id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 januari 2008 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.739 Rolnummer: A. 183113/IX-5646 Zaak: Arrest 178739 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 21/01/2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2008-07-24 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 07:30 Fiche Arrest nr 178.739 van 21 januari 2008 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 178.739 van 21 januari 2008 in de zaak A. 183.113/IX-
- In zake : Carles DEULOFEU SCHILT, die woonplaats kiest bij advocaat M.-A. BASTIN, kantoor houdende te BRUSSEL, Blanchestraat 15/9 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Middenstand, thans de minister van Zelfstandigen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Carles DEULOFEU SCHILT op 7 mei 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing nr. 74121255148F01 van 5 maart 2007 van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen, opgericht bij het ministerie van Middenstand in het kader van de reglementering inzake het sociaal statuut van de zelfstandigen, in de mate hem geen vrijstelling wordt verleend van de betaling van sociale bijdragen voor de periode van het derde trimester van 2005 tot het eerste trimester van 2007; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur J. STEVENS, op grond van artikel 94 van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 22 november 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 december 2007; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-5646-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. VERBEKE die, loco advocaat M.-A. BASTIN verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- OVERWEEGT WAT VOLGT : De feiten 1.
- Verzoeker, daartoe vertegenwoordigd door en woonplaats kiezend bij zijn raadsman, dient op 27 december 2005 een aanvraag in tot vrijstelling van de bijdragen die hij voor het vierde kwartaal van 2004 en de eerste drie kwartalen van 2005 verschuldigd is in het kader van de sociale verzekeringen der zelfstandigen wegens zijn tewerkstelling als vennoot bij de bvba D’CATALAN WINES, een vennootschap met maatschappelijke zetel te Dworp. In zijn aanvraag verwijst hij naar de staat van behoeftigheid waarin hij terechtgekomen is omdat de bvba in financiële moeilijkheden verkeert en zij hem niet heeft kunnen betalen evenals naar de lasten die hij te dragen heeft, inzonderheid het betalen van onderhoudsgeld. 1.
- Op 5 maart 2007 beslist de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen de vrijstelling toe te kennen voor de voorlopige bijdragen van het eerste en het tweede trimester 2005, maar de vrijstelling te weigeren voor de voorlopige bijdragen voor de periode van het derde trimester 2005 tot het eerste trimester
- Deze beslissing steunt op de vaststelling dat de aanvraag betrekking heeft op de periode van het eerste trimester 2005 tot het eerste trimester 2007, verwijst naar de stukken van het dossier en overweegt dat uit de gegevens betreffende de inkomsten van verzoeker in het jaar 2004 opgemaakt kan worden dat hij niet te verwaarlozen financiële moeilijkheden heeft en dat enkele elementen van het dossier aantonen dat de actuele situatie van verzoeker de staat van behoeftigheid benadert. IX-5646-2/6 1.
- De beslissing van 5 maart 2007 wordt bestreden in de mate er geen vrijstelling wordt verleend voor de bijdragen van het derde trimester 2005 tot het eerste trimester
- De ontvankelijkheid
- De verwerende partij voert aan dat het beroep laattijdig ingesteld is, aangezien het bestreden besluit naar verzoeker opgestuurd is op 6 maart 2007 zodat de beroepstermijn verstreek op 5 mei 2007, terwijl het verzoekschrift volgens verzoekers eigen verklaring op 7 mei 2007 ingediend is en het in ieder geval slechts op 29 mei 2007 op de griffie van de Raad van State geregistreerd is.
- Verzoeker erkent dat zijn beroepstermijn verstreek op zaterdag 5 mei 2007, maar hij verwijst naar artikel 88 van het procedurereglement dat hem toeliet nog de eerstvolgende werkdag -maandag 7 mei 2007- het annulatieberoep te verzenden. Het dossier bevat het bewijs dat het verzoekschrift op 7 mei 2007 aangetekend ter post verzonden is. Dat verzoeker slechts op 24 mei 2007 de vereiste afschriften van het verzoekschrift aan de Raad van State bezorgd heeft, heeft geen invloed op de ontvankelijkheid van het beroep. Het beroep is tijdig ingediend.
- De verwerende partij vraagt zich, subsidiair, ook af of verzoeker wel een Nederlandstalig verzoekschrift mag indienen tegen een beslissing die in het Frans gesteld is en die betrekking heeft op een procedure die volledig in het Frans verlopen is.
- Verzoeker repliceert dat niet wordt aangegeven welke wet hem zou verbieden om bij het indienen van een verzoekschrift de taal van zijn keuze te gebruiken, dat hij voorheen in Beersel woonde en dat hij als particulier niet aan de bestuurstaalwet onderworpen is.
