id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.640 Rolnummer: A. 186338/XII-5300 Zaak: Arrest 178640 - Overheidsopdrachten - 17/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-21 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.640 van 17 januari 2008 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.640 van 17 januari 2008 in de zaak A. 186.338/XII-
- In zake : de NV VANBREDA RISK & BENEFITS, die woonplaats kiest bij advocaten L. Schuermans en P. Teerlinck, kantoor houdende te Turnhout, de Merodelei 112 tegen :
- het VLAAMSE GEWEST,
- de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiezen bij advocaten F. Vandendriessche en N. Kiekens, kantoor houdende te 1000 Brussel, Loksumstraat
- tussenkomende partij : de NV AON BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat W. Slosse, kantoor houdende te Antwerpen, Brusselstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Vanbreda Risk & Benefits op 20 december 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van “de beslissing van 30 november 2007 van de Vlaamse Regering om de opdracht, beschreven in het bestek GOV/VOFB-DEP FB BOB BORG 1 tot aanstelling van een verzekeringsmakelaar voor de pooling van de verzekeringen van de agentschappen van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2011, te gunnen aan Aon Belgium NV”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-5300-1/12 Gelet op de beschikking van 21 december 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 januari 2008, om 10.30 uur; Gezien het op 7 januari 2008 ingediende verzoekschrift waarbij de NV AON Belgium vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Teerlinck, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaten F. Vandendriessche en N. Kiekens, die verschijnen voor de verwerende partijen, en van advocaat W. Slosse, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
- De Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest schrijven een overheidsopdracht uit voor de aanneming van diensten die bij wijze van openbare aanbesteding zal worden toegewezen. In het toepasselijke bestek wordt de opdracht als volgt omschreven : “De uit te voeren dienst betreft de uitvoering van de makelaarsopdracht inzake de pooling van de verzekeringsovereenkomsten gesloten door of voor rekening van de agentschappen zoals omschreven in artikel 10, 11 en 13 van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003 evenals voor de instellingen zoals bedoeld in artikel 38 van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, met name het beheer van de verzekeringsovereenkomsten gesloten door of voor rekening van voormelde instellingen en de advisering en bijstand m.o.o. het bekomen van het meest optimale risico- en verzekeringsbeheer ter dekking van de risico’s van voormelde instellingen. Wat deze laatste taak betreft, zorgt de makelaar in overeenstemming met de wetgeving overheidsopdrachten voor de administratieve afhandeling van de procedure voor de gunning van de XII-5300-2/12 verzekeringspolissen ter dekking van deze risico’s, met uitzondering van het nemen van de selectie- en gunningsbeslissing”. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese gemeenschappen en in het Bulletin der aanbestedingen. De maximale duur van de opdracht is vier jaar vanaf 1 januari 2008 met een jaarlijkse opzegmogelijkheid door de opdrachtgever ( bijlage 2 bij bestek). Bij de kwalitatieve selectiecriteria wordt onder de rubriek technische bekwaamheid vermeld dat de inschrijver moet aantonen dat hij voldoende bewezen kennis en ervaring heeft met vergelijkbare opdrachten. Inzake de eigenlijke gunning vermeldt het bestek : “Ingevolge artikel 15 van de wet van 24 december 1993 wordt de opdracht toegewezen aan de Inschrijver die de laagste regelmatige inschrijving indient. Voor het bepalen van de laagste regelmatige inschrijving, houdt de Aanbestedende Dienst rekening met de door de Inschrijvers aangeboden prijzen zoals voorzien in het Offerteformulier. De Aanbestedende dienst zal de laagste regelmatige inschrijving vaststellen op basis van de forfaitaire jaarlijkse vergoeding voor de uitvoering van de makelaarsopdracht inzake de pooling van de verzekeringsovereenkomsten gesloten door of voor rekening van de agentschappen zoals omschreven in artikel 10, 11 en 13 van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003 evenals voor de instellingen zoals bedoeld in artikel 38 van het Kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003 zoals nader omschreven in Bijlage 3.” Bijlage 1 is een offerteformulier waarop de