← België

Arrest 178633 - Milieuvergunningen - 17/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.633 Rolnummer: A. 119145/VII-26283 Zaak: Arrest 178633 - Milieuvergunningen - 17/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.633 van 17 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.633 van 17 januari 2008 in de zaak A. 119.145/VII-26.

  1. In zake : de n.v. ISOBAR, die woonplaats kiest bij advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te KORTRIJK, President Kennedypark 8 B tegen : de deputatie van de provincie WEST-VLAANDEREN. tussenkomende partijen :
  2. Marcel BENOIT,
  3. Annie LIBEER, wonende te KUURNE, Harelbeeksestraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ISOBAR op 4 april 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 21 februari 2002 waarbij aan de verzoekende partij de vergunning voor de exploitatie van een productiebedrijf voor isolatie-sandwichpanelen, gelegen te Kuurne, Harelbeeksestraat nr 42 (+ 50), voor een termijn van twintig jaar, wordt geweigerd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 9 juli 2002; Gelet op de beschikking van 28 augustus 2002 die de tussenkomsten van Marcel BENOIT en Annie LIBEER toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; VII-26.283-1/5 Gelet op de beschikking van 23 augustus 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 5 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. VANPRAET die, loco advocaat D. VAN HEUVEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van afdelingschef K. DEWULF, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. Aan de verzoekende partij werd door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kuurne op 26 september 2001 een milieuvergunning verleend voor een productiebedrijf voor isolatie-sandwichpanelen. Ingevolge het beroep van de tussenkomende partijen werd deze vergunning evenwel door de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen op 21 februari 2002 geweigerd. Dit is de bestreden beslissing.
  6. In haar laatste memorie zet de verzoekende partij uiteen dat zij haar activiteit in Kuurne heeft stopgezet en dat zij zich elders heeft gevestigd. Uit haar statuten blijkt dat haar maatschappelijke zetel werd verplaatst naar Beveren- Leie, Pontstraat
  7. Zij stelt echter dat het belang dat zij heeft bij het verderzetten van het beroep een financieel belang is, met name de vordering tot schadevergoeding VII-26.283-2/5 die zij zal instellen. Zij suggereert in dat verband ook een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof. 3.
  8. De verzoekende partij heeft duidelijk niet langer de intentie om de bij de bestreden beslissing geweigerde exploitatie te voeren in de Harelbeeksestraat 42 te Kuurne. 3.
  9. In het arrest nr. 13/2004 van 21 januari 2004 heeft het Arbitragehof (thans het Grondwettelijk Hof) zich reeds uitgesproken over de notie belang, in de zin van artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, door erop te wijzen dat het aan de Raad van State toekomt om het belang te beoordelen. Wanneer de verzoekende partijen suggereren een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof inzake het belang bij het aanvechten van een niet meer uit te voeren milieuvergunning, dan vragen zij dat het Hof in de plaats van de Raad van State zou oordelen over het belang van de verzoekende partijen. Het is te dezen niet dienstig om de gesuggereerde prejudiciële vraag te stellen. 3.
  10. Het belang dat erin bestaat een titel te verkrijgen om voor de "gewone" rechter schadevergoeding te vorderen, is niet rechtstreeks verbonden aan het uit het rechtsverkeer verwijderen van een onwettige bestuurshandeling, maar aan het gegrond horen verklaren van een middel. Ook de "gewone" rechter kan in een procedure tot schadevergoeding de onwettigheid van een bestuurshandeling vaststellen. De verzoekende partij doet niet meer blijken van het rechtens vereiste belang. Het beroep moet bijgevolg worden verworpen, BESLUIT: Artikel
  11. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. VII-26.283-3/5 VII-26.283-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien januari tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-26.283-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.633 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.