← België

Arrest 178473 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 10/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.473 Rolnummer: A. 181067/VII-36933 Zaak: Arrest 178473 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 10/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-02-01 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:28 Fiche Arrest nr 178.473 van 10 januari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.473 van 10 januari 2008 in de zaak A. 181.067/VII-36.

  1. In zake : Svein ØVREEIDE, wonende te DE HAAN, Ringlaan Zuid 131 tegen : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Svein ØVREEIDE op 15 februari 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen, Accrediteringsstuurgroep geneesheren, Commissie van beroep van 15 december 2006, waarbij het beroep van verzoeker ingesteld tegen de beslissing van de Accrediteringsstuurgroep van 18 oktober 2006 waarbij de verlenging accreditering vanaf 1 november 2006 werd geschorst met een periode van twee jaar, ongegrond wordt verklaard; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan verzoeker op 13 juni 2007; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gezien het aangetekend schrijven van verzoeker van 24 september 2007, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 13 november 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 20 december 2007; VII-36.933-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Svein ØVREEIDE, die in persoon verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan verzoeker de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14bis, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat verzoeker binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie heeft toegestuurd; dat krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, in principe dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen ontbreekt; Op 11 juni 2007 heeft de Raad van State de memorie van antwoord van de verwerende partij aangetekend met ontvangstbewijs naar verzoeker verzonden. Deze zending werd op 2 juli 2007 aan de griffie van de Raad van State terugbezorgd met de vermelding "niet afgehaald". Ter terechtzetting beweert verzoeker, die had gevraagd om te worden gehoord, dat hij aan de Post melding had gemaakt van zijn tijdelijke adresverandering en had gevraagd om de briefwisseling door te zenden naar zijn adres in Oostende, Kapucijnenstraat 58, bus
  2. Hij kan die bewering echter niet bewijzen met geschreven documenten. Op de omslag van de aangetekende zending, die aan de Raad van State werd terugbezorgd, blijkt evenwel dat het stuk effectief werd doorgestuurd naar dit laatste adres. VII-36.933-2/3 Er moet bijgevolg worden aangenomen dat de aangetekende zending naar dit adres werd doorgestuurd door de postdiensten, en op dit adres werd aangeboden. Verzoeker maakt niet aannemelijk dat dit niet het geval was. Het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang moet bijgevolg ten deze onverkort worden toegepast, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien januari tweeduizend en acht, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-36.933-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.473 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.