id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.634 Rolnummer: A. 123160/VII-27111 Zaak: Arrest 178634 - Milieuvergunningen - 17/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-08-07 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.634 van 17 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.634 van 17 januari 2008 in de zaak A. 123.160/VII-27.
- In zake : de n.v. LIMBURGSE VINYL MAATSCHAPPIJ (LVM), die woonplaats kiest bij advocaten M. VAN PASSEL en I. CUYPERS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Frankrijklei 146 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten G. MARTYN, P. DEJONCKHEERE, J. COLPAERT en F. VINCKE, kantoor houdende te AVELGEM, Doorniksesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. LIMBURGSE VINYL MAATSCHAPPIJ (LVM) op 28 juni 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 25 april 2002 waarbij de beroepen aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 27 september 2001, houdende het verlenen van de vergunning aan de verzoekende partij om een bedrijf voor het produceren van monovinylchloride (MVC), gelegen aan de H. Hartlaan te Tessenderlo, verder te exploiteren en te veranderen door wijziging en uitbreiding, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 30 oktober 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-27.111-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 november 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. CUYPERS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat F. VINCKE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten 1.
- De verzoekende partij exploiteert een bedrijf dat monovinylchloride (MVC) produceert aan de Heilig Hartlaan te Tessenderlo. 1.
- Volgens het bij koninklijk besluit van 3 april 1979 vastgesteld gewestplan Hasselt-Genk is de inrichting gelegen in industriegebied. 1.
- Volgens het bij ministerieel besluit van 11 augustus 1986 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg "Industriezone Centrum" is de inrichting eveneens gelegen in een zone bestemd voor industrie. 1.
- Op 15 maart 2001 dient de verzoekende partij een vergunningsaanvraag in voor : - het hernieuwen van de milieuvergunning voor de exploitatie van een bedrijf voor het produceren van monovinylchloride; - het veranderen door wijziging: de verwijdering van de vergunde installatie voor de verlading van vloeibaar gemaakt 100 % waterstofchloride (rubriek 16.4.1) en vervanging van een aantal installaties (rubriek 23.2.3); en, VII-27.111-2/7 - het veranderen door uitbreiding: uitbreiding van de productiecapaciteit voor monovinylchloride (rubriek 7.11.1f), uitbreiding van twee transformatoren (rubriek 12.2.2), uitbreiding met airconditioningsinstallaties (rubriek 16.3.1.2), uitbreiding met een kraakoven (rubriek 43.1.3). 1.
- Na de verlenging van de behandelingstermijn beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg op 27 september 2001 de gevraagde vergunning te verlenen voor een termijn van twintig jaar verstrijkende op 27 september 2021, met dien verstande dat de verzoekende partij, hangende de procedure, haar aanvraag tot uitbreiding met een kraakoven (strekkende tot uitbreiding van de productiecapaciteit voor monovinylchloride) heeft ingetrokken, zodat de bestaande productiecapaciteit van 550.000 ton per jaar behouden blijft. 1.
- Zowel de Vlaamse Milieumaatschappij, als de v.z.w. BOND BETER LEEFMILIEU, de v.z.w. GREENPEACE, de v.z.w. VALK, de v.z.w. NATUURBESCHERMING LIMBURG en Ludo RUTTEN stellen hiertegen beroep in bij de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw. 1.
