← België

Arrest 178668 - Plannen van aanleg - 18/01/2008

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.668 Rolnummer: A. 100532/X-10133 Zaak: Arrest 178668 - Plannen van aanleg - 18/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-01-24 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.668 van 18 januari 2008 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.668 van 18 januari 2008 in de zaak A. 100.532/X-10.

  1. In zake : Victor AERDEN, die woonplaats kiest bij advocaat W. SLOSSE, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Brusselstraat 59 tegen :
  2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg 160,
  3. de gemeente KALMTHOUT, die woonplaats kiest bij advocaat R. POCKELE-DILLES, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Stoopstraat 1/
  4. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Victor AERDEN op 16 februari 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 21 november 2000 van de Vlaamse minister van Economie, Ruimtelijke Ordening en Media houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg nr. 8 “Kapellensteenweg I” genaamd, van de gemeente Kalmthout, bestaande uit een plan van de bestaande toestand, een bestemmingsplan en bijhorende stedenbouwkundige voorschriften, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 december 2000; Gelet op het arrest nr. 100.857 van 14 november 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 11 december 2001 ingediend door Victor AERDEN; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; X-10.133-1/10 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 15 december 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij en de tweede verwerende partij; Gelet op de beschikking van 24 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. SLOSSE, die verschijnt voor de verzoeker, van advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat A. GARMYN, die loco advocaat R. POCKELE- DILLES verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
  5. De feiten De feitelijke omstandigheden van de zaak werden uiteengezet in het arrest nr. 100.857 van 14 november 2001, waarnaar hierbij wordt verwezen.
  6. Ontvankelijkheid ratione temporis - exceptie opgeworpen door de verwerende partijen 2.
  7. Standpunt van de partijen 2.1.
  8. De eerste verwerende partij verwijst in haar memorie van antwoord naar voormeld arrest nr. 100.857 van 14 november 2001 en het daaraan X-10.133-2/10 voorafgaand auditoraatsverslag, en stelt dat het beroep tot nietigverklaring om dezelfde reden eveneens onontvankelijk is. 2.1.
  9. De tweede verwerende partij werpt, eveneens onder verwijzing naar hetzelfde arrest en het daaraan voorafgaand auditoraatsverslag, tevens op dat het beroep laattijdig is ingesteld: “
  10. Overeenkomstig art.
  11. lid 3 van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling(bestuursrechtspraak) van de Raad van State, dient het beroep tot nietigverklaring te worden ingediend binnen de 60 dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Overeenkomstig art. 84 van het voornoemde besluit dienen alle processtukken - zoals verzoekschriften tot schorsing en nietigverklaring - aan de Raad van State toegezonden te worden ‘bij ter post aangetekende brief’.
  12. N.a.v. de procedure tot schorsing, is gebleken dat de verzoekschriften tot schorsing en tot nietigverklaring door verzoekende partij werden verzonden aan de griffie van de afdeling (bestuursrechtspraak) bij de Raad van State per taxipost en niet per aangetekende zending. Welnu : een verzending per taxipost is geen aangetekende brief ! Dit betekent, specifiek in onderhavig dossier, dat de eerste aangetekende zending - en dus eveneens het eerste stuk met vaste dagtekening de aangetekende zending van 8 maart 2001 is, uitgaande van de griffie zelf en gericht aan de tweede verwerende partij. Vermits het bestreden besluit werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 20 december 2000 en gelet op de termijn van 60 dagen, waarover de verzoekende partij beschikte om de vordering tot nietigverklaring in te dienen, valt de datum van 8 maart 2001( ruim) buiten deze termijn. Het verzoek is derhalve laattijdig”. 2.1.
