id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.525 Rolnummer: A. 184737/VII-37808 Zaak: Arrest 178525 - Voedselveiligheid (FAVV) - 14/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:29 Fiche Arrest nr 178.525 van 14 januari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Voedselveiligheid (FAVV) Beslissing : Verwerping dwangsom Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.525 van 14 januari 2008 in de zaak A. 184.737/IX-5732. In zake : Anne-Marie DECEUNINCK, die woonplaats kiest bij advocaat D. DUBOIS, kantoor houdende te BRUGGE, Blankenbergsesteenweg 259 tegen : het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV), dat woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE-SINT-KRUIS, Karel van Manderstraat 123. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Anne-Marie DECEUNINCK op 9 augustus 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van de beslissing van 14 juni 2007 van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (het FAVV) waarbij het H-statuut, dat op 14 juni 2006 aan haar bedrijf opgelegd is, met 104 weken verlengd wordt en om de verwerende partij te veroordelen tot de betaling van een dwangsom van 5000 EURO per dag dat het schorsingsarrest niet wordt uitgevoerd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 31 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5732-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat D. DUBOIS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat H. DE GROOTE die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.1. Verzoekende partij is landbouwster en baat twee rundveebedrijven uit, één te Moorslede, Waterstraat 79 en één te Wervik, Wolvenstraat 13. Beide bedrijven maken het voorwerp uit van een H-statuut, opgelegd op 14 juni 2006 voor een periode van 52 weken. 1.2. In het kader van het opgelegde H-statuut wordt op 30 juni 2006 in het slachthuis NV Adriaens te Zottegem overgegaan tot een verdachte monsterne- ming van een ter slachting aangeboden dier (oormerknummer BE 9164 5227) waarvan het paspoort als verantwoordelijke van het veebeslag van het bemonsterde karkas vermeldt: Deceuninck Anne-Marie, Wolvenstraat 13 te 8940 Wervik. Uit het beproevingsverslag van 10 juli 2006 blijkt dat het monster “Salbutamol” bevat. Dit resultaat wordt op 14 juli 2006 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Er wordt meegedeeld dat een tegenonderzoek mogelijk is en dat het karkas geblokkeerd is. Het tegenonderzoek bevestigt de bevindingen van de initiële ana1yse. Het bemonsterde rund wordt op 28 juli 2006 afgekeurd om reden van de “aanwezigheid van verboden stoffen”. 1.3. Op het ogenblik waarop het resultaat van de initiële analyse wordt ter kennis gebracht -14 juli 2006- worden 66 runderen voorlopig in beslag genomen en worden op het bedrijf 10 monsters van dieren genomen. Bovendien worden nog een aantal monsters van diervoeders genomen alsook van een aantal wegwerpspui- ten. IX-5732-2/8 De tien bemonsterde runderen worden allemaal conform bevonden en de opgelegde administratieve maatregel van het voorlopig beslag wordt op 1 augustus 2006 opgeheven. Wel wordt in één wegwerpspuit dexamethasone aangetroffen. 1.4. Naar aanleiding van de positieve analyseresultaten wordt verzoekster op 1 augustus 2006 verhoord. Zij legt volgende verklaring af : “U geeft mij de reden van het verhoor nl. het definitieve niet conforme resultaat op staalnr. 4329/06/0061, genomen van een dier afkomstig van mijn beslag (niet conform op Salbutamol). Het betrof dier met oormerknr. BE 9164 5227. Ik ben niet akkoord met de uitdrukking ‘niet conform’. Volgens mij is het resultaat onder de norm. Ik heb hierover gebeld met J.M. DEGROODT van het WIV. Wij kunnen dat onmogelijk gebruikt hebben. In de humane geneeskunde wordt het frequent gebruikt, doch bij dieren heb ik er nog nooit van gehoord. Wij wensen een DNA onderzoek te doen op het staalnr. 4329/06/0061 en dit te vergelijken met het oor in het slachthuis. Wij zijn akkoord dat dit volledig gebeur(
- t)op onze kosten. De staalnames voor de DNA analyses gebeuren in aanwezigheid van de dierenarts van de verzekering. U meldt mij dat een spuit genomen bij de verdachte monsterneming op mijn bedrijf op 14 juli 2006 niet conform werd bevonden op Dexamethasone. Het betrof staalnummer 2436/06/0185. Dit werd mij betekend met PV nr. 2436/06/0075/NOE. Het betreft een wegwerpspuit BD PLASTIPAK 60 ml, gevonden in de koelkast, in de stal. Het betreft een spuit van mijn dierenarts, VAN BRUWAENE Dieter, voor de behandeling van een koe met baarmoederontsteking en buikvliesontsteking. Wij gebruiken geen wegwerpspuiten. Ik wens geen tegenanalyse te doen, omdat de spuit afkomstig is van de dierenarts en hij een ‘attest van behandeling voor therapeutische doeleinden’ aan u heeft doorgefaxt.”. 1.5. Wat de wegwerpspuit betreft wordt de verklaring van verzoekster op 22 augustus 2006 door de betrokken dierenarts bevestigd. 