jaarlijkse vaste vergoeding dient te worden vermeld. Bijlage 2 bevat de “bijzondere contractuele voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht”. Volgens artikel 4 van deze voorwaarden bestaat “de vergoeding van de opdrachtnemer voor de gepoolde verzekeringen” uit twee elementen : - een jaarlijkse vaste vergoeding, namelijk de prijs die opgegeven dient te worden op het offerteformulier en die de rangschikking bepaalt; in geval van wijzigende dienstverlening door uitbreiding of inkorting van de lijst der agentschappen en instellingen wordt volgens een bepaalde formule de jaarlijkse vaste vergoeding aangepast; XII-5300-3/12 - een “variabele succes fee” indien de prestaties van de opdrachtnemer leiden tot het realiseren van een optimalisering zoals vaststellen van een niet gedekt risico of van een dubbele dekking, het verminderen van de premie, het adviseren van preventiemaatregelen die leiden tot premieverlaging. De fee wordt berekend als een percentage, naargelang het type optimalisering op de premie, op de premieverlaging of op de premieverhoging.
- Er worden vier offertes ingediend, onder meer door de verzoekende partij (164.000 euro waarbij afstand wordt gedaan van de variabele succes fee) die de tweede laagste prijs voorstelt en door de tussenkomende partij AON Belgium NV (125.000 euro) die de laagste prijs voorstelt. Op te merken valt dat de vorige opdracht met vergelijkbaar voorwerp toegewezen was aan de verzoekende partij voor een jaarlijkse vergoeding van 300.000 euro.
- Op 19 november 2007 wordt een evaluatiezitting gehouden. In het verslag wordt vastgesteld dat de keuze van de verzoekende partij om af te zien van de variabele succes fee geen invloed heeft op de rangschikking.
- Met een brief van 20 november 2007 wordt verantwoording gevraagd aan de tussenkomende partij op drie punten : - met toepassing van artikel 110, § 3, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, vraagt de aanbestedende overheid een verantwoording voor de forfaitaire jaarlijkse vergoeding voor het vervullen van de opdracht : “Hoe wordt met andere woorden de forfaitaire jaarlijkse vergoeding verklaard op basis van de voorziene personeelsinzet, doorlooptijden,...?”; - betreffende de vereiste ervaring met vergelijkbare opdrachten vraagt de aanbestedende overheid aan te tonen of de inschrijver beschikt over een voldoende bewezen kennis en ervaring en over de mogelijkheid om op maat gemaakte polissen te negotiëren binnen een termijn van één maand; - betreffende de vereiste ervaring met vergelijkbare opdrachten vraagt de aanbestedende overheid aan te tonen of de inschrijver beschikt over een voldoende bewezen kennis en ervaring en over de mogelijkheid om technische assistentie te verlenen op het vlak van schade-expertise. XII-5300-4/12
- De tussenkomende partij antwoordt met een brief van 22 november
- Er wordt blijkbaar een beoordeling gemaakt van dit antwoord door de verwerende partij zoals blijkt uit de nota die de bevoegde minister voorlegt aan de regering. Meer bepaald na het vermelden van de drie vragen die aan de tussenkomende partij werden gesteld wordt het volgende opgemerkt : “De jaarlijkse vaste vergoeding van 125.000 euro die door AON wordt voorgesteld, is luidens de verantwoording gebaseerd op volgende criteria, die in het antwoordschrijven volledig uitgewerkt worden : - een inschatting van het werkvolume van het AON-team; - de gemiddelde dagprijs op basis van de inschatting van AON van de werklast per expertiseniveau van de verschillende teamleden. Daarenboven stelt AON vast : ‘Deze opdracht wordt gegund voor een periode van 4 jaar. Dit biedt ons departement ‘AON Public Sector Europe’ in het algemeen en onze practise ‘AON Public Sector Belgium’ in het bijzonder de gelegenheid om met de klant ‘Vlaamse Gemeenschap’ een langetermijnrelatie en een partenariaat uit te bouwen. Om die reden wenst AON uitzonderlijk af te wijken van zijn standaardtarieven en een bijzondere korting toe te staan.’ Ook voor de twee andere vragen werd een volledig en afdoende antwoord aangeleverd. Aon toont aan over een voldoende bewezen kennis en ervaring en over de mogelijkheid te beschikken om op maat gemaakte polissen te negotiëren binnen de termijn van één maand. Bovendien beschikt Aon over een voldoende bewezen kennis en ervaring en over de mogelijkheid om technische assistentie te verlenen op het vlak van schade- expertise. Als bijlage bij deze nota vindt U het bestek, het verzoek tot verantwoording en de verantwoording van het AON Belgium NV, en de verslagen van de openings- en evaluatiezitting”.
