← België

Arrest 178456 - Milieuvergunningen - 10/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.456 Rolnummer: A. 144807/VII-31158 Zaak: Arrest 178456 - Milieuvergunningen - 10/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-21 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:28 Fiche Arrest nr 178.456 van 10 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.456 van 10 januari 2008 in de zaak A. 144.807/VII-31.

  1. In zake : de v.z.w. NATUURPUNT SCHIJNVALLEI, die woonplaats kiest bij advocaten E. VAN DER MUSSELE en Y. VANDEN BOSCH, kantoor houdende te ANTWERPEN, Stoopstraat 1, bus 10 tegen : de deputatie van de provincie ANTWERPEN. tussenkomende partij :
  2. Carolina VAN LOEY,
  3. de v.z.w. MC DE STROECKX VRIENDEN, die woonplaats kiezen bij advocaat K. GEELEN, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel
  4. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. NATUURPUNT SCHIJNVALLEI op 2 december 2003 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 11 september 2003 waarbij het beroep ingesteld door de verzoeken- de partij tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Wommelgem van 19 april 1999, houdende toekenning aan de v.z.w. MC DE STROECKX VRIENDEN van de vergunning voor tien jaar tot het inrichten van 3 motorcrosswedstrijden per jaar, met bijhorende oefenritten op de dag zelf of op de dag ervoor, te Wommelgem, Uilenbaan - Beemdkant, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd, mits beperking van de vergunningster- mijn tot vijf jaar en aanpassing van de vergunningsvoorwaarden; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 20 februari 2004; Gelet op de beschikking van 11 maart 2004 die de tussenkomst van Carolina VAN LOEY en de v.z.w. MC DE STROECKX VRIENDEN toelaat; VII-31.158-1/3 Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 21 mei 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 4 juni 2007; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gezien het aangetekend schrijven van de verzoekende partij van 24 augustus 2007, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 20 september 2007 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 8 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van bestuurssecretaris T. DEPOORTER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, VII-31.158-2/3 zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat de verzoekende partij niet ter zitting is verschenen, noch vertegenwoordigd was; dat er aldus geen redenen zijn die de toepassing van de voormelde bepalingen in de weg staan, BESLUIT: Artikel
  5. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  6. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien januari tweeduizend en acht, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-31.158-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.456 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.