  13. De verzoeker repliceert hierop in zijn memorie van wederantwoord als volgt: “
  14. Op 16 februari 2001 heeft verzoeker zich op het postkantoor te Wuustwezel aangeboden ten einde de verzoekschriften per aangetekende brief met ontvangstmelding aan de Raad van State toe te zenden. Na afgifte heeft de loketbediende de brief gewogen en medegedeeld dat deze meer dan 2 kilogram woog zodat deze niet als aangetekende brief door de post mag verzonden worden maar uitsluitend per aangetekende taxipost. Hierop werd door de postbediende het ontvangstdokument van de brief op een formulier van Taxipost ingevuld en het dubbel van dit dokument werd aan verzoeker overhandigd ten bewijze dat hij de brief op het postkantoor had afgegeven. Op dit dokument wordt vermeld dat de brief werd afgegeven op 16 februari 2001 om 16u50, dat deze 2,546 Kg weegt en dat 25 BEF extra werd betaald voor het ‘Bericht van ontvangst’. Op de brief werd dan door de postbediende het rode formulier ‘Bericht van ontvangst’ - dat door verzoeker voordien reeds was ingevuld - gekleefd. X-10.133-3/10 Het formulier ‘Bericht van ontvangst` werd op 22 februari 2001 door de post terug aan verzoeker bezorgd en hieruit blijkt dat de brief door de Raad van State werd in ontvangst genomen. De twee originele dokumenten met name het bewijs van afgifte van de brief op het postkantoor en het bericht van ontvangst werden ter zitting van 12 oktober 2001 van de Raad van State, het verzoek tot schorsing behandelend, neergelegd. Aangezien verzoeker het verslag van de Auditeur waarin deze stelt 'deze (het verzoekschrift) lijkt niet aangetekend te zijn verstuurd', met het gevolg dat het verzoek niet ontvankelijk zou zijn, aan de post heeft voorgelegd waarop bij brief van 25 juli 2001 als volgt werd geantwoord (...): ‘Betreft: Uw verzending via taxipost op datum van 16 februari
  15. De aantekening waarnaar de Raad van State refereert bestaat enkel voor zendingen tot 2 kgr. Vermits Uw zending zwaarder was werd deze als taxipostverzending behandeld en onder aantekening verzonden. Aantekening wordt gedefinieerd als over de Post verzonden brieven waarvan de afzender een afgiftebewijs ontvangt en de geadresseerde aftekent bij ontvangst. Uw zending beantwoordt dan ook aan de bepaling ‘aangetekend’ vermits U in het bezit bent van het afgiftebewijs en door de bestemmeling werd afgetekend voor ontvangst. Bovendien beschikt U ook nog over het bewijs van aflevering aan geadresseerde door de AR-kaart.’ In de ‘Catalogus van de diensten aangeboden door DE POST’ overeenkomstig artikel 144 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, die als bijvoegsel tot het Belgisch Staatsblad van 5 juni 1998 werd gepubliceerd (en waarvan ondertussen geen nieuwe editie werd gepubliceerd) wordt in ‘Hoofdtuk V Bijzondere diensten, I Ingeschreven stukken, het volgende gesteld: Definitie en algemene kenmerken. Ingeschreven poststukken zijn poststukken die aan het loket van een postkantoor of aan de postuitreiker op ronde worden afgegeven tegen een ontvangstbewijs: deze poststukken worden op een bijzondere wijze behandeld en ze worden uitgereikt tegen aftekening door de bestemmeling of zijn gevolmachtigde, na vaststelling van zijn identiteit en, in voorkomend geval, rekening houdend met de bijzondere voorschriften vermeld onder de punten 1.1.5 en 1.3.