- Op 29 november 2007 brengt de Inspectie van Financiën gunstig advies uit. Daarin wordt onder meer het volgende vermeld : “3.
- Doelmatigheid Er werden 4 inschrijvingen ontvangen tussen 125 K i/jaar en 388 K i/jaar. Voor de bepaling van de laagste offerte wordt enkel rekening gehouden met de geboden vaste forfaitaire jaarlijkse vergoeding. De berekeningswijze van de onzekere variabele success fee is mathematisch vastgelegd in het bestek, en vormt dan ook geen beoordelingselement voor de bepaling van de laagste biedprijs. XII-5300-5/12 De 2de gerangschikte dienstverlener ziet af van de in het bestek voorzien succesfee. Dat is een afwijking van een essentiële besteksvoorwaarde die normaliter de uitsluiting met zich brengt (art. 89 K.B. 8 januari 1996). Hoe dan ook kan de afstand van de onzekere success fee de rangschikking op basis van de geboden vaste jaarvergoedingen bedragen niet beïnvloeden. Conform de beslissingsregel voor aanbestedingen, wordt de laagste inschrijver voorgesteld. Er werd om prijsrechtvaardiging gevraagd. De inschrijver gaat uit van gemiddeld [...] mandagen per jaar tegen profielprijzen tussen [...] en [...]i/mandag. De normale prijs bedraagt[...]. Ki, hetzij gemiddeld [...] i/mandag. Een bijzondere korting van [...] K i (= -[...] %) wordt toegestaan, waardoor de totaalprijs beperkt wordt tot [...] i/jaar, hetzij gemiddeld [...] i/mandag. Een korting van [-...] % op prestaties die in hoofdzaak gerelateerd zijn aan weinig comprimeerbare personeelskosten is zeer hoog. Indien de door de laagste inschrijver geboden prijs als normaal wordt beschouwd, dan vloeit daaruit voort dat de Vlaamse overheid in het lopende contract [...] i/jaar meer dan [...]% teveel betaalt”. (Citaat met weglating van de door de verwerende partij als vertrouwelijk aangemerkte gegevens)
- In zitting van 30 november 2007 beslist de Vlaamse regering : “
- de opdracht, beschreven in het bestek nr. GOV/VOFB_DEP FB BOB BORG 1 tot aanstelling van een verzekeringsmakelaar voor de pooling van de verzekeringen van de agentschappen van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2011, te gunnen aan Aon Belgium NB;
- de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, te gelasten : 2.
- het contract te ondertekenen, 2.
- alle noodzakelijke maatregelen en beslissingen te nemen met betrekking tot de uitvoering van de gunning van voornoemde opdracht”.
- Bij brief van 11 december 2007 stelt de bevoegde minister de verzoekende partij in kennis van het feit dat haar offerte “niet werd gekozen”. In bijlage steekt de toewijzingsbeslissing van de Vlaamse regering; bij die toewijzingsbeslissing steekt de voornoemde en aangehaalde nota van de bevoegde minister aan de regering.
