← België

Arrest 178539 - Plannen van aanleg - 14/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.539 Rolnummer: A. 178062/X-13057 Zaak: Arrest 178539 - Plannen van aanleg - 14/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-22 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 07:29 Fiche Arrest nr 178.539 van 14 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 178.539 van 14 januari 2008 in de zaak A. 178.062/X-13.

  1. In zake :
  2. Erwin DIRCKX,
  3. Rudi SMEETS,
  4. Mathieu TEUWEN,
  5. Maarten ROSSEEL, die woonplaats kiezen bij advocaten K. WAUTERS en K. GEELEN, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen :
  6. de stad MAASEIK, die woonplaats kiest bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan van Rijswijcklaan 16,
  7. het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg
  8. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Erwin DIRCKX, Rudi SMEETS, Mathieu TEUWEN en Maarten ROSSEEL op 27 oktober 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 30 augustus 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, houdende gedeeltelijke goedkeuring van een bijzonder plan van aanleg “Wurfelderbosschen” van de stad Maaseik, en van het besluit van 27 maart 2006 van de gemeenteraad van de stad Maaseik houdende de definitieve aanvaarding van hetzelfde bijzonder plan van aanleg; Gelet op het arrest nr. 169.184 van 20 maart 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 4 april 2007; X-13.057-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partijen van 11 juni 2007, waarbij zij vragen om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 15 oktober 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 23 november 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. LONCKE, die loco advocaten K. WAUTERS en K. GEELEN verschijnt voor de verzoekers, van advocaat P.-J. VERVOORT, die loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat M. ROOSEN, die loco advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; X-13.057-2/3 Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen; dat de raadsman van de verzoekende partijen ter terechtzitting niet betwist dat het arrest nr. 169.184 regelmatig werd betekend op de gekozen woonplaats en dat geen verzoek tot voortzetting werd ingediend; dat ten aanzien van de verzoekende partijen dan ook een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  9. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  10. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 700 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een vierde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien januari 2008, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mvr. A. TRUYENS griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.057-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.539 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.169.184 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.