  16. Het ontvangstbewijs is voor de afgever het bewijs van afgifte evenals van de datum van deze afgifte. Er bestaan twee soorten van ingeschreven zendingen: - de aangetekende zendingen waarvoor geen waarde-aangifte op de omslag wordt gedaan, - de brieven met aangegeven waarde waarvoor wel een waarde-aangifte op de omslag werd gedaan. Tegen de voorafbetaling van een taks, kan bij de ingeschreven zending een bericht van ontvangst gevoegd worden dat de afzender zal informeren over de datum en de aflevering van de zending aan de bestemmeling. Een bericht van ontvangst moet aangevraagd worden op het ogenblik van de afgifte van de zendingen. Het is niet betwistbaar dat verzoeker bij het aanbieden van de brief op het postkantoor een ontvangstbewijs heeft ontvangen en tevens het bericht van ontvangst dat werd afgetekend door de bestemmeling heeft teruggekregen zodat de zending moet aanzien worden als een ‘ingeschreven poststuk’ en met name van het soort: de aangetekende zending waarvoor geen waarde-aangifte op de omslag werd gedaan. X-10.133-4/10 Het feit dat de postbediende op eigen initiatief en konform het op dat ogenblik geldend postreglement het transport van de brief heeft toevertrouwd aan taxipost kan aan verzoeker niet euvel geduid worden. Daarenboven dient er opgemerkt dat taxipost een product is van DE POST zelf zoals blijkt uit voornoemde Catalogus van de diensten aangeboden door DE POST waarin is opgenomen HOODSTUK VII Expresse-koerierdienst vermeldend: ‘De producten en diensten EMS-Taxipost, de dienst van expressekoerierdienst van DE POST zijn bepaald door de algemene transportvoorwaarden.’ Uit wat voorafgaat dient te worden vastgesteld dat een brief die omwille van zijn gewicht uitsluitend kan verzonden worden met het door DE POST georganiseerde taxipost als aangetekend moet aanzien worden wanneer bij de afgifte ervan een ontvangstbewijs werd afgeleverd en tevens een bericht van ontvangst werd teruggezonden. Een dergelijke zending voldoet aan alle voorwaarden van ‘Ingeschreven poststukken’ zoals dat in voornoemde Catalogus wordt gedefineerd.
  17. Indien niet aanvaard wordt dat een zending van taxipost zoals in casu met ontvangstbewijs én bericht van ontvangst gelijk te stellen is met de ‘aangetekende brief’ zoals in artikel 84 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 (is bepaald), moet men tot de vaststelling komen dat, gelet op de voorschriften van DE POST, het voor verzoeker onmogelijk was om zijn verzoekschrift bij aangetekende brief op te zenden zodat de opgeworpen exceptie van niet ontvankelijkheid niet kan aangenomen worden. (...) Aangezien deze werkwijze van DE POST voor verzoeker overmacht uitmaakt.
  18. In het Verslag aan de Regent dat het besluit van de Regent tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State voorafgaat (B.S. 23-24 augustus 1948) wordt ondermeer het volgende gesteld: ‘Omwille van deze verscheidene bevoegdheden is dit besluit in de meest ruime bewoordingen opgesteld opdat aldus, zonder gevaar bij elke procesakte een nietigheid op te lopen, ieder belanghebbende zonder veel moeite tot de afdeling (bestuursrechtspraak) toegang zou kunnen hebben’ Het is duidelijk dat men beoogd heeft de toegang tot de Raad van State zo eenvoudig mogelijk te maken wat ook blijkt uit de kommentaar op artikel 1 waarover het Verslag stelt: ‘ Sectie I. Het indienen van het verzoekschrift. Artikel
  19. Het ontwerp van besluit tot regeling van de rechtspleging vereenvoudigt de vormvereisten voor het indienen bij de Raad van State van alle aanvragen, beroepen of moeilijkheden. Een eenvoudig verzoekschrift zal voldoende zijn om de zaak bij de Raad van State aanhangig te maken. Ten einde een vaste datum te hebben waarop de termijnen, voorzien bij artikel 4 van dit besluit zullen ingaan, moet het verzoekschrift echter, per ter post aangetekend schrijven, aan de griffie gezonden worden (art.84).’ Het moge duidelijk zijn dat op het ogenblik dat het verslag werd opgesteld ‘een ter post aangetekend schrijven’ de enige wijze van verzending was waarop een sluitende controle van afgifte en uitreiking bestond. Op het ogenblik van de redactie van het Verslag konden de verslaggevers het toekomstig bestaan niet vermoeden van taxipost, noch van de Europese Gemeenschap, noch van Richtlijn 97/67/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de X-10.133-5/10 verbetering van de kwaliteit van de dienst, noch van het Koninklijk Besluit van 9 juni 1999 tot omzetting van de verplichtingen uit de van kracht zijnde voornoemde richtlijn (KB dat tot op heden in de praktijk dode letter is gebleven), noch van het bestaan van digitale post. Vermits het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 werd opgesteld ‘in de meest ruime bewoordingen opdat deze, zonder gevaar bij elke procesakte een nietigheid op te lopen, ieder belanghebbende zonder veel moeite tot de afdeling (bestuursrechtspraak) toegang zou kunnen hebben’ stelt zich de vraag of de term ‘bij ter post aangetekende brief’ uit artikel 84 dermate strikt en letterlijk moet gevolgd worden dat de term ‘ter post’ enkel kan uitgelegd worden als DE POST, zelf met uitsluiting van de door DE POST in haar schoot georganiseerde expressekoerierdient EMS-taxipost genoemd. Een dergelijke enge en strikte en letterlijke interpreatie gaat tegen de wetsgeschiedenis en bedoeling van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 in. Indien men trouwens artikel 84 op een enge, strikte en letterlijk wijze gaat toepassen dan zal omzeggens geen enkel verzoekschrift meer konform de vereisten kan worden ingediend: De tekst van artikel 84 eerste lid van het besluit van de Regent luidt als volgt: ‘Alle stukken der rechtspleging worden per ter post aangetekend schrijven aan de Raad van State gestuurd’. Sinds het KB van 28 juli 1987 tot wijziging van artikel 84 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling (bestuursrechtspraak) van de Raad van State luidt het artikel: ‘Alle processtukken worden aan de Raad van State toegezonden bij ter post aangetekende brief’. Het verzoekschrift kan derhalve sinds 28 juli 1987 niet meer verzonden worden per ter post aangetekend schrijven maar uitsluitend bij ter post aangetekende brief. De term ‘brief’ heeft een zeer beperkte betekenis in de definities van DE POST zoals blijkt uit de hoger geciteerde catalogus. Uit de ‘INLEIDING: GAMMA VAN PRODUCTEN EN DIENSTEN AANGEBODEN DOOR DE POST’ stellen we vast dat ondermeer volgende geadresseerde zending in binnenlandse dienst bestaan: - brieven - ... - postpakketten - enz. In Hoofdstuk I DEFINITIES van de catalogus wordt met betrekking tot ‘Brieven’ gesteld: ‘Vanaf 350 gr bestaan er in binnenlandse dienst niet langer brieven als dusdanig. Vanaf dit gewicht aanvaardt DE POST ze als postpakketten.’ Vermits artikel 84 van het Besluit van de Regent, zoals gewijzigd bij KB van 28 juli 1987, stelt dat de processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij ter post aangetekende brief kan bij strikte en letterlijke interpretatie geen enkel processtuk van meer dan 350 gram ingediend worden vermits volgens DE POST het dan niet meer om een brief gaat maar om een postpakket. Door een letterlijke interpretatie toe te passen van artikel 84 van het Besluit van de Regent wordt men gegijzeld door de wisselende definities, werkmethodes en organisatiemethodes die een derde partij met name DE POST uitwerkt: - kan het zijn dat een procedurestuk van meer dan 350 gram niet meer als ‘aangetekende brief’ kan verzonden worden omdat DE POST vindt dat dit geen brief is maar een postpakket? X-10.133-6/10 - kan het zijn dat een procedurestuk van meer dan 2 kgr niet meer als aangetekende brief kan verzonden worden omdat DE POST vindt dat een dergelijke brief uitsluitend door de door haar zelf georganiseerde nevendienst EMStaxipost moet verstuurd worden zelfs indien deze verzendingsmethode dezelfde rechtszekerheid biedt met name de afgifte van een ontvangsbewijs én een bericht van ontvangst? Is een dergelijk letterlijke interpretatie sensu stricto niet in strijd met de bedoeling van de wetgever waar deze uitdrukkelijk heeft gesteld het besluit van de Regent ‘in de meest ruime bewoordingen’ op te stellen ‘opdat aldus, zonder gevaar bij elke procesakte een nietigheid op te lopen, ieder belanghebbende zonder veel moeite tot de afdeling administratie toegang zou kunnen hebben’? Verzoeker meent derhalve dat zijn verzoek tot nietigverklaring op de wijze waarop het werd ingediend voldoet aan de termen van artikel 84 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 en dat het derhalve tijdig werd ingediend”. 2.1.