- De verzoekende partij stelt in haar verzoekschrift op 17 december 2007 inzage te hebben gekregen van een "aantal kopies van documenten uit het administratief dossier" maar niet van de offertes met als motief dat deze offertes vertrouwelijke informatie bevatten; voorts merkt ze op dat “een aantal kopies die ze onder ogen kreeg grondig bewerkt waren met stift, zodat met name alle concrete informatie over de prijsvorming bij Aon Belgium NV onleesbaar was gemaakt”. XII-5300-6/12 De beweegredenen van de verwerende partij om bepaalde gegevens af te schermen werden aan de verzoekende partij nog eens expliciet medegedeeld bij e-mail van 17 december
- De exceptie
- De tussenkomende partij merkt in een exceptie op dat de verzoekende partij geen belang heeft bij de vordering omdat ze een onregelmatige offerte heeft ingediend; ze stelt immers af te zien van de variabele succes fee; de bepalingen rond deze fee zijn nochtans essentieel omdat de vier verschillende gevallen waarin deze fee verschuldigd is essentiële bestanddelen zijn van de opdracht.
- De Raad van State kan in een kort geding en a fortiori in een kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts een beperkt onderzoek wijden aan excepties die de rechtsmacht of, zoals de voorliggende exceptie, de ontvankelijkheid betreffen. Een verzoekende partij kan er zich immers minder behoorlijk tegen in bescherming nemen dan in de procedure ten gronde. Daarom past het in een kort geding dat de Raad van State deze excepties eerder zou verwerpen dan aannemen tenzij indien zijn beperkt onderzoek uitwijst dat een dergelijke exceptie een hoge graad van ernst vertoont. Te dezen heeft de verzoekende partij geanticipeerd op de exceptie door in haar verzoekschrift te stellen dat de bedoelde verzaking geen afwijking van een substantiële besteksbepaling is. Bij eerste onderzoek lijkt het dat de zogenaamde succes fee één van de twee componenten is van de vergoeding is voor de inschrijver naast de jaarlijkse forfaitaire vergoeding. De opdracht voor de inschrijver heeft vele facetten maar bestaat er wezenlijk ook in, een optimalisering van de verzekeringsaanpak te bereiken door risico in te schatten, te onderhandelen, redundantie op te sporen, met ander woorden actief het risico en de verzekeringen te onderzoeken op efficiëntie en economie. In beginsel lijkt de jaarlijkse forfaitaire vergoeding geen uitstaans te hebben met dit activisme. Dit facet van de opdracht lijkt daarentegen te kunnen worden verbonden aan de tweede vergoedingscomponent, namelijk de succes fee. Tegen die achtergrond lijkt het niet onzinnig te beweren dat de uitvoering van het voormelde facet van de opdracht bezwaard wordt doordat van de XII-5300-7/12 fee afstand wordt gedaan en dat dergelijke verzaken de betrokken offerte substantieel onregelmatig maakt. Vooralsnog is er echter te dezen geen noodzaak om over de aangevoerde exceptie ook al uitspraak te doen: zulks zou slechts noodzakelijk zijn indien zou blijken dat alle grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, te dezen niet het geval is. De grondvoorwaarden tot schorsing
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Wat de eerste voorwaarde betreft, voert de verzoekende partij in een eerste middel de schending aan van artikel 21bis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, en van de formele motiveringsplicht als vastgelegd in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Zij betoogt daartoe dat zij op grond van de informatie die de verwerende partij haar bezorgde, onmogelijk kan nagaan of de beslissing van de verwerende partij naar aanleiding van het prijsonderzoek om NV AON Belgium alsnog regelmatig te verklaren op wettige en objectieve motieven is gesteund. Zij verwijst naar de nota bij de toewijzingsbeslissing die bij de voormelde brief van 11 december 2007 was gevoegd en waarin met een “vage en summiere samenvatting” wordt verwezen naar de brief van AON waarin deze verantwoording verschaft omtrent haar prijzen. De laatstgenoemde brief van AON werd echter niet meegestuurd naar de verzoekende partij met de brief van 11 december 2007 waarmee aan de verzoekende partij de bestreden beslissing ter kennis werd gebracht; in de informatie die de verzoekende partij ter inzage werd gegeven op 17 december 2007 werden alle essentiële elementen weggelaten; de verzoekende partij kan dan ook de prijsvorming XII-5300-8/12 van AON niet nagaan en voorts is “nergens enig motief van de verwerende partij te vinden” inzake de door AON verschafte verantwoording.
