10/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.455 Rolnummer: A. 153863/VII-32580 Zaak: Arrest 178455 - O.C.M.W. - 10/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-23 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 07:28 Fiche Arrest nr 178.455 van 10 januari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.455 van 10 januari 2008 in de zaak A. 153.863/VII-32.

  1. In zake : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van BRUSSEL, gevestigd te BRUSSEL, Hoogstraat 298 A tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat het OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN (hierna: OCMW) van de stad BRUSSEL op 16 juli 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwer- king van 21 april 2004 waarbij gronden gelegen te Machelen, Morrenveld, overeenkomstig artikel 30, §2, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering worden aangewezen als historisch verontreinigde gronden waar bodemsanering moet plaatsvinden; Gezien de memorie van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de mededeling van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 19 september 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 8 november 2007; VII-32.580-1/3 Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. DUJARDIN die, loco advocaat A. DE LE COURT verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. SIMENON die, loco advocaat J. BERGÉ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat het bestreden besluit van 21 april 2004 aan de verzoekende partij werd betekend op 18 mei 2004 met een aangetekende zending; dat deze betekening de door artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorgeschreven vermeldingen bevatte en bijgevolg de termijn van zestig dagen voor het indienen van een annulatieberoep deed ingaan; dat deze termijn begon te lopen op 19 mei 2004 en afliep op 19 juli 2004; Overwegende dat met een brief van 24 augustus 2004 de verzoekende partij een uittreksel uit de notulen van de vergadering van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van het OCMW van de stad BRUSSEL van 20 juli 2004, houdende de beslissing om raadsman A. DE LE COURT aan te stellen en om het annulatieberoep dat voornoemde op 16 juli 2004 tegen het bestreden besluit heeft ingediend te bekrachtigen, heeft toegezonden; dat deze beslissing evenwel werd genomen buiten de termijn van zestig dagen voor het indienen van een annulatieberoep; Overwegende dat de verzoekende partij derhalve niet heeft aangetoond dat haar bevoegd orgaan tijdig heeft beslist om onderhavig annulatieberoep in te stellen; dat dienvolgens het annulatieberoep als onontvankelijk moeten worden afgewezen; Overwegende dat het verzoekschrift tot nietigverklaring werd gezegeld ten belope van 200 euro; dat het teveel gekweten recht ten belope van 25 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partij, VII-32.580-2/3 BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Artikel
  5. De teveel betaalde fiscale zegels ten bedrage van 25 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien januari tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-32.580-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.455 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.