  20. In zijn laatste memorie voegt de verzoeker niets meer toe aan hetgeen hij reeds heeft uiteengezet, maar verzoekt de Raad van State aan het Arbitragehof -thans het Grondwettelijk Hof- volgende prejudiciële vraag te stellen: “Schendt artikel 84 van het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling (bestuursrechtspraak) van de Raad van State het door de artikel 10, 11 en 13 van de Grondwet, gewaarborgde gelijkheidsbeginsel en het door artikel 6 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten gewaarborgde recht op een eerlijk proces, waar het stelt ‘Alle processtukken worden aan de Raad van State toegezonden bij ter post aangetekende brief’ wanneer dit wetsartikel aldus wordt geïnterpreteerd dat met ‘bij ter post aangetekende brief’ enkel de klassieke bij post aangetekende brief wordt bedoeld, en met uitsluiting van een brief die ‘aangetekend per Taxipost’ wordt verzonden - Taxipost een werkmaatschappij van ‘De Post’ zijnde, verzendingswijze die door De Post aan haar cliënteel wordt opgelegd van zodra de te verzenden brief meer dan 2,5 Kg bedraagt - niettegenstaande voor beide soorten verzending het bewijs van uitreiking aan de bestemmeling wordt vastgesteld in de administratie van De Post en/of door het terugbezorgen door De Post aan de verzender van het door de bestemmeling ondertekende rode formulier ‘Bericht van ontvangst’, met het gevolg dat een processtuk dat aan de Raad van State wordt gezonden ‘aangetekend bij Taxipost’ geen rechtsgevolgen kan hebben en dat enkel een processtuk dat ‘bij ter post aangetekende brief’ op gebruikelijke wijze verzonden wel rechtsgevolgen heeft?”. 2.1.
  21. In haar laatste memorie voegt de tweede verwerende partij met betrekking tot de door haar opgeworpen exceptie niets meer toe aan hetgeen zij reeds heeft uiteengezet. 2.
  22. Onderzoek van de exceptie 2.2.
  23. Met betrekking tot de prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. X-10.133-7/10 Luidens artikel 1 van de Bijzondere Wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof - thans het Grondwettelijk Hof- doet het Grondwettelijk Hof, “bij wege van arrest, uitspraak op de beroepen tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van een wet, decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel”. De vraag of artikel 84 van het Regentsbesluit van 23 augustus 1948 het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schendt, ressorteert derhalve niet onder de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof. De vraag van de verzoeker om aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen is om deze reden niet ontvankelijk. 2.2.
  24. Met betrekking tot de opgeworpen exceptie. 2.2.2.
  25. Krachtens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, verjaren de beroepen tot nietigverklaring zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend of, indien deze noch bekendgemaakt, noch betekend dienen te worden, zestig dagen nadat de verzoeker ervan kennis heeft gehad. Krachtens artikel 84 van voormeld besluit van de Regent van 23 augustus 1948 moeten alle processtukken bij een ter post aangetekende brief aan de Raad van State worden toegezonden. Zoals onder meer blijkt uit het verslag aan de Regent dat voorafgaat aan dit besluit, is de bedoeling van dit voorschrift vaste datum te geven aan de aan de Raad van State toegezonden processtukken. Uit de in artikel 84 bepaalde regel blijkt bovendien dat het de wil van de stellers van de procedureregeling is geweest dat enkel door middel van de aantekening ervan ter post aan de verzending van een processtuk aan de Raad van State vaste datum kan worden gegeven. 2.2.2.