- Na het inwinnen van de nodige adviezen en de verlenging van de behandelingstermijn met één maand, wordt op 25 april 2002 beslist om de beroepen gedeeltelijk gegrond te verklaren en de beroepen beslissing te wijzigen door de vergunningstermijn te beperken tot 1 september
- Deze beslissing wordt gemotiveerd door de volgende overwegingen : "Overwegende dat de fabrieken LVM en TCT nauw met elkaar verbonden zijn en sterk geïntegreerd zijn; dat TCT onder andere grondstoffen (zoutzuur, chloor) levert aan LVM ; dat in het milieujaarrapport ook staat vermeld dat de verschillende productieafdelingen niet als aparte, zelfstandige eenheden kunnen worden beschouwd; dat volgens de definities LVM en TCT ook één milieutechnische eenheid vormen; Overwegende dat de lozingen afkomstig van de organische afdelingen van TCT (inclusief het afvalwater van LVM) enerzijds en de anorganische afdelingen van TCT anderzijds via aparte lozingsvergunningen vergund zijn; dat in de praktijk beide afvalwaterstromen vermengd worden; dat de lozingsvergunningen verstrijken op 1 september 2011; Overwegende dat het bedrijfsafvalwater van LVM na een voorzuivering bij LVM verder wordt behandeld bij Tessenderlo Chemie samen met andere afvalwaters van TCT; dat in het milieueffectenrapport op pag. 279 staat dat omwille van de intense binding van de massastromen (afvalwater) tussen LVM en TCT de individuele massastroom van LVM niet kan worden losgezien van de massastroom van TCT; dat het aangewezen is om de vergunningen van LVM (exploitatie) en TCT (lozing) op elkaar af te stemmen; Overwegende dat de lozingsvergunning afgeleverd aan Tessenderlo Chemie voor onder ander het lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van LVM, verstrijkt op 1 september 2011; dat het exploiteren van de inrichting VII-27.111-3/7 onlosmakelijk verbonden is aan het lozen van bedrijfsafvalwater; dat overeenkomstig art. 30 § 5 van titel I van het Vlarem de vergunning wordt verleend voor een bepaalde duur waarvan de einddatum, deze van de lopende vergunning niet mag overschrijden; dat bijgevolg de vergunning voor LVM slechts kan worden verleend voor een vergunningstermijn verstrijkend op 1 september 2011 (einddatum van de nog lopende lozingsvergunning)". Dit is het thans bestreden besluit.
- De beoordeling 2.
- In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 30, §5, 39, §1 en 71 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I) en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer bepaald van het motiverings-, het redelijkheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel. De verzoekende partij beweert dat er sprake is van machtsafwending. 2.1.
- In een eerste onderdeel van het eerste middel wijst de verzoekende partij erop dat de n.v. TESSENDERLO CHEMIE voor haar bedrijfsafvalwater loost en dat zij hiervoor over een lozingsvergunning van 15 september 1986 beschikt die verstrijkt op 1 september
- De verzoekende partij merkt op dat enkel de n.v. TESSENDERLO CHEMIE in het bezit is van een lozingsvergunning om zowel haar eigen bedrijfsafvalwater, als het bedrijfsafvalwater van de LVM te lozen via één lozingspunt. Zij stelt dat de LVM zelf geen lozingsvergunning tot 2011 heeft lopen. De verzoekende partij stelt dat in het thans bestreden besluit de beperking van de vergunningstermijn tot 1 september 2011 uitdrukkelijk wordt gesteund op artikel 30, §5, van Vlarem I, daar waar er te dezen geen lopende lozingsvergunning is tot 1 september
- Zij stelt ook dat er geen enkele rechtsgrond of reden is om de hervergunning van de fabriek - waarin de lozing van bedrijfsafvalwater niet is opgenomen - te verstrengen door een beperking van de vergunningsduur op te leggen. Voorts argumenteert zij dat er "belangrijke vergunningstechnische redenen" zijn waarom de beoordeling van het bedrijfsafvalwater van de LVM mede zal dienen te gebeuren in 2011 en er dus "geen reden is om de vergunningstermijn van LVM in te korten en te koppelen aan deze van TC". Ten slotte betoogt zij dat het niet is omdat de chlorideproblematiek onmogelijk kan worden losgekoppeld van de gehele groep, omwille van de innige verbondenheid van de processen en de productenstromen, dat dit ook betekent dat er te dezen sprake zou zijn van een milieutechnische eenheid tussen de betrokken bedrijven. VII-27.111-4/7 2.1.
- In een tweede onderdeel van het eerste middel voert de verzoekende partij aan dat er een schending is van het motiverings-, het redelijkheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel, hetgeen ook een machtsafwending zou uitmaken, en haalt hiervoor dezelfde redenen aan als in het eerste onderdeel van het eerste middel. 2.
- In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat, in tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij beweert, de lozingsvergunning van 15 september 1986 wel degelijk op haar exploitatie van toepassing zou zijn, meer bepaald gelet op het feit dat de inrichting van de verzoekende partij en de n.v. TESSENDERLO CHEMIE samen één milieutechnische eenheid vormen op grond van artikel 1.1.