1.6. Verzoekster wordt opnieuw verhoord op 17 oktober 2006. Tijdens dit verhoor bezorgt zij een expertiseverslag en wenst zij dat ermee rekening wordt gehouden bij de verdere onderzoeken die nodig zijn om de contaminatie met salbutamol te achterhalen. Zo wijst zij bijkomend op de aanwezigheid van een dode duif. Tot slot stelt zij niet te begrijpen waarom het bij de mens mag gebruikt worden en daarentegen niet in een zo lage dosis in een rund aanwezig mag zijn. 1.7. In het kader van het opgelegde H-statuut wordt op 23 februari 2007 in het slachthuis NV Adriaens overgegaan tot een verdachte monsterneming van een ter slachting aangeboden dier (oormerknummer BE 9154 6645) waarvan het paspoort als verantwoordelijke van het veebeslag van het bemonsterde karkas vermeldt: Deceuninck Anne-Marie, Wolvenstraat 13 te 8940 Wervik. IX-5732-3/8 Uit het beproevingsverslag van 2 maart 2007 blijkt dat het monster “Salbutamol” bevat. Dit resultaat wordt op 2 maart 2007 aan verzoekster ter kennis gebracht. Tijdens haar verhoor verklaart de verzoekster : “Het niet conform resultaat van salbutamol op een dier in het slachthuis met oormerk 91546645 en monsternummer 4329/07/0013 met PVnr 2307/07/0010/NOE. Ik vraag naar de hoeveelheid Salbutamol die gevonden is in het staal. Ik wens tegenonderzoek te laten uitvoeren in het labo van mijn keuze en zal contact opnemen met FLVVG 09/210 21 00. Ik overhandig u als bijlage 1 het verslag van Dierenarts expert Dr K. De Vos en ik wens dat er een onderzoek in die richting wordt gestart. Dit niet conform resultaat is onver- klaarbaar en onmogelijk want ik heb dit nooit gebruikt en het is onlogisch dat ik enig produkt zou gebruiken vermits mijn dieren in het slachthuis worden bemonsterd. Buiten de menselijke geneeskunde en de duivensport en de sportwereld is dit produkt niet gekend. Het is mogelijk dat er iemand aan de slachtlijn staat, of iemand die het staal neemt die een ‘puffertje’ gebruikt voor ademhalingsmoeilijkheden. Eventueel is het ook mogelijk dat er iemand in het labo werkt die dit gebruikt. Bovendien komen hier veel duiven in de voederbak- ken bij de koeien eten. Het zijn vooral reisduiven. Deze zouden kunnen behandeld zijn met salbutamol. Op 23/02/07 werd het monster genomen en u komt nu op 2 maart 2007 de uitslag bekend maken. Ik zal zo snel mogelijk het tegenonderzoek aanvragen om het risico niet te lopen dat het geblokkeerde karkas zou afgekeurd worden voor bederf. U brengt mij op de hoogte van het feit dat u een bewijs van prestatie zult overhandigen. Ik vraag u om mee te gaan kijken hoeveel duiven er wel zitten in de hangar. U hebt met eigen ogen kunnen zien hoeveel er wel zaten. Bij slecht weer zijn er nog veel meer. Er zijn veel uitwerpselen te zien in de voederbakken. De enige uitweg om uit deze miserie te geraken is geen enkel dier meer naar het slachthuis doen. Ongeveer binnen twee maand zal de lading naar het slachthuis gaan.” Het analyseresultaat van het gevraagde tegenonderzoek is eveneens positief. Dat wordt op 14 maart 2007 aan verzoekster ter kennis gebracht. 1.8. In opdracht van de procureur des Konings te Ieper stelt de verwerende partij een onderzoek in naar het exacte gebruik van Salbutamol en naar de mogelijke juistheid van de contaminatietheorieën die verzoekster tijdens haar verhoren ter sprake gebracht heeft. Haar stellingen worden punt voor punt weerlegd. 1.9. Nadat verzoekster op 13 juni 2007 door de verwerende partij gehoord werd in het kader van de toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 8 september 1997, wordt op 14 juni 2007 het thans bestreden besluit getroffen, waarbij het H-statuut wordt verlengd voor een periode van 104 weken vanaf 14 juni 2007. Bepaald wordt dat “de 186 runderpaspoorten van de runderen gehouden te Wolvenstraat 13, 8940 Wervik gemerkt zullen blijven” en dat de betrokken runderen tot 14 juni 2009 het beslag slechts mogen verlaten om naar een binnenlands slachthuis te worden gebracht. IX-5732-4/8 1.10. Verzoekster vraagt aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Ieper de opgelegde maatregel op te heffen, maar die vordering wordt op 23 augustus 2007 verworpen. De ontvankelijkheid 2. De verwerende partij acht de vordering niet ontvankelijk omdat zij ingediend is met dezelfde akte als het annulatieberoep. De vordering is ingediend op 9 augustus 2007. Door de inwerkingtreding, op 1 juni 2007, van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en tot oprichting van een Raad voor Vreemdelingenbetwis- tingen, is artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State gewijzigd en moet een vordering tot schorsing ingediend worden in dezelfde akte als het annulatieberoep. De exceptie is niet gegrond. De voorwaarden voor de schorsing 3. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4. Wat de tweede voorwaarde betreft, verwijst verzoekster naar de desastreuze financiële gevolgen die zij ondergaat doordat zij wegens de verlenging van het H-statuut gedurende twee jaar geen toeslagrechten -52.123,19 EURO per jaar- zal ontvangen, terwijl zij in de loop van 2006 en 2007, toen zij ook onder het H-statuut moest werken, minstens 12.640 EURO analysekosten betaald heeft, wat betekent dat zij haar winst ziet verloren gaan. Daartegenover staat dat zij als landbouwster forfaitair belast wordt en dat het financieel verlies dat zij nu lijdt daarbij niet in rekening gebracht wordt. Indien zij nog twee jaar in die omstandighe- den verder moet werken, komt de leefbaarheid van haar bedrijf in het gedrang. Zij voegt daar nog aan toe dat zij haar dieren niet meer vrij kan verhandelen en dat zulks gevolgen heeft op de prijs die zij voor haar dieren kan krijgen. IX-5732-5/8 5. De verwerende partij stelt in haar nota met opmerkingen dat financieel nadeel herstelbaar is, tenzij de verzoekende partij aantoont dat de levensvatbaarheid van de onderneming in het gedrang komt. Verzoekster toont dat niet aan, maar verwijst slechts naar enkele verliesposten. Zij verwijst naar het derven van toeslagrechten maar bewijst niet dat zij die rechten niet zal ontvangen. Zij blijkt integendeel voor het jaar dat zij onder H-statuut stond toch toeslagrechten ontvangen te hebben. Zij verwijst naar moeilijkheden bij het vrij verhandelen van haar dieren, maar het H-statuut heeft geen absolute onverhandelbaarheid van de dieren tot gevolg. Zij verwijst naar betaalde analysekosten, maar die brengen de leefbaarheid van de onderneming niet in het gedrang. Verzoekster betoogt dat haar winst teloor gaat maar toont niet aan welke winst zij in het verleden gemaakt heeft; zij toont ook niet aan dat de landbouwbedrijvigheid de enige activiteit is van haarzelf of van haar echtgenoot die eveneens in de sector werkzaam is, verstrekt geen gegevens over het aantal dieren dat op haar bedrijf aanwezig is en legt geen bewijzen voor van de prijzen die zij voor haar dieren ontving. De verwerende partij besluit dat moreel nadeel goedgemaakt wordt door de vernietiging van het bestreden besluit en dat uit de omstandigheid dat verzoekster de vordering slechts naar het einde toe van de annulatietermijn ingediend heeft, opgemaakt kan worden dat zij zelf de ernst van haar nadeel relativeert. 6. Verzoekster beroept zich op een financieel nadeel. Dergelijk nadeel is in beginsel herstelbaar na een annulatiearrest, tenzij de verzoekende partij het tegendeel aantoont. Verzoekster legt geen enkel concreet gegeven voor dat die beoordeling mogelijk maakt. Vooreerst niet over de actuele financiële situatie van haar bedrijf en de evolutie ervan. De Raad van State kan dan ook niet inschatten welk gevolg de minderontvangsten wegens het beweerd wegvallen van bepaalde overheidstoelagen zal hebben op haar mogelijkheden om haar uitbating voort te zetten. Vervolgens niet over de plaats van het met het H-statuut belast bedrijf in het geheel van de onderneming van verzoekster. Zij houdt immers dieren op twee vestigingsplaatsen en de bestreden beslissing geldt slechts voor één ervan. Ten slotte ook niet over de inkomsten van verzoekster in het algemeen. Verzoekster voert aan dat zij bepaalde minderinkomsten zal hebben, die zij niet kan inbrengen in de berekening van haar personenbelasting. Zij wijst ook op de betaling van bepaalde onderzoeken. Die minderinkomsten zullen IX-5732-6/8 gewis de resultaten van het bedrijf negatief beïnvloeden, maar daarmee toont verzoekster niet aan dat haar bedrijf in financiële moeilijkheden dreigt te geraken. Verzoekster wijst erop dat haar dieren een geringere marktwaarde hebben. Het opleggen van het H-statuut houdt in dat de desbetreffende dieren het bedrijf alleen mogen verlaten voor hun vervoer naar een binnenlands slachthuis en dat bij het slachten ervan nauwkeuriger controles worden uitgevoerd. Voor het overige wordt de handel niet belemmerd. Verzoekster voert niet aan dat zij dieren kweekt voor andere doeleinden dan het slachten. Aangenomen dat de geschetste omstandigheden al een invloed hebben op de handelswaarde van de dieren, dan kan die minderwaarde, waarvan bij gebrek aan concrete bewijzen aangenomen wordt dat zij niet significant is, geen aanleiding zijn om het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te aanvaarden. 7. Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt geenszins aangetoond. De vordering wordt om die reden verworpen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. De vordering tot schorsing onder verbeurte van een dwangsom wordt verworpen. Artikel 2. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-5732-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 14 januari 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5732-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.525 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.990 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div