- Zoals de verwerende partij terecht tegenwerpt, lijkt het middel niet ontvankelijk, in zoverre daarin de schending wordt ingeroepen van een informatieplicht, aangezien een onregelmatigheid in de kennisgeving van een beslissing de rechtmatigheid van die beslissing niet aantast. In zoverre de verzoekende partij dan weer de formele motiveringsplicht geschonden acht, lijkt te moeten worden aangenomen, zoals de tussenkomende partij stelt, dat bij een aanbesteding in beginsel een toewijzing afdoende gemotiveerd is door verwijzing naar de laagste inschrijvingsprijs, aangezien dit gegeven de aanbestedende overheid bindt. Wat voorts de verantwoording van de prijzen en de beoordeling daarvan betreft, lijkt de eerste finaliteit van een prijsonderzoek de bescherming van de overheid zelf en vervolgens het vrijwaren van eerlijke concurrentie. Te dezen heeft de uitleg die de tussenkomende partij gaf, de verwerende partij overtuigd: gegevens als knowhow inzake verzekeringen in de publieke sector, de opgebouwde expertise, lijken bepalend; de berekening van het werkvolume en de prijszetting per mandag lijken de verwerende partij aanvaardbaar. De prijs van de verzoekende partij lijkt trouwens ook zeer “concurrentieel” in vergelijking met deze van de andere inschrijvers en stelt thans een vergoeding voor van bijna de helft van wat ze voordien ontving op grond van de bestaande aflopende overeenkomst. De eigenlijke prijzen en berekeningen zijn de verzoekende partij onthouden; vooralsnog lijken de door verwerende partij ingeroepen redenen hiervoor aanneembaar en te kaderen bijvoorbeeld in artikel 21bis, § 3, van de voormelde wet. De verzoekende partij uit trouwens geen expliciete kritiek op de reden die de verwerende partij heeft aangehaald om bepaalde gegevens als vertrouwelijk te behandelen zoals vermeld bij haar bezoek aan verwerende partij op 17 december 2007 en door de verwerende partij expliciet opgegeven in het e-mailbericht van 17 december 2007 (“de bescherming van het vertrouwelijk karakter van commerciële en industriële informatie”). XII-5300-9/12 In de huidige stand van de procedure neemt de Raad van State aldus niet aan dat de verzoekende partij ten onrechte de betrokken motivering zou zijn onthouden of dat ze niet deugdelijk zou zijn. Het middel is in zijn geheel niet ernstig.
- In een tweede middel voert de verzoekende partij aan dat er een schending is van artikel 15 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, van artikel 110, § 3, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, en van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur meer bepaald van de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij doet daartoe gelden dat, ondanks de vastgestelde abnormale lage prijzen de offerte van AON regelmatig wordt verklaard zonder dat blijkt dat de door AON gegeven rechtvaardiging aan objectieve gegevens is getoetst en grondig werd onderzocht. Artikel 110, § 3, voornoemd stelt nochtans dat de verantwoording dient te berusten op objectieve factoren; de inspecteur van Financiën heeft het over een korting die zeer hoog is; in de nota die bij de toewijzingsbeslissing is gevoegd wordt enkel een samenvatting gegeven van de verantwoording en is er geen blijk van onderzoek van die verantwoording. Aldus is niet aangetoond dat is toegewezen aan de laagste regelmatige inschrijver.