- van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (hierna : Vlarem II). Vervolgens stelt zij dat er wel degelijk redenen zijn om de vergunningstermijn van de verzoekende partij in te korten en te koppelen aan deze van de n.v. TESSENDERLO CHEMIE. Zij argumenteert hieromtrent dat - gelet op de milieutechnische eenheid tussen de betrokken bedrijven - de vergunning moet worden verleend voor een bepaalde duur waarvan de einddatum deze van de lopende vergunning niet mag overschrijden. Met betrekking tot de afvalwaterproblematiek, betoogt de verwerende partij dat het "niet opportuun" was om in het kader van de milieuvergunningsaanvraag van de verzoekende partij - die tot het thans bestreden besluit heeft geleid - de lozingsproblematiek van de n.v. TESSENDERLO CHEMIE te evalueren, nu zij zich daaromtrent later zal moeten buigen, meer bepaald ten tijde van de hervergunningsaanvraag van de n.v. TESSENDERLO CHEMIE. Ten slotte stelt de verwerende partij dat er te dezen geen sprake kan zijn van machtsafwending, vermits het bestreden besluit geen afbreuk doet aan eerdere beslissingen met betrekking tot de lozingsvergunningen, noch aan het beleid dat de overheid terzake voert. 2.
- Luidens artikel 18, § 2 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning wordt een milieuvergunning verleend voor een bepaalde duur van ten hoogste twintig jaar. Uit deze bepaling volgt dat de vergunningstermijn beperkt kan worden. Dit impliceert dat, wanneer de vergunningverlenende overheid de vergunningstermijn beperkt, deze beslissing moet steunen op een rechtens aanvaardbaar motief. VII-27.111-5/7 Te dezen had de bestendige deputatie de hernieuwing van de vergunning verleend voor de maximale termijn van twintig jaar, waarna de verwerende partij deze vergunningstermijn in het bestreden besluit heeft beperkt. Deze beperking van de vergunningstermijn wordt gemotiveerd door het feit dat "de lozingsvergunning afgeleverd aan Tessenderlo Chemie voor onder andere het lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van de LVM, verstrijkt op 1 september 2011; dat het exploiteren van de inrichting onlosmakelijk verbonden is aan het lozen van bedrijfsafvalwater; dat overeenkomstig art. 30 § 5 van titel I van het Vlarem de vergunning wordt verleend voor een bepaalde duur waarvan de einddatum, deze van de lopende vergunning niet mag overschrijden; dat bijgevolg de vergunning voor de LVM slechts kan worden verleend voor een vergunningstermijn verstrijkend op 1 september 2011 (einddatum van de nog lopende lozingsvergunning)". Hieruit blijkt inderdaad, zoals de verzoekende partij stelt, dat de verwerende partij geoordeeld heeft dat de vergunningstermijn beperkt moest worden tot de einddatum van de lozingsvergunning, hoewel die niet aan de verzoekende partij, maar aan de n.v. TESSENDERLO CHEMIE werd verleend. De expliciete verwijzing naar artikel 30, § 5, van Vlarem I toont aan dat de verwerende partij de lozingsvergunning, verleend aan de n.v. TESSENDERLO CHEMIE, heeft beschouwd als zijnde tevens een lozingsvergunning verleend aan verzoekende partij. Artikel 30, § 5, van Vlarem I bepaalt dat de vergunning voor de verandering van een inrichting wordt verleend voor een bepaalde duur waarvan de einddatum, deze van de lopende vergunning niet mag overschrijden. Die bepaling voorziet echter niet in de "globalisatie" van de vergunningen, zoals te dezen toegepast door de verwerende partij. Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt voorts dat het decisief motief voor deze beperking gelegen is in de vaststelling dat de verzoekende partij een milieutechnische eenheid vormt met de n.v. TESSENDERLO CHEMIE en dat daarom de vergunningstermijn voor de exploitatie wordt gekoppeld aan de einddatum van de lozingsvergunning, die niet aan de verzoekende partij maar aan de n.v. TESSENDERLO CHEMIE werd verleend. Geen enkele bepaling van Vlarem I laat toe te besluiten dat een (lozings)vergunning zou mogen worden uitgebreid tot degene die niet de vergunninghouder is, louter en alleen omdat deze een milieutechnische eenheid met de vergunninghouder zou vormen. Het bestreden besluit is aldus niet gesteund op een rechtens aanvaardbaar en draagkrachtig motief. Het eerste middel is gegrond, VII-27.111-6/7 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 25 april 2002 waarbij de beroepen aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 27 september 2001, houdende het verlenen van de vergunning aan de n.v. LIMBURGSE VINYL MAATSCHAPPIJ om een bedrijf voor het produceren van monovinylchloride (MVC), gelegen aan de H. Hartlaan te Tessenderlo, verder te exploiteren en te veranderen door wijziging en uitbreiding, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien januari tweeduizend en acht, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-27.111-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.634 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div