id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.663 Rolnummer: A. 186675/IX-5818 Zaak: Arrest 178663 - Kind & Gezin - 17/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-23 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.663 van 17 januari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Kind & Gezin Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.663 van 17 januari 2008 in de zaak A. 186.675/IX-
- In zake :
- Stefaan KESTENS,
- Vanessa HEMELEERS, die woonplaats kiezen bij advocaat R. LENAERTS, kantoor houdende te SMEEREBBE-VLOERZEGEM, Aalstsesteenweg 100 A/4 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Stefaan KESTENS en Vanessa LENAERTS op 14 januari 2008 hebben ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de Bemiddelingscommissie Bijzondere Jeugdbijstand te Dendermonde van 12 december 2007, meegedeeld op 4 januari 2008 om Zadio HEMELEERS en Zymania KESTENS door te verwijzen naar het parket van de procureur des Konings te Brussel; Gelet op de beschikking van 15 januari 2008 waarbij aan de verzoekende partijen het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 15 januari 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 januari 2008, om 10.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; IX-5818-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat R. LENAERTS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat I. VERHELLE, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Overwegende dat krachtens artikel 22, 1/, van de gecoördineerde decreten van 4 april 1990 inzake bijzondere jeugdbijstand, het openbaar ministerie een vordering betreffende een problematische opvoedingssituatie slechts bij de jeugdrechtbank kan aanhangig maken en behoudens de in artikel 22, 2/ van de gecoördineerde wetten omschreven dringende gevallen, nadat de bemiddelings- commissie de zaak naar het openbaar ministerie heeft doorverwezen overeenkomstig artikel 17, § 2, vierde lid, van de gecoördineerde decreten van 4 april 1990 inzake bijzondere jeugdbijstand. Overwegende dat aangezien de vordering van het openbaar ministerie op grond van artikel 22, 1/, van de gecoördineerde decreten een voorafgaande tussenkomst van de bemiddelingscommissie vereist, kan de Jeugd- rechtbank de vordering van het openbaar ministerie slechts ontvankelijk verklaren wanneer de bemiddelingscommissie de zaak op regelmatige wijze naar het openbaar ministerie heeft doorverwezen; dat de beslissing van de bemiddelingscommissie tot doorverwijzing naar het openbaar ministerie derhalve een voorwaarde is opdat de Jeugdrechtbank op grond van artikel 22, 1/, van de gecoördineerde decreten door het openbaar ministerie kan worden geadieerd; dat het bijgevolg de Jeugdrechtbank toekomt om de beslissing van de bemiddelingscommissie tot doorverwijzing naar het openbaar ministerie op haar wettigheid te toetsen; dat in een arrest van 1 maart 2002 van het Hof van Beroep te Brussel desbetreffend onder meer wordt overwogen dat “de doorverwijzing naar het openbaar ministerie (moet) geschieden door een gemotiveerd advies, waarin wordt uiteengezet dat vrijwillige hulpverlening onmogelijk is en waarom het, volgens de bemiddelingscommissie, in het belang van de minderjarige ernstig raadzaam is dat een afdwingbare pedagogische maatregel IX-5818-2/4 wordt genomen (...) (R.W., 2002-2003, 301, met noot F. DE BOCK en C. VAN ASSCHE); Overwegende dat de bevoegdheid van de Jeugdrechtbank de bevoegdheid van de Raad van State uitsluit omdat de bestreden beslissing niet afsplitsbaar is van de procedures voor de justitiële rechter en bijgevolg niet voor schorsing en nietigverklaring vatbaar, vermits de bestreden beslissing participeert aan en deel uitmaakt van een gerechtelijk beslissingsproces dat op gang kan worden gebracht door het openbaar ministerie; dat het bijgevolg enkel toekomt aan de Jeugdrechtbank en aan het Hof van Beroep en eventueel aan het Hof van Cassatie om desgevallend de interne en externe wettigheid van de bestreden beslissing te toetsen en om eventueel te onderzoeken of de Jeugdrechtbank al dan niet regelmatig werd geadieerd, wat een onderzoek naar de bevoegdheid van de geadieerde rechter kan inhouden en tevens een onderzoek kan impliceren naar de ontvankelijkheid van de ingestelde vordering; dat bijgevolg de Raad van State ratione materiae onbevoegd is om van de ingestelde vordering kennis te nemen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. IX-5818-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 17 januari 2008, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-5818-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.663 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.076 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.