- Artikel 110, § 3, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken luidt als volgt : “§3 Vooraleer de aanbestedende overheid evenwel een offerte afwijst, wegens haar blijkbaar abnormaal hoge of abnormaal lage eenheidsprijzen of totale prijzen, verzoekt zij de betrokken inschrijver per aangetekende brief hierover de nodige schriftelijke verantwoordingen te verstrekken binnen een termijn van twaalf kalenderdagen, tenzij de uitnodiging een langere termijn bepaalt. Het is de inschrijver die het bewijs moet leveren van de verzending van die verantwoordingen. Tijdens het nazicht van blijkbaar abnormaal lage prijzen, kan de aanbestedende overheid motiveringen in aanmerking nemen die zijn gebaseerd op objectieve factoren steunend op de zuinigheid van het bouw- of productieprocédé of van de dienstverlening, of op de gekozen technische oplossingen, of op uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver kan profiteren voor de uitvoering van de opdracht of op de originaliteit van het product, het ontwerp of het werk dat de inschrijver aanbiedt”. XII-5300-10/12 Aangenomen dient te worden dat de aanbestedende overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt om al dan niet een procedure in te zetten waarbij op zoek gegaan wordt naar de aanwezigheid van abnormale prijzen, dat de Raad van State zich bij dergelijke beoordeling niet in de plaats kan stellen van het bestuur, dat hij wel mag nagaan of de betrokken motieven in rechte ter verantwoording van de bestreden beslissing in aanmerking mogen worden genomen hetgeen onder meer vereist dat ze naar behoren zijn bewezen, dat een inschrijver zich niet mag beperken tot vaagheden en algemeenheden, dat de in artikel 110, § 3 voornoemd opgesomde objectieve factoren niet limitatief zijn, dat indien de overheid de offerte niet afwijst omwille van abnormale prijzen, een bevraging van de inschrijver volgens artikel 110, § 3 niet vereist is, dat er wel een plicht voor de aanbestedende overheid is om de regelmatigheid van een offerte na te gaan en één van de elementen van regelmatigheid is dat de offerte geen abnormale prijzen bevat en dat ten slotte het onderzoek moet gebeuren met inachtname van de zorgvuldigheidsverplichting. Te dezen klaagt de verzoekende partij in essentie over het feit dat het onderzoek naar de abnormale prijzen niet zorgvuldig zou zijn gebeurd; de finaliteit van dergelijk onderzoek ligt in de eerste plaats bij de zorg van de overheid om een uitvoering te bekomen die kwaliteitsvol zal zijn; de verantwoording die de tussenkomende partij te dezen geeft en in het vertrouwelijk stukkenbundel aan de Raad van State integraal is voorgelegd, is uitgebreid en lijkt allerminst onredelijk of fantaisistisch en faciel: zo heeft de verwerende partij ze ook beoordeeld zoals blijkt uit de nota van de minister aan de regering. Mede in acht genomen dat het prijsonderzoek wettelijk niet verplicht lijkt op grond van artikel 110, § 3 -wel zo lijkt het op grond van het niet als geschonden ingeroepen 110, § 4- maar toch gevoerd werd met de zorgvuldigheidsplicht als leidraad, dat de prijsverantwoording niet ondeugdelijk lijkt en dat de verwerende partij deze verantwoording expliciet in haar beoordeling betrokken heeft, is het middel niet als ernstig aan te merken.
- Aldus blijkt niet voldaan aan de door het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarden, die alle moeten zijn vervuld om de schorsing toe te wijzen, nu geen van de middelen de nietigverklaring kan verantwoorden. De vordering dient te worden verworpen. XII-5300-11/12 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV AON Belgium in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien januari 2008, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5300-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.640 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.