← België

Arrest 178583 - Kansspelen - 15/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.583 Rolnummer: A. 157675/XII-4317 Zaak: Arrest 178583 - Kansspelen - 15/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-24 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 07:29 Fiche Arrest nr 178.583 van 15 januari 2008 Justitie - Kansspelen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.583 van 15 januari 2008 in de zaak A. 157.675/XII-

  1. In zake : Jan VAN REMORTEL, die woonplaats kiest bij advocaten C. Van Aerde en Y. Van Damme, kantoor houdende Brugge, Rijselstraat 274 tegen :
  2. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie,
  3. de KANSSPELCOMMISSIE bij de federale overheidsdienst Justitie, die woonplaats kiezen bij advocaat B. Bronders, kantoor houdende te Oostende, E. Beernaertstraat 106 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan Van Remortel op 22 november 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 16 september 2007 van de kansspelcommissie waarvan het dispositief luidt : “Beslist de Kansspelcommissie om, in toepassing van artikel 71 van de kansspelwet, de verschuldigde jaarlijkse bijdragen voor 2003, zijnde 7613 Euro van de door de vergunninghouder gesteld waarborg, bij de Deposito- en Consignatie gekend onder nummer
  4. Beslist de Kansspelcommissie het verschuldigde bedrag van 7613 Euro over te schrijven op haar bankrekening 679.2005523.
  5. Beslist de Kansspelcommissie dat de vergunninghouder, in toepassing van artikel 71 van de kansspelwet, op straffe van schorsing van de vergunning - en dit tot het tijdstip van storting - binnen de vijf dagen de waarborg dient aan te zuiveren wanneer blijkt dat deze ontoereikend is”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd W. Van Noten; XII-4317-1/3 Gelet op de beschikking van 20 maart 2007 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan verzoeker op 2 april 2007; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gezien het feit dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld wegens gebrek aan rechtsmacht van de Raad van State. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent. Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. Wel past het de kosten ten laste van de eerste verwerende partij te leggen. Immers mag worden aangenomen dat verzoeker op het verkeerde been is gezet door de vermelding in de bestreden beslissing dat er een beroep bij de Raad van State tegen ingesteld kan worden. XII-4317-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de eerste verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien januari 2008, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4317-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.583 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.