id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.664 Rolnummer: A. 184189/X-13347 Zaak: Arrest 178664 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 17/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-25 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.664 van 17 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.664 van 17 januari 2008 in de zaak A. 184.189/X-13.
- In zake : Jules DE RANTER, die woonplaats kiest bij advocaat L. KOOLS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Van Benedenlaan 15 tegen : de gemeente BOOM, die woonplaats kiest bij advocaat S. BUTENAERTS, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II laan
- tussenkomende partij : de n.v. VLAAMSE VASTGOEDMAATSCHAPPIJ, die woonplaats kiest bij advocaat C. SERVAIS, kantoor houdende te 2600 ANTWERPEN-BERCHEM, Roderveldlaan 3 DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Jules DE RANTER op 29 juni 2007 heeft ingediend om de schorsing en de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 28 november 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boom waarbij aan de n.v. VLAAMSE VASTGOEDMAATSCHAPPIJ de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van 2 appartementsgebouwen op een perceel gelegen te Boom, Gauwberg 1 en 3, kadastraal bekend sectie C, nr. 282/a2; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; X-13.347-1/5 Gelet op de beschikking van 5 november 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2007; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VAN HOOGENBEMT die loco advocaat L. KOOLS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat S. BUTENAERTS die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. LAGEY die loco advocaat C. SERVAIS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De rechtspleging Met een verzoekschrift van 22 augustus 2007 heeft de n.v. VLAAMSE VASTGOEDMAATSCHAPPIJ gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- Ontvankelijkheid ratione temporis 2.
- Standpunt van de partijen 2.1.
- De verzoeker onderbouwt in zijn verzoekschrift de tijdigheid van zijn beroep als volgt: “Aangezien verzoeker bij aangetekend schrijven dd. 23.03.2007 aan het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Boom verzocht om volgende documenten te willen bezorgen: - bouwplan, - oorspronkelijke bouwaanvraag, - bouwnota van de ontwerper waarin de aanvraag wordt vergeleken met de wettelijke en stedelijke context; X-13.347-2/5 Dat het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Boom bij aangetekend schrijven d.d. 05.04.2007 antwoordde: “Op bouwplannen rusten evenwel auteursrechtelijke rechten van de architect, waardoor wij hiervan geen afschrift kunnen bezorgen. De plannen zijn uiteraard wel ter inzage bij de bouwdienst. Bijgaand bezorgen wij u de 'beschrijvende nota' zoals gevoegd bij de aanvraag stedenbouwkundige vergunning.”; Dat verzoekers op 02.05.2007 op de dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Boom, na afspraak, inzage konden nemen van het dossier betreffende de verleende vergunning; Dat verzoekers de door hen gedane vaststellingen op 01.06.2007 hebben bevestigd; Dat de termijn van 60 dagen, aangeduid in het meermaals gewijzigd besluit van de Regent van 23.08.1948 tot regeling van de rechtspleging voor de Afdeling Administratie van de Raad van State, waarbinnen derden een beroep tot nietigverklaring kunnen instellen bij de Raad van State, op deze datum een aanvang neemt; 2.1.
- De verwerende partij werpt in haar nota de volgende exceptie op: “Het schorsingsverzoek van verzoeker is ingediend buiten de termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf het moment waarop verzoekende partij daadwerkelijke kennis kreeg van de inhoud van de beslissing, en wel om volgende reden. (...) In casu verklaart verzoeker dat hij reeds op 4 januari 2007 de bouwvergunning heeft ingezien op het gemeentehuis (...) Bij schrijven van 19 januari werd aan verzoeker zelfs afschrift bezorgd van de bestreden beslissing en het inplantingsplan (...)”. 2.1.
- De tussenkomende partij werpt in haar verzoekschrift tot tussen- komst eveneens een exceptie van niet-ontvankelijkheid ratione temporis op en argumenteert in dezelfde zin als de verwerende partij. 2.1.
- De verzoeker, geconfronteerd met de conclusie in het auditoraats- verslag die tot de niet-ontvankelijkheid ratione temporis van het beroep besluit, verklaart ter terechtzitting dat hij zich naar de wijsheid van de Raad gedraagt. 2.
- Beoordeling De bestreden bouwvergunning diende noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend te worden, zodat krachtens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de beroepstermijn van zestig dagen inging met de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gehad of geacht moet worden te hebben gehad. X-13.347-3/5 Uit het administratief dossier blijkt dat de verzoeker op 16 januari 2007 een brief aan de verwerende partij richtte die onder meer het volgende vermeldt: “(...) Op 4 januari het gemeentehuis binnengestapt en navraag gedaan. Buiten het mogen bekijken van de bouwplannen heb ik ondanks mijn vragen (aan mevr. Smedts) zonder concrete informatie het gemeentehuis verlaten. Vandaar deze schriftelijke aanvraag voor het bekomen van een kopie van het inplantingsplan en de stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van de appartementsgebouwen aan VVM, welke door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 30 november 2006 zijn goedgekeurd. Vanaf kennisname van deze stedenbouwkundige afschriften rest ons volgens een decreet van 18/05/99 nog een wettelijke termijn om mogelijk te reageren”. De verwerende partij heeft, in antwoord hierop, op 19 januari 2007 aan de verzoeker een afschrift bezorgd van de stedenbouwkundige vergunning en van het inplantingsplan. De verzoeker had dus op 20 januari 2007 kennis van de bestreden beslissing. Het annulatieberoep is dus laattijdig. De vordering tot schorsing is een accessorium van het annulatie- beroep en dient hetzelfde lot te ondergaan. De verwerping van het beroep tot nietig- verklaring heeft dan ook de verwerping van de vordering tot schorsing tot gevolg. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. VLAAMSE VASTGOEDMAATSCHAPPIJ in het geding wordt ingewilligd. Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-13.347-4/5 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien januari 2008, door: de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.347-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.664 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div