- Een exceptie moet zonder voorbehoud geformuleerd worden en moet gestaafd worden met concrete feitelijke en juridische bewijsgegevens. De uiteenzetting van de verwerende partij voldoet daar niet aan. In ieder geval moet vastgesteld worden dat verzoeker niet onderworpen is aan de wetgeving op het gebruik der talen in bestuurszaken en dat hij krachtens artikel 66, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State zijn verzoekschrift mag stellen in de landstaal van zijn keuze. IX-5646-3/6 De grond van de zaak
- In een enig middel voert verzoeker de schending aan van de wet van 29 juli1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelin- gen, van het zorgvuldigheidsbeginsel en van het gebrek aan deugdelijke grondslag. Hij stelt dat het bestreden besluit aanvaardt dat zijn financiële situatie dicht aanleunt bij de staat van behoefte en dat hem daarom een vrijstelling wordt toegekend voor twee trimesters, maar dat vervolgens helemaal geen verantwoording wordt gegeven voor de weigering van de vrijstelling van de bijdragen voor de daarop gevolgde trimesters. De Commissie had, op dezelfde wijze als zij dat gedaan heeft voor de twee eerste trimesters van 2005, ook haar beslissing voor de trimesters 3/2005 tot 1/2007 moeten motiveren. Wegens de ontstentenis van motieven -de verwijzing naar de stukken van het dossier en naar de juridische grondslag is niet afdoend- voor die periode kan niet nagegaan worden op basis van welke stukken en overwegingen de Commissie de aanvraag geweigerd heeft.
- In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat het bestreden besluit aanduidt dat de stukken van het dossier de Commissie tot het besluit gebracht hebben dat de toestand van verzoeker de staat van behoefte benaderde en dat hij bijgevolg een gedeeltelijke vrijstelling kon krijgen. Daartoe is ook besloten, met name is hij vrijgesteld van de bijdragen voor de eerste twee kwartalen van
- Alleen wanneer de Commissie oordeelt dat de betrokkene zich in staat van behoefte bevindt kan zij, overeenkomstig het bepaalde in artikel 17, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, een volledige vrijstelling verlenen. De Commissie heeft aangenomen dat verzoeker niet te verwaarlozen financiële moeilijkheden heeft, maar daaruit mag niet afgeleid worden dat hij recht heeft op een volledige vrijstelling; integendeel, uit de overweging dat verzoeker de staat van behoefte benadert moet afgeleid worden dat hij recht heeft op een gedeeltelijke vrijstelling.
- In zijn repliek herhaalt verzoeker dat hij vrijstelling krijgt voor twee trimesters omdat hij in een situatie verkeert die dicht aanleunt bij de staat van behoefte maar dat de Commissie die reden dan niet aanhoudt voor de overige trimesters. Minstens wordt geen enkele reden opgegeven waarom hij voor de andere trimesters geen vrijstelling verkrijgt, hoewel hij had aangetoond dat hij geen inkomsten had en derhalve in een staat van volledige behoefte verkeerde. En in ieder IX-5646-4/6 geval verantwoordt de Commissie niet waarom zij, gelet op zijn bewijsgegevens, van oordeel kon zijn dat hij slechts in een toestand verkeerde die de behoeftigheid benaderde.
- De beslissingen van de Commissie voor Vrijstellingen van Bijdragen, die een administratief orgaan is, vallen onder toepassing van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Haar beslissingen moeten de feitelijke en de juridische overwegingen bevatten die eraan ten grondslag liggen. Die overwegingen moeten afdoende zijn, in die zin dat zij de betrokkene in staat moeten stellen om de beweegredenen, die het bestuur in zijn concreet geval in aanmerking genomen heeft, te begrijpen.
- In de bestreden beslissing wordt geen enkele reden opgegeven waarom de Commissie de vrijstelling weigert voor de verschuldigde bijdragen van de trimesters 3/2005 tot 1/
- De Commissie neemt blijkbaar aan dat, omdat verzoeker niet in staat van behoefte verkeert, maar in een toestand die de staat van behoefte benadert, hij geen vrijstelling kan verkrijgen van alle bijdragen die hij verschuldigd is, maar slechts van een deel ervan, met name de eerste twee trimesters van
- Daargela- ten de vraag of de verwerende partij aldus haar wettelijke opdracht om uit te maken of een zelfstandige recht heeft op de gehele of een gedeeltelijke vrijstelling van zijn verschuldigde bijdragen, zoals de Raad van State in het arrest nr. 148.760 van 12 september 2005 inzake DE VRIES uiteengezet heeft, wel correct vervuld heeft, blijft de verwerende partij in de redenering die zij zelf aangehouden heeft in gebreke de reden op te geven waarom de toestand van verzoeker de staat van behoefte slechts benadert en hij derhalve geen vrijstelling van alle verschuldigde bijdragen kan verkrijgen. En in ieder geval duidt zij niet aan waarom zij aan haar vaststelling aangaande de graad van behoeftigheid van verzoeker, de conclusie heeft kunnen koppelen dat geen vrijstelling verleend werd voor de bedragen verschuldigd voor alle trimesters vanaf 3/
- Het middel, gesteund op de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 augustus 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, is kennelijk gegrond. IX-5646-5/6 OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 5 maart 2007 van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen, van het ministerie van Middenstand in de mate Carles DEULOFEU SCHILT geen vrijstelling wordt verleend van de betaling van sociale bijdragen voor de periode van het derde trimester van 2005 tot het eerste trimester van
- Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 21 januari 2008, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5646-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.178.739 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.