  26. Het verzoekschrift tot nietigverklaring werd niet met een ter post aangetekende brief, zoals voorgeschreven, maar per taxipost aan de Raad van State toegezonden. Luidens de “Catalogus van de diensten aangeboden door DE POST” overeenkomstig artikel 144 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 5 juni 1998, omvat de verzending van de briefwisseling in binnenlandse dienst vier categorieën van zendingen, met name 1) “geadresseerde zendingen”, waaronder “brieven” en “postpakketten”, 2) niet-geadresseerde X-10.133-8/10 zendingen, 3) postabonnementen op dagbladen en tijdschriften, en 4) zendingen van de express-koerierdienst (EMS-Taxipost). Luidens de “definitie” in Hoofdstuk IV Bijzondere diensten, zijn “Ingeschreven poststukken”, dit zijn ter post aangetekende stukken, “poststukken (...) die aan het loket van een postkantoor of aan de postman- uitreiker op ronde worden afgegeven tegen een ontvangstbewijs; deze poststukken worden op een bijzondere wijze behandeld en ze worden uitgereikt tegen aftekening door de bestemmeling of zijn gevolmachtigde, na vaststelling van zijn identiteit en, in voorkomend geval, rekening houdend met de bijzondere voorschriften vermeld onder de punten 1.1.
  27. en 1.3.2.”. Luidens de bepaling “1.1.
  28. Omvang van de dienst” kunnen “alle geadresseerde poststukken, die aan DE POST worden toevertrouwd, (...) aangetekend verzonden worden, uitgezonderd de zendingen TAXIPOST en BUREAUFAX.”. Anders dan in het geval van de aangetekende zending, behoort het niet tot het wezen van de “express-koerierdienst (taxipost)” dat zij tegen ontvangstbewijs ter post wordt bezorgd. Dit kenmerk vormt het fundamenteel verschil tussen beide zendingen. De aangetekende zending, precies wegens dat specifiek kenmerk, en de specifieke garanties die aan het ontvangstbewijs ter post kleven, wordt als enige geldige wijze van toesturen van de processtukken aan de Raad van State opgelegd. Luidens “Eerste deel: Brievenpost”, Hoofdstuk I Definities, Brieven, bestaan er vanaf 350 gr. in de binnenlandse dienst niet langer brieven als dusdanig, en aanvaardt DE POST ze vanaf dit gewicht als “postpakketten”. Luidens “Hoofdstuk II Toegelaten gewicht en metingen - normalisatie”, bedraagt het maximumgewicht van “postpakketten” 30 kg. Het maximumgewicht van “gewone taxipostzendingen” bedraagt eveneens 30 kg. De toegelaten afmetingen voor “postpakketten” en “express-koerierdienst (taxipost)” zijn eveneens dezelfde. Niets belet de verzoeker in voorkomend geval, het beroep tot nietigverklaring met een ter post aangetekend postpakket aan de Raad van State toe te zenden. De argumentatie die door de verzoeker in zijn memorie van wederantwoord wordt aangevoerd doet aan deze vaststelling geen afbreuk. 2.2.2.
  29. Het met een niet ter post aangetekend verzoekschrift ingestelde annulatieberoep is toch ontvankelijk wanneer de ontvangst ervan door de Raad van State, binnen de voor het instellen van het annulatieberoep gestelde termijn, vaste datum verkrijgt ten gevolge van een door de Raad van State ter post aangetekende verzending van een stuk van de procedure. Er wordt niet betwist dat de verzoeker kennis had van het bestreden besluit op 20 december
  30. Het verzoekschrift tot schorsing werd door de griffie van de Raad van State met een ter post aangetekende X-10.133-9/10 brief van 9 maart 2001 aan de tweede verwerende partij toegezonden, d.i. meer dan 60 dagen nadat de verzoeker kennis had van het bestreden besluit. 2.2.2.
  31. De exceptie van niet-ontvankelijkheid is gegrond. Het beroep is om deze reden niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  32. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  33. De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien januari 2008, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.133-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.668 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.100.857 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.